'Ik heb de kracht van domme blinde haat gevoeld'

David Lagercrantz schreef het vervolg op de succesvolle Millennium-trilogie van Stieg Larsson. De wereld zat niet echt op zijn Millennium 4 te wachten, zo leek het. Toch bestormde Wat ons niet zal doden de afgelopen weken wereldwijd de bestellerslijsten.

David Lagercrantz wrijft onophoudelijk over zijn slapen. Hij is „opgelucht”, benadrukt hij, „maar vandaag gaat het niet helemaal lekker”. Dinertje gehad met de uitgeverij de avond ervoor, in zijn vijfsterrenhotel geen oog dichtgedaan – het is nu dinsdagochtend vroeg en de Zweedse schrijver is op de helft van een vijfweekse tour door Europa. „Het is een beetje een emotionele schok, een boek dat overal ter wereld met dit tempo verkocht wordt. Zware tijden met problemen zijn schokkend, maar plotseling succes is dat ook.”

Lagercrantz heeft de officiële erfgenaam van Stieg Larsson: hij mocht het vervolg schrijven op diens Millennium-trilogie, waarvan er wereldwijd zo’n 80 miljoen verkocht werden. Een nieuw boek over onderzoeksjournalist Mikael Blomkvist en hacker Lisbeth Salander, die samen het onrecht bestrijden. Hij kreeg de opdracht van de erven van de in 2004 overleden schrijver én zijn internationale uitgevers. Lagercrantz schreef het op een computer die niet aangesloten was op internet. „Dat was een eis. Het zou al te ironisch zijn als een boek over een hacker voortijdig zou uitlekken.”

Met dank aan een grote publiciteitscampagne bestormde Wat ons niet zal doden de afgelopen twee weken de bestsellerlijsten in 43 landen. Eerder schreef Lagercrantz (1962) de biografie Ik, Zlatan, over voetballer Ibrahimovic. Dat hoort, net als de Millennium-serie, tot de grootste succesboeken die Zweden de laatste jaren heeft voortgebracht.

En dat terwijl Zweden niet bepaald zat te wachten op uw Millennium 4, toch?

„Daarom ben ik opgelucht: nu zijn de reacties positief. Vóór de lancering van het boek werd ik achtervolgd als een politicus door paparazzi. Alle kranten schreven over me, de tabloids én de kwaliteitskranten. Ze wilden allemaal bloed zien, schreven vreselijke dingen. Ik mocht dit niet doen, het zou afbreuk doen aan Larssons erfenis. Ik had een te geprivilegieerde afkomst vergeleken met Larsson, alles was verkeerd aan mij. Wat ik Larsson aandeed was erger dan wat de slechteriken in zijn boeken deden. Verkrachting, moord. Dat is in serieuze kranten afgedrukt.”

Eva Gabrielsson, de vrouw met wie Larsson samen was, was ook erg tegen dit project.

„Dat zit me wel dwars. Ik vind het vervelend voor haar en ik hoop nog steeds dat ze alles wil accepteren wat de erven haar aanbieden. Maar ik geloof dat dit goed is voor het schrijverschap van Larsson, omdat het een nieuwe generatie lezers naar zijn boeken toe trekt. Eva Gabrielsson zegt: laat zijn schrijverschap rusten in vrede. Dat respecteer ik, maar ik heb nog nooit van een schrijver gehoord dat hij zijn schrijverschap in vrede wil laten rusten. Schrijvers willen gelezen worden. Het lijkt me goed als meer mensen kennismaken met Larssons werk, met zijn strijd tegen racisme en intolerantie. Nu met de vluchtelingencrisis is zijn werk belangrijker dan ooit. Het kan helpen Zweden een gastvrijer land te maken.”

Ze zegt dat het u en uw uitgevers om het geld te doen is.’

„Wat kan ik daarop zeggen? Van het boek over Ibrahimovic zijn er enorm veel verkocht. Ik deed dit voor de uitdaging. Ik houd wel van risico’s nemen, daar groei je van. Wat ons niet zal doden zal ons sterker maken, daar geloof ik in. Daarom heb ik ook een voorliefde voor iemand als Lisbeth Salander.”

