Krijgt Tom Dumoulin Nederlandse hulp?

Lotto-Jumbo bood aan om klassementsleider Tom Dumoulin te helpen. Maar dat is verboden in het wielrennen.

Klassementsleider Tom Dumoulin pareerde gisteren alle aanvallen van zijn naaste belager Fabio Aru. Foto JAIME REINA / AFP

Oranje Boven in Spanje. Merijn Zeeman, ploegleider van Lotto-Jumbo, schaarde zich deze week openlijk achter zijn landgenoot Tom Dumoulin. „We hopen van harte dat Tom in het rood komt en dat we hem kunnen verdedigen”, zei Zeeman tegen de NOS. Waar het kan, zou Lotto-Jumbo zich inspannen voor de klassementsleider in de Vuelta.

Een nobel streven, maar controversieel. Als werknemer van het Duitse Giant-Alpecin, mag Dumoulin alleen geholpen worden door eigen ploeggenoten en niet door renners van Lotto-Jumbo. Hulp van andere ploegen is tegen de regels van de wielersport.

„Ik denk dat hij zich heeft laten leiden door een soort nationale trots”, zegt oud-renner en voormalig bondscoach Leo van Vliet. „In Nederland vinden we het uniek wat Dumoulin presteert en misschien overheerst dat gevoel ook binnen Lotto-Jumbo. Dat een ploegleider dit zo openlijk zegt, heb ik niet vaak meegemaakt.”

Nu Dumoulin de voornaamste kanshebber op de eindzege is, zijn Nederlandse wielerliefhebbers vervuld van hoop, tot aan de leiding van Lotto-Jumbo aan toe. Maar de uitspraak van Merijn Zeeman lijkt geen bevlieging van nationalisme. Het leek er meer op dat hij onbeschroomd uitkwam voor een fenomeen dat meestal op de achtergrond blijft hangen in de wielersport: het smeden van allianties.

„In het wielrennen ben je altijd op zoek naar gezamenlijke belangen”, verklaart Erik Breukink, voormalig wielrenner en nu ploegleider. „Jij de ritzege, ik een goede tijd voor het klassement. Maar zoiets ontstaat meestal tussen renners in de koers. Niet op voorhand tussen ploegen.”

Wielrenner Pieter Weening noemt de uitspraak van Zeeman makkelijk. „Het is snel gezegd, maar moeilijk om het ook echt te doen”, zegt de oud-renner van de Rabobankploeg, nu rijdend voor Orica-Greenedge. Want in hoeverre kan de klassementsleider hulp verwachten van een ploeg die laatste staat in het ploegenklassement en geen klimmers in de gelederen heeft? Weening: „Als er al hulp is, zal die miniem zijn.” Van Vliet: „Lotto-Jumbo is niet sterk in de bergen. Ze staan niet voor niets laatste. Ik denk dat het allemaal weinig impact heeft.”

Hulp bij materiaalpech

Weening maakte nooit mee dat ploegen op topniveau samenwerkten. Wel dat individuele renners elkaar hielpen. Zoals in de Ronde van Italië van dit jaar, toen zijn ploeggenoot Simon Clarke een wiel gaf aan podiumkandidaat Richie Porte, die was getroffen door materiaalpech. Een geste van de ene Australiër aan de andere, maar de koersleiding greep direct in: zowel Porte als Clarke kreeg een tijdstraf van twee minuten. Porte stapte enkele etappes later af.

Om op voorhand de schijn van samenwerking te voorkomen heeft Addy Engels, ploegleider van Dumoulin bij Giant-Alpecin, zich gedistantieerd van de woorden van Zeeman. „We zullen geen gebruik maken van een verboden strategie”, zei Engels tegen de Spaanse krant AS.

Weening: „Als teams dezelfde belangen hebben zullen ze elkaar niet in de weg zitten, maar met twee teams voor één renner rijden? Lijkt me niet. Daarvoor zijn de belangen voor de eigen ploeg te groot. Voor een ander koersen zonder dat je er zelf beter van wordt, zal niet vaak voorkomen.” Van Vliet: „Goede ploegen hebben altijd hun eigen belangen.”

Tot in de jaren negentig gebeurde het vaker dat renners onderling samenwerkten. De salarissen waren toen veel lager, waardoor het voor renners aantrekkelijk was om hand-en-spandiensten te verrichten voor podiumkandidaten. Als een ingehuurde knecht die het tempo opvoert en de ander uit de wind houdt, in ruil voor een deel van het prijzengeld.

Andersom werden er ook allianties gesmeed: tegen iemand. Berucht was de Spaanse combine tegen de Schot Robert Millar, die in de Vuelta van 1985 uit de leiderstrui werd gereden door de latere Spaanse winnaar Pedro Delgado.

In de voorlaatste etappe besloten de Spanjaarden dat er maar één manier was om Millar van kop te stoten en dat was niet tegen, maar met elkaar rijden. Toen Delgado ervandoor ging met een andere Spanjaard, zou dat normaal tot een reactie in het peloton hebben geleid, maar nu werd er gezwegen door de mannen die wisten van zijn ontsnapping. Millar kreeg zo te laat pas door dat Delgado de achterstand omboog in een voorsprong. Woedend zei hij later: „Ik ga nooit meer terug naar Spanje.”

Dienstbare knechten

Het was de achttiende etappe waarin Millar werd beduveld. Dezelfde etappe waarin Tom Dumoulin gisteren zijn koppositie vasthield, zonder dat hij daarvoor was aangewezen op hulp van Lotto-Jumbo. Het waren zijn eigen knechten die dienstbaar tot het uiterste gingen.

Met oog op de resterende drie ritten is Leo van Vliet helder: „Hij moet gewoon achter zijn concurrent Fabio Aru blijven fietsen. Die heeft een goede ploeg om zich heen.”

    • Fabian van der Poll
    • Bas Tooms