Niet hard, wel buitengewoon taai

Vorige week streed hij met succes voor een hoger jeugdloon, morgen voert hij actie tegen bezuinigingen in de zorg. Gijs van Dijk geldt als een talent binnen de FNV. En ja, hij heeft de ambitie om voorzitter te worden. „De FNV moet af van het imago van verouderde club.”

Gijs van Dijk (met grijze trui) tijdens een manifestatie op de Dag van de Arbeid, afgelopen mei. Foto Amaury Miller

Morgen staat hij op het podium van de vakbondsactie ‘Red de Zorg’ in Amsterdam. FNV’er Gijs van Dijk zit ook midden in het conflict – met het kabinet én de andere vakbonden – over de pensioenen en salarissen van ambtenaren. Hij leidt de felle actiegroep Young & United die een hoger jeugdloon eist en afgelopen week ineens succes had: de Tweede Kamer stemde vóór zo’n hoger loon. In de FNV geldt Van Dijk als een talent, hij wordt gezien als de meest waarschijnlijke opvolger van FNV-voorzitter Ton Heerts. En ja, als je hem ernaar vraagt, zegt hij dat ook gewoon: die ambitie heeft hij.

Socioloog, lid van GroenLinks, 34 jaar. Gijs van Dijk woont met zijn vrouw en zoontje op Texel. Wie hem goed kent, begint over zijn „nieuwsgierige, open houding”. Zelf praat hij liever over de „confrontatie” die dringend nodig is voor de FNV, ook al verandert het Nederlandse Polderoverleg daardoor. „De FNV”, zegt hij in een café bij de veerboot naar Texel, „is te veel geneigd om compromissen te sluiten. Dat zit in onze cultuur. De FNV is altijd maar vriendelijk.”

En misschien is het nu even anders – ruzie met ministers, ruzie met andere vakbonden die wél een akkoord hebben gesloten over de ambtenaren, gedoe met het CNV over de zorgactie – wat Van Dijk betreft blijft het anders. „We moeten nu eerst onszelf versterken. We moeten de leden beter leren kennen, de werkvloer op, meer jongeren aantrekken en niet alleen de cao-boer zijn voor een sector, maar er midden in staan en weten wat er speelt.”

Zoals nu met de zorg. De actie, die hijzelf leidt, gaat niet niet alleen over geld, banen, arbeidsvoorwaarden, maar ook over de macht van verzekeraars en de kwaliteit van de zorg.

In het dagelijks bestuur van de FNV gaat Van Dijk over pensioenen, arbeidsmarkt en zorg. Het is niet zo dat hij heeft bedacht om zijn ambitie voor de voorzittersfunctie nu eens bekend te maken in een gesprek met deze krant, net vóór de zorgactie. In zijn omgeving is het hem afgeraden: maak van jezelf geen kroonprins. Maar als je het hem vraagt, krijg je antwoord.

Eerst met een lang verhaal over de vakbeweging die vorig jaar een crisis doormaakte – de fusie van FNV-bonden mislukte bijna – en in 2011 bijna uit elkaar was gevallen door ruzies over de pensioenen. De FNV, vindt Van Dijk, staat te ver af van de werkvloer en moet dringend op zoek gaan naar méér contact met jongeren, om af te komen van het imago van een verouderde club. En dan: „Ik zou het een grote stap vinden om daar leiding aan te geven en dat wil ik, ja.”

Maar niet morgen. „In de toekomst. Als het momentum er is. Je moet natuurlijk ook nog wel worden gekozen door de leden.” En er is nog iets: Van Dijk twijfelt soms of de veranderingen die hij wil, erin zitten. „Ik moet eerst zíén dat het die kant op kan gaan.”

Talent

Ton Heerts (48) is sinds 2012 FNV-voorzitter en zijn termijn loopt tot het voorjaar van 2017. Maar FNV’ers die hem goed kennen, zeggen dat hij niet van plan is om zo lang te blijven. Hij wilde de FNV door de pensioencrisis heen helpen, de fusie rond krijgen. Als er een goed moment komt om te gaan, zeggen betrokkenen, doet hij dat.

Gijs van Dijk is nu de eerste die zegt dat híj wel voorzitter wil worden. Ook FNV-bestuurder Ron Meyer (33) geldt als een talent, maar hij lijkt nu de belangrijkste kandidaat te zijn om dit najaar voorzitter te worden van de SP.

Van Dijk zegt dat hij in de FNV de pensioenen wilde doen omdat dat zo’n gevoelig onderwerp is: de FNV heeft een grote achterban van ouderen die denken dat elke verandering in de pensioenen ten koste gaat van wat zij hebben opgebouwd. En dat je de risico’s altijd samen moet dragen. „Eén vonkje en het laait weer op. Maar we willen er ook zijn voor mensen op de wilde kant van de arbeidsmarkt: de flexibele werknemer, de zzp’er die maar net kan rondkomen.”

De belangrijkste taak die Van Dijk nu ziet voor FNV-bestuurders: de vakbeweging bij elkaar houden en het echte vakbondswerk doen. „Het is niet zo dat ik weer een crisis zie aankomen, maar dat moet ook echt niet. Een nieuwe crisis betekent het einde van de vakbond. Dan is de rek eruit.”

