Leven, wonen en slapen met de strijders van Boko Haram

Inside Nigeria’s Unholy War is de ondertitel van het boek dat journalist Mike Smith van het Franse persbureau AFP heeft geschreven over de Nigeriaanse terreurgroep Boko Haram. Bijna dagelijks zijn de islamitische strijders in het nieuws met (zelfmoord)aanslagen in Noordoost-Nigeria, maar over het wezen van de terreurbeweging en de diepere beweegredenen van haar aanhangers bestaat nog veel geheimzinnigheid.

Smith pretendeert die kennisleemte van ‘binnenuit’ op te vullen, maar die belofte maakt hij niet waar. Alles wat hij beschrijft, was al bekend – mede door zijn eigen verslaggeving als correspondent tussen 2010 en 2013, met Lagos als standplaats.

Smith presenteert veel feiten, duikt diep in de islamitische geschiedenis van de regio. Je proeft zijn ingehouden woede over de onverschilligheid van de Nigeriaanse politieke klasse jegens het lot van de vele slachtoffers van achterstelling en geweld. Helaas levert dat geen rode draad noch nieuwe inzichten op.

De Nederlandse Manon Stravens toont zich een stuk bescheidener in haar journalistieke boek De opstand van Boko Haram. ‘De blinde vlek een beetje belicht’ heeft ze een van haar hoofdstukken genoemd. Aan de hand van reportages wil ze een tipje van de sluier oplichten.

Een gevluchte Nigeriaanse hulpverleenster in Jos zegt het treffend. ‘Er zijn twee Boko Harams. Je hebt hen die in de bossen leven en hen die zich in de dorpen begeven, tussen de gewone mensen zoals jij en ik.’ Ze windt er geen doekjes om: ‘Ze begeven zich onder ons. We leven met Boko Haram, we wonen, werken en we slapen soms ook met ze.’

Smith sloot zijn boek vorig jaar af. De ontvoering van 276 schoolmeisjes uit Chibok, wat met name in de VS protest ontlokte, komt nog aan bod. Maar belangrijke ontwikkelingen daarna kwamen te laat. Zoals de opmerkelijk vreedzame presidentswisseling van dit voorjaar, waarbij de tekortschietende Goodluck Jonathan het veld ruimde. Of het regionale militaire offensief dat Boko Haram nu in het defensief heeft gedrukt.

Bezwaarlijker dan het ontbreken van die actualiteit is dat Smith de lezer nergens in zijn boek het gevoel geeft in het binnenste van de ‘onheilige oorlog’ van Boko Haram te zijn beland. In zijn proloog beschrijft hij een ontmoeting met een informant van Boko Haram. Terugkijkend zegt hij te betwijfelen of het wel echt een aanhanger van de terreurbeweging was. Zulke ontboezemingen illustreren hoe moeilijk het is om als (westerse) journalist te opereren in Nigeria, en ze brengen de lezer ook niet dichter bij Boko Haram.

Ook Stravens moest soms gissen naar de ware identiteit en motieven van haar gesprekspartners. Maar beter dan Smith slaagt ze erin met haar schrijfstijl de lezer aan de hand te nemen tijdens haar verkenningsreizen langs de grenzen van het gebied van de ‘soldaten van Allah’.

    • Wim Brummelman