Verplichte solidariteit bestaat niet

In de grootste vluchtelingencrisis op het continent sinds de Tweede Wereldoorlog liggen de plannen voor de herverdeling van 160.000 asielzoekers over de EU-landen nu formeel op tafel. „Verplichte solidariteit”, kopte Trouw na de toespraak van Commissievoorzitter Juncker woensdag. „Geen poëzie, geen retorica, maar actie”, improviseerde Juncker een oneliner. Ook hij gebruikt keer op keer het woord ‘solidariteit’: alle landen moeten solidair zijn met frontstaten Griekenland, Italië en Hongarije. Met een beroep op deze waarde is applaus van Europarlementariërs in Straatsburg verzekerd. Toch is hameren op solidariteit niet de overtuigendste manier om tot gezamenlijk handelen aan te zetten. Je komt in morele discussies terecht. Hoezo moet ik mij als Nederlander solidair voelen met een Hongaar of een Italiaan? En als ik me niet solidair voel, ben ik dan een slechter mens? Kan ik tot solidariteit worden gedwongen? Neen, verplichte solidariteit is geen echte solidariteit, dat wordt dwang. In dit geval zou het door landen worden ervaren als asielzoekers door de strot geduwd krijgen – geen goed idee, en zuurstof voor de veenbrand van publiek ongenoegen over Brussel.

Daarom is „verantwoordelijkheid” een beter woord in deze crisis. Die notie zet wel tot handelen aan. Solidariteit is een kwestie van voelen, verantwoordelijkheid van nemen. Wanneer? Als de werkelijkheid een vraag stelt – bijvoorbeeld een drenkeling op de kust werpt –, moet er een antwoord komen, een handeling. De etymologie van vraag en antwoord is geen woordenspel. Ook in andere Europese talen zit ‘antwoord’ of ‘respons’ in de ‘verantwoordelijkheid’ verpakt: denk aan responsibility of Verantwortung. Het zijn de vragen waarvoor we nog geen standaardantwoord hadden, de problemen die nog niet in wetten, regels of afspraken waren vastgelegd, de noodkreten zonder loket. De slappe reactie is wegkijken, duiken, afschuiven; de sterke is verantwoordelijkheid nemen. Dus waarom zijn de vluchtelingen in Hongarije ook ons probleem? Niet omdat we solidair met de Hongaren moeten zijn, maar omdat we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de ene Europese buitengrens. De pijnlijke ontdekking van deze zomer is wat één grens delen betekent: gezamenlijke verantwoordelijk voor grensbewaking (EU-agentschap Frontex krijgt steeds meer taken), voor registratie van binnenkomers (wordt aan gewerkt) en voor de herverdeling van asielzoekers en het terugsturen van afgewezenen. Zo wordt de net ontdekte gezamenlijke verantwoordelijkheid improviserend, soms tegen heug en meug, in institutionele vormen gegoten, zodat de volgende keer het antwoord wél klaar ligt.

De eurocrisis kende een vergelijkbare sequentie. Ook die begon in 2010 met iets wat zogenaamd niet kon gebeuren: dat een euroland failliet ging, Griekenland. Veel regeringen hadden toen geen zin solidariteit te tonen (Duitsland en Nederland voorop), maar wel moesten ze erkennen dat ze „gezamenlijk verantwoordelijk” waren voor een groter publiek goed. Aan dat publieke goed bleek een prijskaartje aan te hangen – strengere regels, bankentoezicht, reddingmechanismen – en hoewel het crisisoverleg en ruzies kostte, waren ze ten slotte bereid de prijs te betalen. Zo kan het ook in de vluchtelingencrisis gaan: om het publieke goed van vrij reizen te redden, komt een nieuw asiel-, migratie- en grensbeleid van de grond.

Kleeft aan de term ‘verantwoordelijkheid’ hetzelfde bezwaar als aan ‘solidariteit’, namelijk dat ‘verplichte verantwoordelijkheid’ niet bestaat? Nee. In de verantwoordelijkheid zit de verplichting in zekere zin ingebakken. Aan je verantwoordelijkheid kun je je niet onttrekken, daar word je voor afgestraft – niet met een slecht geweten, maar met een klap op de neus. Want de vraag blijft staan.

    • Luuk van Middelaar