Opinie

    • Juurd Eijsvoogel

Verdwaald in theater van leven en dood

Een goede toneelschrijver zou er wel raad mee weten, met de situatie die The New York Times afgelopen weekeinde in een nieuwsbericht beschreef. Het decor kan zo worden gekopieerd van de werkelijkheid: een zaaltje in het hoofdkwartier van de westerse troepen in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Er staan videoschermen, waarop luchtopnames te zien zijn van mensen die ervan verdacht worden terroristische plannen te hebben. Ze zijn, zoals dat in jargon heet, ‘genomineerd’. Voor een spoedige liquidatie per drone, wel te verstaan.

Of het daarvan komt wordt besloten in dat zaaltje. Al jaren geleden is beschreven dat president Obama zich in het Witte Huis persoonlijk bemoeit met de voorbereidingen, althans met de vraag wie er – op basis van informatie van de inlichtingendiensten – op de zogeheten ‘kill list’ wordt geplaatst. Maar in Kabul valt het uiteindelijke besluit om iemand, als de camera van een drone hem in het vizier heeft, al dan niet uit de weg te ruimen.

De onthulling van The New York Times was dat de Amerikanen bij deze ‘kill decisions’ Duitse en Zweedse militairen hebben betrokken. Dat is niet alleen opmerkelijk omdat Duitsland en Zweden zich in Afghanistan alleen nog met opleiding van Afghaanse militairen zouden bezighouden. Maar ook omdat het laat zien hoe het er bij dit soort liquidaties in de praktijk aan toegaat.

Voordat het bevel wordt gegeven om een raket op het doelwit af te vuren, vraagt een Amerikaanse functionaris aan iedereen in dat zaaltje, en daar zitten ook Duitsers en Zweden bij: „Steek je hand op als je vrouwen of kinderen ziet.”

En daar zit je dan, als Duitse of Zweedse militair die zich officieel niet mag inlaten met terreurbestrijding, laat staan met liquidaties. Wat doe je, als je denkt dat dat figuurtje op het beeldscherm wel eens een kleuter zou kunnen zijn? Steek je dan je hand op, om het leven van een onschuldig mens te redden?

Vermoedelijk – maar dan ben je vanaf dat moment wel onderdeel van een hoogst omstreden Amerikaanse praktijk. Een praktijk die in strijd is met de grondwet in je eigen land. „De Amerikanen leken iedereen erbij te willen betrekken, waarschijnlijk omdat het ze politieke rugdekking gaf”, zegt een van de twee hoge westerse functionarissen die worden aangehaald als de (anonieme) bronnen van het artikel. Men zit daar in dat zaaltje en steekt, als Romeinse keizers bij een gevecht tussen gladiatoren, zijn duim omhoog of omlaag, zegt deze persoon. „Het was bedoeld om burgerslachtoffers te voorkomen, maar voor sommige aanwezigen was het hoogst ongemakkelijk, vooral voor de Duitsers.”

Ongemakkelijk is zacht uitgedrukt voor een moreel dilemma van zulke omvang. Wie meedoet in dat zaaltje treedt in feite toe tot de selectiecommissie van de Amerikaanse terroristen-opruimingsdienst. Maar wie zich afzijdig houdt laat een kans lopen onschuldige omstanders het leven te redden. Een knappe jongen die daar binnen gaat zonder te verdwalen in het theater van leven en dood waar deze vorm van terreurbestrijding op neer komt.

Zweden en Duitsland ontkennen niet dat hun mensen aanwezig zijn als tot liquidatie van een terreurverdachte wordt besloten. Maar ze zouden zich er nooit mee bemoeien.

De Britten hebben minder moeite met dit soort methodes. Deze week werd bekend dat premier Cameron met een drone-aanval twee landgenoten in Syrië heeft laten doden. Ze zouden een terreuraanslag op Brits grondgebied hebben voorbereid. Wat Rusland, China of andere landen op dit vlak doen is niet bekend. Maar hoe meer het Westen zich met deze praktijken inlaat, hoe groter dan kans dat andere landen dat voorbeeld volgen.

    • Juurd Eijsvoogel