Opinie

    • Peter Winnen

Tom maakt ons gek, niet zichzelf

Tom Dumoulin houdt het hoofd koel. Al zou hij de leiderstrui verspelen, dan nog vindt hij dat zijn Vuelta niet meer stuk kan. „Ik moet nu dicht bij mezelf blijven en de rust bewaren”. Dat kunnen we aan Tom wel overlaten. Tom maakt ons gek, niet zichzelf.

Op tweeëneenhalve week tijd kwam er een nieuwe Indurain tot stand: de volbloed tijdrijder kreeg klimmersvleugels. Die had hij natuurlijk al langer, ze moesten alleen nog wat drogen in de zon. Behalve dat gaat Tom niet kapot in een lange ronde.

De tijdrit van woensdag was van een gedroomde perfectie. Ik keek ernaar en moest denken aan een heel duur maatpak: alles klopte, geen vouwtje dat het beeld verstoorde. Tom sneed door de stratosfeer als een vergulde brievenopener.

Gek genoeg zag ik hem ook door een sneeuwjacht razen. Waar kwam dat beeld dan vandaan? Ik opende mijn archief en vond wat ik zocht: een interview met Tom Dumoulin in De Limburger, gepubliceerd op 5 februari. Het ging over tijdrijden. Dumoulin was al druk bezig met de voorbereiding van de tourproloog in Utrecht, vijf maanden verderop.

De verslaggever sprak hem niet alleen, hij volgde hem ook, hopelijk in een auto, tijdens een zogenaamde blokkentraining op de tijdritfiets. Het sneeuwde licht toen ze vertrokken. Opeens weigerde het elektronisch schakelapparaat dienst. Dumoulin keerde om. „Dan maar geen tijdrittraining”. Op de gewone racefiets keerde hij na een poos ook om. Het werd te gevaarlijk op de weg, de sneeuw viel als een massa neer. Toen werd het een rit op de mountainbike van een uur of vijf. „Ook niks mis mee”, vond Tom.

Het verhaal lijkt vrij betekenisloos, maar het levert een prachtig vergezicht op van hoe het er in de kop van Dumoulin aan toe gaat. Het is precies dat pragmatisme en die onverschilligheid die de kampioen maakt. Focus, zonder er onder gebukt te gaan.

In het interview deed Tom nog een paar opmerkelijke uitspraken. Tijdrijden vind hij helemaal geen fijne discipline. „Het is zowel fysiek als mentaal de ultieme zelfkastijding”. Zelfs als hij tijdens een ideale rit geen pijn voelt geniet hij er niet van. „Alleen achteraf kan de voldoening enorm zijn. Dan heb ik er wel lol in.” Spraakzamer dan Indurain is hij in elk geval. Van Indurain is nog steeds niet bekend of hij lol had in zichzelf.

Die feilloze tijdrit van eergisteren. Ik stel me voor hoe zijn directe concurrenten Aru en Rodríguez op hun hotelkamers naar de samenvatting hebben gekeken. Terwijl straaljager Tom laag vloog moet de goeiige Rodríguez in zichzelf een krom getrokken dwerg hebben gezien. Aru, die overigens zichzelf oversteeg, ontwaarde in de spiegel van het televisiescherm waarschijnlijk een anti-aerodynamische trekpop. Dodelijk, met nog een paar dagen te gaan.

    • Peter Winnen