Wandel nou eens búíten dat centrum

Wandelboek laat zien hoeveel moois er nog is buiten de binnenstad. „Kijk eens om je heen hier: er is niemand op straat!”

„Ben je hier weleens geweest?” vraagt wandelfanaat Alex Buis (36) op het Watertorenplein in Amsterdam-West. Hij wijst naar Café-Restaurant Amsterdam. Een naam die op elk café in de stad van toepassing kan zijn, en voor vandaag mooi symbolisch is. In zijn boek Wandelen buiten de binnenstad van Amsterdam dat maandag verschijnt, beschrijft hij een 228 kilometer lange stadswandelroute door nagenoeg elke buurt van Amsterdam, van De Baarsjes tot de Bijlmer en Buitenveldert. Alleen het centrum blijft onbelicht. Bewust. „Dat kennen we nu wel.” Café-Restaurant Amsterdam was begin 20ste eeuw het machinepompgebouw van het Amsterdamse waterleidingbedrijf, vertelt hij. „Al vanaf 1853 werd drinkwater vanuit de duinen bij Vogelenzang hierheen gepompt.”

Ongeveer een jaar wandelde Buis, oorspronkelijk neerlandicus, door de stad. Daarna tekende hij in waar hij was geweest. Het resultaat is een kloek boekwerk van 196 pagina’s. De stadswandeling is opgedeeld in veertien etappes, variërend van 12 tot 22 kilometer. Elke etappe is voorzien van achtergrondinformatie, zoals historische feiten en interessante kijkpunten. Maar het lopen staat centraal.

Slingerroute

„Stadswandelingen focussen zich vaak op literatuur, architectuur of natuur”, zegt Buis. „De route is vaak niet meer dan een verbindingslijn tussen bezienswaardigheden.” Buis wilde de route zélf tot onderwerp maken. Een ‘oppervlaktewandeling’, die al kronkelend de hele stad bestrijkt. Hij laat op de plattegrond zien hoe de route door ontelbaar veel straten, lanen en steegjes slingert. Tussen groene buitengebieden en bebouwde delen; tussen rust en hectiek.

Zo ook deze etappe, die van het groene buitengebied – het Westerpark en omgeving – naar de dichtbebouwde Staatsliedenbuurt en naar De Baarsjes voert. „Als je naar de plattegrond van Amsterdam kijkt, zie je dat de buitenste stadsdelen een soort uitgestrekte vingers vormen. Daartussen liggen steeds ‘groene’ vingers, zoals de Bretten, de Sloterplas of het Amsterdamse Bos, waardoor het buitengebied diep de stad binnendringt.” Die zogeheten scheggenstructuur is in de 20ste eeuw ontworpen door de stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren, vertelt hij.

De route van Buis voert over de Van Bossekade, met in het groen verscholen woonboten, en langs houtzaagmolen De Otter aan de Kostverlorenvaart. Langs kunstig versierde lantaarnpalen, bontgekleurde vensterbanken en ingemetselde mozaïektegeltjes. Straten blijken openluchtmusea.

Lopend kan iedereen de stad zelf ontdekken, zegt Buis. Zowel Amsterdammers als bezoekers die verder willen kijken dan het toeristisch centrum. Voor hen bedacht hij het boek, dat hij expres niet vol zette met allerlei wetenswaardigheden. „In een museum is het toch ook veel leuker om zelf rond te kijken, in plaats van eindeloos alle bordjes te lezen?”

Natuurwandelaar

Buis groeide op in Amstelveen, als echte natuurwandelaar. Tijdens het uitzetten van de route heeft hij Amsterdam beter leren waarderen, vertelt hij. „De stad is veel groener en stiller dan ik van tevoren dacht. Kijk nu eens om je heen: er is niemand op straat!” En de diversiteit van de stad, met al die verschillende wijken. Daar is hij ook van gaan houden. We zijn aangekomen bij de Slatuinenweg in De Baarsjes. Buis wijst naar een straatje met kleine, lage huizen. „Dit was eind 17de eeuw al een geliefd wandelgebied. Vanaf hier liepen mensen op zondag naar de kerk in Sloterdijk.”

We passeren Restaurant Edel, gehuisvest in Het Sieraad: een Amsterdamse School-monument uit begin 20ste eeuw. Er zijn veel voorbeelden van de Amsterdamse School in West, zegt Buis. „Het bekendst is museum en wooncomplex Het Schip, al zijn er door het hele stadsdeel prachtige gevels te zien.” Later leidt de route ons langs de Westermoskee. „Gebouwd in Ottomaanse stijl, maar tegelijkertijd zorgt het gebruik van baksteen ervoor dat het mooi in de omgeving past.”

Al wandelend en vertellend over de historie van de stad doet Buis enigszins denken aan de beroemde onderwijzer en natuurkenner Jac. P. Thijsse, die in 1945 overleed. Die maakte met zijn leerlingen wekelijks schoolwandelingen door de straten van Amsterdam. Tijdens die tochten behandelde hij aardrijkskunde, geschiedenis en biologie. Buis: „Tien wandelingen zijn waardevoller dan één park, schijnt Thijsse eens gezegd te hebben.”