Hou eens op met die bouwtaal

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

Talent aanboren, managers doorzagen, prototypes in de steigers zetten, zekerheden borgen, waarden verankeren, voorstellen afhameren, piketpaaltjes slaan en contouren schetsen: ik ken behoorlijk wat kantoren waar collega’s de hele dag met elkaar praten alsof ze op een bouwput staan. Als ik mijn ogen dichtdoe hoor ik Ed en Willem Bever met Bob de Bouwer in overleg: „Kantelen, Buurman?” „Prima Buurman, kantelen.”

Ik krijg er veel vragen over in mijn kantoorjunglepraktijk. Waarom dit soort taal zoveel gebruikt wordt. Dan zeg ik: omdat het daadkrachtig klinkt en omdat het in ieder geval lijkt alsof er grote werken tot stand worden gebracht. Het klinkt ook gewoon lekker concreet als je zegt dat er dingen in cement worden gegoten, in de grondverf worden gezet en er bruggen worden gebouwd, ook al heb je alleen maar pilots staan monitoren, ook al heb je geen koffiekopje afgewassen en ben je naar de wc gevlucht toen er écht een bureau op een kantelpunt geroteerd moest worden.

Maar er zit natuurlijk ook een soort oerdrift achter het gebruik van dit soort taal. De drang om iets te willen maken wat niet in elkaar lazert zoals je carrière, maar wat gewoon blijft staan, jarenlang. Ik denk dat we daarom diep in ons hart allemaal het liefst in onze graafmachines naar kantoor zouden komen. Met een toolbelt om het middel, een helm op het hoofd en grote rollen bouwplannen onder de oksels. En dan lekker bestekken optuigen, belangrijke hefbomen over het weekend hijsen en spijkers met koppen slaan over de structuurvisie. Waarom denk je dat al die gepensioneerde mannen in hun scootmobiels verlangend bij bouwplaatsen staan te kijken? „Dat is gewoon machtig mooi”, zei een man met een baard laatst tegen me. En ik snap dat.

Want ik speelde vroeger zelf ook met lego. Net als voor mij is het voor de meeste mensen enorm omschakelen als je op kantoor komt. Weer een spreadsheet, weer een memo, weer een aantal bits toegevoegd aan de bedrijfsbankrekening. Maar concreet iets gemetseld dat je aan je moeder kunt laten zien, nou nee. En dus gebruiken we bouwmetaforen uit heimwee, en bij gebrek aan constructieve realiteit.

Maar met heimwee kom je niet ver in de kantoorjungle. Daar overleef je alleen als je letterlijk je zaakjes goed dichttimmert, mensen in beton giet en je poten uit de modder houdt. Als je te veel vertrouwt op bouwmetaforen blijkt uiteindelijk dat je te weinig fundament voor je loopbaan gelegd hebt en dan staan je ambities ineens uit het lood en gaat het schuren.

Ik stel dan ook voor dat we stoppen met de bouwmetaforen op kantoor en in alle bedrijven ruimtes gaan inrichten met blokken, zand, hijskraantjes en Meccano – daar mogen we dan wél dingen platslaan, achter het behang plakken en ‘zand erover’ zeggen. Op de werkvloer gaan we dan écht het cement van de organisatie worden en prestaties neerzetten. Dus niet opbouwen, uitbouwen, of voortbouwen op die bouwtaal, maar juist afbouwen.

Dan staan we ook al vóór ons pensioen op bouwplaatsen waar écht gewerkt wordt.