Hoe kreeg u de opdracht?

„Ik was bezig met een eigen boek, maar mijn vrouw vond dat te depressief, te klagerig. Ik bleef te dicht bij mezelf, schreef alsof het therapie was. Ik werk het beste als ik mezelf tegen de wereld van een ander aan laat botsen. Zo ging het met het boek over Ibrahimovic en met mijn roman over de wiskundige Alan Turing. En die verhalen gingen over briljante, eigenaardige, anti-sociale types. Extreme figuren die ver afstaan van de slappe, neurotische intellectueel die ik zelf ben. Zo werd ik ook geobsedeerd door Lisbeth Salander, en door mijn journalistieke achtergrond kon ik me goed vereenzelvigen met Blomkvist.”

Het begon met de personages?

„En met een synopsis. Op een ochtend herinnerde ik me een verhaal dat ik als journalist had geschreven, over een autistisch jongetje dat zich zijn omgeving dagen later tot in detail kon herinneren. Dat leek me een mooi spiegelfiguur tegenover Lisbeth, en vroeg me af wat er zou gebeuren als hij getuige zou zijn van iets vreselijks. Op verzoek van mijn literair agent schreef ik een synopsis van zo’n acht A4’tjes. Dat keurden de internationale uitgevers goed – het was meteen big business, hè.”

Wat was uw opdracht?

„Ik moest schrijven wat ik wilde, mezelf wentelen in het universum van Larsson, maar ook iets van mezelf toevoegen. Ik moest niet doen alsof ik een Larsson-boek schreef.”

Maar dat deed u eigenlijk wel. Keek de geest van Larsson over uw schouder mee?

„In het begin wel, ik moest mijn voorliefde voor literaire metaforen onderdrukken, maar ik was gewend om in verschillende registers te opereren. Ik kon terugvallen op een effectgericht soort journalistiek proza. En ik moest hem wel vergeten: een thrillerschrijver mag niet bang zijn. Je moet soms niet te veel nadenken, maar wild doorschrijven en gekke ideeën durven doorzetten.”

Hoe lukte het u om Larssons personages eigen te maken?

„Wat ik in wezen van hem erfde zijn niet de personages, maar de mythologie die om Lisbeth Salander heen hangt. Die is bij alle helden uit de populaire cultuur hetzelfde: wat Lisbeth heeft meegemaakt tijdens haar opvoeding, heeft haar gevormd. Zo kwam Superman als Christusfiguur naar de aarde en Batmans ouders zijn vermoord. Daar lag nog terrein braak bij Lisbeth, waar ik in kon duiken om van haar een complexer personage te maken. Dat kon ik zelf toevoegen, zoals Christopher Nolan met zijn Batman-films iets toevoegde aan de Batman-mythe.”

U gaf Lisbeth wel een wat clichématig kwaadaardig zusje.

„Een goed cliché hoort bij het thrillergenre. De truc is om ermee te flirten. Als je zo’n karikatuur te serieus neemt en als realistisch persoon gaat beschrijven, gaat het mis. Maar in het superheldengenre zijn er daarnaast altijd de complexere figuren die het interessant maken. Het mooie van het genre is dat je ze allebei nodig hebt.”

De reacties op het boek zijn positief. Wat doet dat met u?

„Het relativeert de boel ook wel. Journalisten proberen elkaar nu te overtreffen in hun complimenten, terwijl ze elkaar eerst aftroefden met de grootste beledigingen. Het is opportunistisch. Met haat is niet per definitie is mis – wraak nemen op onrecht is een goede zaak, zoals Lisbeth Salander doet: vechten én nadenken. Maar ik heb nu gevoeld hoe groot de kracht van blinde, domme haat is. Dit boek schrijven was het spannendste wat ik in mijn leven gedaan heb. En misschien is het wel een mooie uitdaging om een vijfde Millennium-boek te schrijven, daar hebben we nu gesprekken over. Maar ik blijf niet mijn hele leven Stieg Larsson spelen. Veel te comfortabel. Ik blijf liever onzeker.”

    • Thomas de Veen