Spelen met foutheid is de nieuwe esthetiek

Met de komst van Het Tijdelijk Modemuseum en de flirt van de Fashion Week is Rotterdam ontdekt als modestad. Het geheim? „Rotterdammers laten zich niets voorschrijven.”

Vivian. Foto Imara Angulo Vidal

Ze zijn Rotterdams trots: modeontwerpster Marga Weimans, die in 2014 een overzichtstentoonstelling in het Groninger Museum kreeg, en Susan Bijl, wier tassen over de hele wereld in het straatbeeld op doemen. Om in Amsterdam het massatoerisme te ontlopen vestigde ook ontwerpster Joline Jolink zich twee jaar geleden in de Maasstad: in Rotterdam is minder ruis en opsmuk.

Voor de glitter & glamour van de modewereld lijkt de eigenzinnige Rotterdammer weinig interesse te hebben. Hoewel de stad steeds meer te bieden heeft, moet je voor grote, luxe merken nog niet in Rotterdam zijn. Door de komst van steeds meer toeristen zal dat echter niet lang meer duren. „Het is juist interessant voor iconen als Dior en Louis Vuitton om naar Rotterdam te komen”, zegt ondernemer Nen Xavier, eigenaar van de gelijknamige winkel op de Van Oldenbarneveltstraat. „Maar in vergelijking met steden als Amsterdam of Parijs is de presentatie in Rotterdam anders. Je hebt hier niet één winkel met één merk, maar meerdere ontwerpers onder een dak. Ondernemers met passie voor het vak maken voor hun klanten een selectie vooraf. Het is persoonlijk en gericht, er is goed over het aanbod nagedacht. De lat ligt hoog, we streven vooral naar kwaliteit en eigenzinnigheid. Daarin onderscheidt Rotterdam zich van andere steden.”

Eigenzinnigheid lijkt het sleutelwoord voor de Rotterdamse modescène. Ellie Uyttenbroek legde zo’n beetje alle modetrends die door het land trokken vast en Rotterdammers doen het nét even anders: „Toen iedereen het alleen nog maar over hipsters en normcore (jezelf zo normaal mogelijk kleden om niet op te vallen) had, zag je in Rotterdam meteen een tegenreactie. De gabber-look uit de jaren 90 komt bijvoorbeeld weer helemaal terug. Uitgegroeid geblondeerd haar, badslippers en een glazenwassers-oorbel: pure wansmaak om de huidige vintage-foodtruck-feelgood hype op de hak te nemen. Rotterdammers zijn trots op hun arbeidersstad, geneuzel over eten of fashion is niet aan ze besteed.”

Foute look

Bij styliste Isis Vaandrager wekt die Rotterdamse wansmaak interessante vragen op: „Soms kun je er je vinger niet op leggen; is deze foute look een karikatuur of juist bedoeld om een serieus statement te maken? Mode is herkauwen, maar kids van nu weten niet altijd waar dingen vandaan komen. Ze spelen gewoon met de foutheid en kunnen met een Chanel-pakje en een witte legging opeens een Anita-look creëren. Het is op het randje, een nieuwe esthetiek. Kitscherige chicheid, noem ik het maar.”

Ook de Rotterdamse ontwerpster Sam Cruden speelt in op de eigenzinnigheid van haar stadsgenoten: „Rotterdammers weten wat ze willen en customizen desnoods hun kleding om het te personificeren. Ik heb een aantal jaren in Italië gewerkt, waar mode verfijnd maar ook massaal is. Een hip item als een geel bomberjack bijvoorbeeld draagt daar iedereen en op dezelfde manier. Als zo’n trend naar Rotterdam overwaait wordt zo’n jas direct eigen gemaakt door ’m compleet anders te combineren of zelfs naar eigen wens aan te passen. Rotterdammers bepalen het graag zelf. Kleermakers maken overuren in deze stad.”

In plaats van het oude te behouden of te kopiëren drukt de Rotterdammer liever haar eigen stempel. Recyclen van modetrends is voor ontwerpers dé manier om zich steeds opnieuw uit te vinden, maar Rotterdam heeft een haat-liefdeverhouding met het verleden. Wat oud is wordt snel vervangen door iets nieuws. Rotterdam is gemengd, het straatbeeld gevarieerd en achter elke hoek is een andere sfeer voelbaar. Die karaktereigenschappen zie je terug in de mode. Nen Xavier: „Wederopbouw zit in onze genen. We zijn aanpakkers en krijgen door de haven veel invloeden van buiten af. Aan de andere kant willen Rotterdammers niet te veel opvallen en zit de doe-nou-maar-gewoon-mentaliteit ons een beetje in de weg. Kleding moet vooral in balans en rustig zijn, niet te flamboyant. Mijn klanten combineren bijvoorbeeld een zwart H&M-jurkje met een okergele designjas van een mooie, zware stof. Wie oog voor detail heeft ziet dat die jas flink wat gekost heeft, maar we lopen er niet mee te koop.”

Slow design

Met grote shows en twee keer per jaar een nieuwe collectie is de huidige modewereld nog erg traditioneel. Sam Cruden bedacht voor Diesel in Italië ruim 350 nieuwe items per seizoen. Vanzelfsprekend in mode-mekka’s als Parijs en Milaan, maar Rotterdamse ontwerpers doen liever aan slow design. Zo bedacht de Rotterdamse ontwerpster Monique van Heist ‘Hello Fashion’: een bestaande garderobe van haar ontwerpen waarin ze haar ‘klassiekers’ ververst en er regelmatig nieuwe stukken aan toevoegt. Joline Jolink: „Deadlines op collecties leggen veel druk op het productieproces. Schaven aan het ultieme ontwerp is een doorgaand proces. Bij mij komt een ontwerp pas in de winkel of online als het helemaal af is, niet omdat het seizoen er om vraagt. Goeddoordachte ontwerpen en kwaliteit leveren, over het hele jaar uitgesmeerd, dat is wat mijn klanten verlangen.”

Is een glitter & glamour-event als de Fashion Week wat twee keer per jaar plaats vindt dan wel aan Rotterdam besteed? Ellie Uyttenbroek: „Grote ketens en ontwerpers maken het mogelijk je allerlei identiteiten aan te meten, maar trends ontstaan op straat. Ook de tijd dat exclusieve merkkleding alleen beschikbaar was voor mensen met geld is voorbij. Door fashion bloggers en webshops hebben we 24/7 toegang tot alle soorten kleding. Zo’n evenement is leuk, maar het voegt voor mij weinig toe. Rotterdammers laten zich niets voorschrijven, ze doen toch wel wat ze willen.”

Ook Sam Cruden heeft haar twijfels: „Wat modebewuste Rotterdammers dragen moet vooral tijdloos, kwalitatief goed gemaakt en functioneel zijn. Zonder poeha. Maar échte verfijning mis ik nog. Dat zit niet in onze Nederlandse, calvinistische aard. Maar de stad zit in de lift en trekt steeds meer toeristen, dat duwt ondernemers en ontwerpers in een nieuwe richting. Een spannende ontwikkeling, dus wie weet.”