De Sociaal-Economische Raad (SER), het overleg van werkgevers, werknemers en onafhankelijke experts, kwam begin dit jaar met een advies over pensioenen: er wordt onderzoek gedaan naar een pensioen waarin de deelnemers zelf sparen, maar toch risico’s samen delen.

Dat de FNV er zonder gedoe mee akkoord ging, is de verdienste van Gijs van Dijk, zegt oud FNV’er Peter Gortzak, nu hoofd beleid bij pensioenuitvoerder APG. „Het schisma over het pensioen is er nog, maar hij haalt de hitte eraf: in deze variant zitten elementen van beide stromingen.”

Zijn tegenspeler in de SER, Cees Oudshoorn van werkgeversorganisatie VNO-NCW, noemt Van Dijk „een plezierige jongen”. „Heel jong, hij zit vol levenslust.” Maar Oudshoorn is er nog niet zeker van dat het zal lukken om de FNV een ander soort pensioen te laten accepteren. „We bestuderen nu alleen een variant, er is niet gekozen. Ik vind dat Gijs van Dijk een goed oog heeft voor juist de positie van jongeren, maar dat levert in de FNV spanningen op. Ik merk dat hij daar soms prikkelbaar van wordt.”

Labbekakken

Vóór de zomer ging een SER-vergadering niet door: de FNV wilde niet aan tafel zitten met VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer die Bijstandsgerechtigden „labbekakken” had genoemd. Let op, had Gijs van Dijk van te voren gezegd: in de eerste SER-vergadering na de zomer zal Heerts er publiekelijk over beginnen tegen De Boer.

Op die vergadering, over stadsontwikkeling, houdt Van Dijk een toespraak over zijn ‘stad’. „Die wordt jaarlijks bezocht door zo’n 700.000 toeristen en er wonen minder dan 14.000 mensen, net zoveel als het aantal schapen. En wist u dat er in mijn stad een berg ligt van maar liefst 15 meter hoog? Het is Texel, met al 600 jaar stadsrechten.”

De SER-leden lachen, de sfeer is goed. En Ton Heerts? Die zegt niets over de labbekakken. „We hebben afgesproken om dat binnenskamers te houden”, zegt hij later.

Is dat wat Van Dijk in het café bedoelde: dat de FNV te graag aardig wil zijn? „Ja”, zegt hij door de telefoon. „Er is onderling over gesproken, maar ik denk toch dat je er publiekelijk op moet terugkomen. We waren boos.”

Maar: „Ieder zijn stijl. Ik hou wel van de directe confrontatie.”

Oudshoorn van VNO-NCW heeft dat nog niet meegemaakt met Van Dijk. Maar bij de pensioenen staan werkgevers en werknemers ook niet lijnrecht tegenover elkaar. „Dus hij hoeft bij mij de barricades niet op.”

Uit een rondje gesprekken met anderen die Van Dijk van dichtbij meemaken of hebben meegemaakt, komt ook niet het beeld naar voren van een harde, op de confrontatie gerichte vakbondsman.

Manieren

„Hij kan nijdig zijn”, zegt PvdA-Kamerlid Roos Vermeij, „en is duidelijk in wat hij vindt. Maar hij luistert goed en maakt dat je daardoor veel zegt.” Oud FNV-voorzitter Agnes Jongerius noemt Van Dijk „nieuwsgierig naar ideeën van anderen”. „Ik zie dat vaak bij de jongere generatie: openheid in plaats van ‘zo zijn onze manieren’.”

Van Dijk is „niet het type gestaald vakbondskader”, zegt de Amsterdamse GroenLinks-fractievoorzitter Rutger Groot Wassink. „En misschien is hij niet hard, wat lastig kan zijn in een vakbondsomgeving, maar wél taai. Als hij iets in zijn kop heeft, krijg je het er niet uit.”

Bijna iedereen begint over de toespraak die hij hield bij de uitvaart van oud-FNV’er Ton Rolvink, voor de zomer. „Hij deed het precies zoals de familie graag wilde”, zegt Liesbeth Verheggen van de onderwijsbond AOb. „Het ging over Ton in de FNV, maar het was ook heel persoonlijk.”

FNV-voorzitter Ton Heerts zegt: „Iedereen zag op die begrafenis: daar staat iemand.” In zijn kantoor in Woerden noemt Heerts de drie prioriteiten die hij had bij zijn aantreden: de fusie van losse FNV-bonden moest lukken, het ‘sociaal akkoord’ met de werkgevers over de arbeidsmarkt moest worden uitgevoerd, jonge talenten moesten een kans krijgen. „Gijs valt zeker in dat derde pulletje, net als een paar anderen. Maar de verkiezingen staan gepland voor 2017 en er is voor mij geen aanleiding om iets anders te gaan doen. Het is wel zo: in dit werk is de dag van morgen altijd een andere dan de dag van gisteren, maar ik zit hier nog wel even.”

    • Petra de Koning