Singapore is nog niet toe aan revolutie

De ontevredenheid in de stadstaat groeit, vooral jongeren eisen invloed op de gang van zaken.

Een aanhanger van de oppositionele Workers’ Party op een verkiezingsbijeenkomst. Foto Roslan Rahman, AFP

Wie denkt dat Singaporezen hun democratie niet koesteren, moet op deze warme avond in verkiezingstijd bij het Serangoon Stadium in kleermakerszit op het grasveld plaatsnemen. 30.000 mensen luisteren, ijsjes likkend, naar kopstukken van de Workers’ Party, de grootste oppositiepartij van de stadstaat.

Als je de politici aanhoort van de Workers’ Party, in lichtblauwe overhemden die hun imago als partij voor blauwe boorden moeten versterken, heeft de regering veel fout gedaan sinds de vorige verkiezingen in 2011. „In onze plannen groeit de economie bijna even hard, maar ontstaat minder druk op onze voorzieningen want wij laten een miljoen minder buitenlanders toe”, roept kandidaat Chen Shaw Mao, een van de beste bedrijfsadvocaten van Singapore. Geroezemoes; dit is wat mensen willen horen. „Kies voor ons, de toekomst van de natie staat op het spel!”

Weer kabaal. Dit zijn de spannendste verkiezingen ooit, zeggen velen. Voor het eerst sinds 1963 dingen meerdere kandidaten mee naar alle 89 parlementszetels. De tijd is voorbij dat kandidaten van de regeringspartij zonder echte stembusgang verkozen werden. De kans dat Singapore een levensvatbare oppositie krijgt is reëel. Een unicum in dit bestuursmodel van een dominante, onkreukbare overheid, beperkte burgerrechten en vrije markt.

Verborgen armoede

De onvrede over het functioneren van de People’s Action Party van premier Lee Hsien Loong (63) groeit. „De verborgen armoede is groot”, zegt de populaire blogger Kirsten Han. In 2011 kreeg de PAP 60 procent van de stemmen, het slechtste resultaat ooit. „Sindsdien is de PAP iets naar links opgeschoven”, zegt Han.

De wachttijden in ziekenhuizen zijn teruggebracht, pensioenvoorzieningen verbeterd en subsidies om appartementen te kopen uitgebreid. „Toch blijft dit een duur land. Veel inwoners leven van salarisstrookje naar salarisstrookje. Ik ook. Bijna mijn hele salaris gaat op aan mijn appartement”, zegt Han, een twintiger met een scherpe tong en een grote hipsterbril.

Het stilzwijgende akkoord waarbij de bevolking burgerrechten liet afkopen in ruil voor welvaart, een schone stad en goede scholen loopt op zijn eind, zegt Han. „Er zijn steeds meer jonge mensen die zeggen: ik wil een echte politieke stem.”

Volgens haar was het opgeven van vrijheid niet nodig voor om de opmars van een arm en klein land. „Zo kansarm waren wij niet.” Als Singapore echt een moeras was, zoals de PAP beweert, waarom sprak Churchill dan over het juweel van het Verre Oosten? „Het was al een strategisch belangrijke handelsstad.”

Kiesdistricten opnieuw getekend

Toch krijgt de oppositie weinig ruimte. De kiesdistricten worden bepaald door een commissie onder controle van de premier. De grenzen van districten waar de uitslag de vorige keer tegenviel zijn opnieuw getrokken. Opiniepeilingen zijn verboden. De staatspers bevoordeelt de PAP. De politie geeft vaker toestemming voor hun bijeenkomsten, zoals dit keer, tijdens lunchtijd in het hartje van het zakencentrum.

Met uitzicht op de kantoorkolossen van de grote banken die van Singapore een onmisbaar kruispunt in de wereld maken, spreekt premier Lee mannen in overhemden met donkere zweetplekken toe en vrouwen die om de hitte uit hun naaldhakken stappen. „Wij zijn een klein rood stipje in een grote wereld”, aldus Lee. En dus zijn er altijd dreigingen voor Singapore. „Kijk naar de aanslag in Bangkok. Hebben de daders banden met Indonesische terroristen die aanslagen in Singapore willen plegen? Spanningen tussen Maleisiërs en andere groeperingen nemen toe. Dat roept herinneringen op. Wij van de PAP zijn de bewakers van Singapore.”

Lee lardeert angstpolitiek met anekdotes over zijn in maart overleden vader, Lee Kuan Yew (LKY), de grondlegger van het moderne Singapore. „Zolang ik aan de macht ben, gooit niemand dit omver”, herhaalt hij diens beroemde uitspraak.

Dat Lee nu verkiezingen houdt laat zien teken dat zijn macht onder druk staat. Hij had nog een jaar kunnen wachten, maar hij besloot dat nu het juiste moment was, een half jaar na de grootse begrafenis van zijn vader en nog geen maand nadat Singapore zijn vijftigjarig bestaan vierde.

Zijn toespraak slaat aan. Een lange Indiër pakt zijn smartphone. Hij opent de groepschat met zijn hardloopgroepje. „Zeer charismatisch. Goeie vent. Eindelijk begint hij een beetje op LKY te lijken.”

De kans dat vandaag een meerderheid Lee naar huis stuurt is klein. Ontevreden zijn over de regering mag, maar de stabiliteit van het land op het spel zetten geldt voor veel Singaporezen als een doodzonde.