Missie Mali kent ook grenzen

In alle rust heeft de Tweede Kamer gisteren ingestemd met het kabinetsbesluit om de Nederlandse militaire bijdrage aan de VN-vredesmissie MINUSMA in Mali te verlengen tot eind volgend jaar. De meerderheid van de Kamer die ja zei, heeft hier goed aan gedaan. Nu alweer stoppen met de vorig voorjaar begonnen missie – met 450 man momenteel de grootste van Nederland – zou regelrechte kapitaalvernietiging zijn.

De Nederlandse militairen in Mali hebben een specifieke taak die bestaat uit het verzamelen en analyseren van inlichtingen ten behoeve van de totale VN-vredesmacht. Het opbouwen van een informatienetwerk vergt tijd en zorgvuldigheid. Dat vergt een langetermijninspanning.

Nederland voldoet met de aanwezigheid in Mali aan zijn grondwettelijke plicht de internationale rechtsorde te bevorderen. Maar terecht wijst minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) erop dat de Nederlandse deelname ook een vorm van verlicht eigen belang is. Wat dat betreft had de enscenering in de Tweede Kamer gisteren niet beter uitgekozen kunnen worden. Terwijl in de plenaire zaal werd gedebatteerd over het antwoord op de aanhoudende vluchtelingenstroom, werd in een zijzaal aan de hand van de militaire missie in Mali gesproken over een van de oorzaken van die stroom.

Mali ligt al sinds de veertiende eeuw op een kruispunt van handelsroutes met indertijd Timboektoe als florerend handelscentrum. Tegenwoordig heeft het land te maken terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit. Via de oude handelsroutes worden drugs en wapens gesmokkeld. Maar ook door mensensmokkelaars vervoerde migranten op weg naar een bestaan in Noord-Afrika en Europa.

De redengeving voor de aanwezigheid is dus duidelijk. Maar vervolgens komt de vraag aan de orde of met de aanwezigheid van de ruim 10.000 man tellende VN-vredesmacht een „deuk in een pakje boter geslagen kan worden”, om met minister Koenders te spreken. Het lijkt een indrukwekkend aantal militairen, maar Mali is een immens land. Niet voor niets zit de in het noorden gestationeerde VN-missie dringend verlegen om meer transportcapaciteit.

Er zal substantieel resultaat moeten worden gemeld. Sinds dit voorjaar is een vredesakkoord tussen verschillende partijen van kracht, maar dit akkoord is broos. Op diverse plekken is de strijd de afgelopen maanden opgelaaid. Dat maakt de VN-missie tot een bovengemiddeld gevaarlijke. Sinds deze twee jaar geleden begon, zijn er al 56 slachtoffers gevallen onder wie twee Nederlanders.

Het is goed dat de Nederlanders langer blijven. Maar tevens moet de VN duidelijk gemaakt worden dat verlenging geen automatisme is. De aanwezigheid moet zich bewijzen.