Turken koelen woede op de Koerden

Ultranationalisten vallen kantoren van de pro-Koerdische partij HDP aan. „PKK is HDP en andersom.”

Een agent met een kalasjnikov, kort nadat een collega werd gedood in een restaurant in Diyarbakir waar de agenten vanmorgen zaten te ontbijten. Rechts de reactie van omstanders. Foto Ilyas Akengin/AFP

Aziz Parlak Yildiz (49) loopt moeilijk. Hij heeft een rib gebroken toen een politieman op hem ging zitten tijdens zijn arrestatie dinsdagnacht. Yildiz had net samen met zo’n zeventig andere actieve leden van de pro-Koerdische partij HDP in Bagcilar, een wijk van Istanbul, een meute woedende ultranationalisten buiten gehouden, toen de politie de metalen deur open ramde en binnenviel.

Het HDP-kantoor in Bagcilar beslaat de bovenste drie verdiepingen van een groot pand in het centrum van de wijk, waar behalve veel Koerden ook veel orthodoxe moslims en ultranationalisten wonen. Op de verdiepingen eronder zitten kleine textielproducenten. Medewerkers pauzeren rokend in het trappenhuis. Op de muur staat met stift ‘Apo’, de koosnaam van Abdullah Öcalan, de leider van de verboden gewapende Koerdische Arbeiderpartij PKK.

Na twee aanslagen door de PKK, waarbij op zondag en maandag in totaal dertig politiemensen en militairen zijn gedood, moet de HDP het ontgelden. Sluimerende anti-Koerdische gevoelens richten zich op de partij die op 7 juni voor het eerst de kiesdrempel haalde en die daarmee de heersende AKP van haar absolute meerderheid beroofde. Sinds zondag zijn 128 kantoren van de partij aangevallen, waarbij ruiten zijn ingegooid en gepoogd is brand te stichten.

„PKK is HDP en andersom”, zegt Mustafa, eigenaar van een kledingwinkel tegenover het pand. Hij wil zijn achternaam niet geven. „Ze provoceren en ze hebben wapens in dat kantoor.”

Maandag bleef het in Bagcilar nog stil. Bij winkels en appartementen werden Turkse vlaggen buiten gehangen om te rouwen voor de omgekomen militairen. Dinsdagavond rukte een snel groeiende groep nationalistische jongeren op door de straat en probeerde het gebouw binnen te dringen. Een van de kreten die ze scandeerden: „We willen geen (militaire) operatie, we willen een bloedbad.”

„Als we zelf geen bloempotten en stoelen vanaf het balkon waren gaan gooien waren we levend verbrand door hun molotovcocktails”, zegt Aziz Parlak Yildiz. Een paar uur nadat de nationalisten waren afgedropen beukte een speciale eenheid van de politie de dikke metalen deur in. Alle 63 aanwezige partijleden werden hardhandig opgepakt en een paar uur later weer vrijgelaten.

Intimidatie, de autoriteiten zijn tegen ons, concluderen de mannen in het kantoor. Vooral president Erdogan krijgt de schuld. Hij wil volgens de Koerden chaos in het land creëren om zijn partij zo de volgende verkiezingen te laten winnen. „Hij sleurt het land mee een burgeroorlog in door zich vast te klampen aan de macht”, zegt vice-voorzitter Abdulstar Balsak. Inmiddels staat tegenover het kantoor wel een bus vol politiemannen met mitrailleurs ter bescherming.

Bij Bakadir Börek Salonu, een broodjeszaak in het centrum van Bagcilar, drinken drie winkeliers thee. Twee Koerden en een Turk. Ze betreuren de spanningen waardoor ze hun winkels dichtgooien als het duister valt om uit de eventuele vuurlinie te blijven. ,,Vanaf mijn vroegste herinneringen is er geweld”, vertelt Nevzat Sacaklidir (29). Als het leger het huis van zijn ouders niet binnenviel, dan klopte de PKK wel op het raam om te eisen dat zijn vader meedeed aan de strijd. Van politiek moet hij sindsdien niets hebben. „Over welke partij je het ook hebt, het gaat altijd over de rug van gewone mensen.”

    • Marloes de Koning