Vandaag is bladerdag: het grote verlangen van de literatuur

Op de dood volgen de bladerdagen. Bovenop liggen Zwagermans twee delen Americana (voor de spijtkopers onlangs in prijs verlaagd tot 25 euro), die openvallen bij een goede zin over Tom Wolfe en zijn roman I Am Charlotte Simmons: ‘De conclusie moet zijn dat wanneer Tom Wolfe de plank eens misslaat het resultaat niet doordeweeks mislukt is, maar meteen richting het abominabele gaat.’ Even verderop zag ik de de afdeling ‘Het zwarte vaandel op mijn schedel’, maar daar bladerde ik snel vandaan: er zijn dagen waarop je niets wil lezen wat met depressie of zelfmoord te maken heeft.

Dan in hemelsnaam maar 11 september (ja, ik weet dat dat ook...), met een stuk dat ‘Emma Bovary op Ground Zero’ heet, maar over Jay McInerney gaat. Daar, en in het volgende stuk over Terrorist van Updike zie je hoe goed Zwagerman kon lezen. Hij was kritisch zonder te stoppen met bewonderen: ‘Zodra de karakters in Terrorist iets doen, geloof je ze niet. Maar zolang ze praten, denken en voelen weet Updike je, zoals altijd met zijn hypnotiserend mooie stijl, te betoveren.’ Op de meeste Amerikaanse 11-septemberboeken die hij in Americana bespreekt, had Zwagerman wat aan te merken. Toch noemde hij in zijn Kellendonk-lezing ‘Tegen de literaire quarantaine’ juist de Amerikanen als voorbeeld. Die schreven over de actualiteit, terwijl Nederlandse auteurs wegdoken. Zwagerman kreeg de wind van voren, want wie straatrumoer zaait (Anbeek, Vaessens), oogst een kleine letterenstorm.

Zou Zwagerman het stuk van Joost de Vries in De Gids nog hebben gelezen? Het reageert op een interessant stuk in het vorige nummer van Yra van Dijk en Merlijn Olnon – het soort polemiek dat alleen in literaire tijdschriften bloeit, zoals dankzij De Revisor Zwagermans Kellendonk-lezing helemaal online staat. De kwestie is te veel en te gecompliceerd voor deze 500 woorden, maar De Vries zegt twee opmerkelijke dingen, die gaan over wat hij wél wil van literatuur: ‘Ik pleit alleen voor feelanythingliteratuur; je hoeft er niet blij van te worden, een roman hoeft geen happy ending te hebben [...] maar je wilt wel dat de mogelijkheid van gevoel bestaat, dat er niet alleen negatie is.’ Daar kun je het moeilijk mee oneens zijn, al denk ik dat alle schrijvers hun boeken vol gevoel stoppen en dat wanneer dat gevoel de lezer niet bereikt, er sprake is van een tekort. (Ik denk ook dat dat tekort vaak een stilistisch tekort is; zie Zwagermans opmerking over Updike hierboven).

Ook propageert De Vries ‘het menselijk vermogen’ als onderwerp in plaats van ‘het menselijk onvermogen’. Dat ben ik maar half met hem eens. De beste boeken gaan over de confrontatie tussen ons verlangen en ons onvermogen. Over wat we willen en wat er gebeurt als blijkt dat we dat niet krijgen. Hoe we dan verder gaan. Of niet verder kunnen.

    • Arjen Fortuin