Het symbool van een verdeelde wereld

Dick Wittenberg ging wereldwijd op zoek naar de oorsprong, de ontwikkeling en het hedendaags gebruik van prikkeldraad. Van Boerenoorlog en concentratiekampen tot gated communities.

Foto Thinkstock

Dick Wittenberg heeft blijkbaar de voor een journalist onontbeerlijke antenne voor wat er actueel is of gaat worden, want zijn boek verschijnt op een moment dat prikkeldraad, het onderwerp van zijn studie, in Europa weer zichtbaarder is dan tevoren. Het wordt nu weer uitgerold om asielzoekers tegen te houden, en dat past in een lange traditie.’Prikkeldraad is hét symbool van de verdeelde wereldmaatschappij’, aldus Wittenberg. ‘Het scheidt de mensheid in zij die binnen mogen en zij die buiten staan.’

Waar prikkeldraad werd uitgevonden is genoegzaam bekend, maar Wittenberg doet met interessante details verslag van de strijd om de eerste rechten. Wie het materiaal heeft uitgevonden is niet helemaal duidelijk, omdat de eerste Amerikaan die gebruik maakte van de primitieve voorloper (al vanaf 1857) er geen octrooi voor aanvroeg. En zijn navolgers die dat een decennium later wél deden, namen het niet in productie. Dat laatste deed Henry Rose, in 1873, in het plaatsje DeKalb, ten westen van Chicago, maar zijn uitvinding werd desondanks al snel in een verbeterde versie gekopieerd door drie plaatselijke boeren en ondernemers. Ze zouden er schatrijk van worden, en ‘tien jaar na de uitvinding van het prikkeldraad leek het onbegrijpelijk dat de Verenigde Staten ooit zonder hadden gekund.’

Lucky Luke

Het betekende in feite het einde van het Wilde Westen. Tienduizenden koeien vonden de dood tegen de prikkelomheiningen. De hevige strijd die volgde tussen de boeren die hun grond omheinden en de veedrijvers voor wie hun graasweiden steeds moeilijker bereikbaar werden is een dermate ingrijpend deel van de Amerikaanse geschiedenis dat het veelvuldig gedocumenteerd is in de populaire cultuur. Wittenberg noemt het weliswaar Europese voorbeeld van de strip Lucky Luke, maar hij had ook Cole Porter’s Don’t Fence me in kunnen noemen, dat nog zestig (!) jaar later een hit was van Bing Crosby. Tegenwoordig kun je in DeKalb een toeristische bustocht maken langs plekken die verwijzen naar de oorsprong van het prikkeldraad. Hoe trots men er ook op mag zijn: in de stad zelf is prikkeldraad verboden, na een burenruzie over een prikkeldraadhek waarbij twee doden vielen.

Het boek is een gedegen journalistieke speurtocht over diverse continenten naar oorsprong, ontwikkeling en hedendaags gebruik van het beladen afscheidingsmiddel. De auteur beschrijft de gated communities in Johannesburg met zijn hoge misdaadcijfers, maar ook de rol die prikkeldraad al eerder in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis speelde tijdens de strijd tussen Engelsen en Boeren. Prikkeldraad werd geperfectioneerd tot het nog veel gruwelijker scheermesjesdraad, het werd onder hoogspanning gezet, er kwam de zogenaamde Buchenwald-knik in.

Wittenberg laat zien welke rol de afscheidingen vervulden in de Eerste Wereldoorlog, toen prikkeldraad ‘een hoofdrol speelde’ in een strijd waarin ‘tegen gigantische verliezen minimale terreinwinst’ werd geboekt. Uiteraard beschrijft hij uitgebreid de concentratie- en vernietigingskampen van Hitler en Stalin, het IJzeren Gordijn tussen Oost- en West-Duitsland, maar ook minder bekende plekken als het ‘langste grenshek’ dat India van Bangladesh scheidt. En, nog minder bekend, is het Dodendraad dat ten tijde van de Eerste Wereldoorlog drie jaar lang over een lengte van vijftien kilometer Nederland van België scheidde. Om te eindigen in de Spaanse enclaves in Marokko, aangelegd met steun van de Europese Unie dat daarmee ‘schone handen houdt’, in de bewoordingen van de auteur, in de strijd tegen migrantenaanwas uit Afrika.

Thomas Piketty

Dat Wittenberg zijn afschuw over de overal oprukkende afscheidingen niet onder stoelen of banken steekt is begrijpelijk. Die draagt, maar dit terzijde, wellicht ook bij aan de wat al te hakkerige, kort afgeknepen stijl waarin hij schrijft. Hij voegt zijn morele oordeel over die ontwikkeling overtuigend toe daar waar hij, in navolging van Thomas Piketty, de steeds grotere kloof tussen de haves en de have nots, ook binnen de rijkere landen, in zijn betoog inlast. ‘Hekwerken illustreren deze vermogensongelijkheid. Ze bevestigen die ongelijkheid. Ze versterken die ongelijkheid.’

Men kan zich afvragen of de auteur zichzelf, en de lezer, een dienst heeft bewezen met zijn wel heel apocalyptische coda. Het is een ‘eigentijdse versie’ van H.G. Wells’ novelle De Tijdmachine, die speelt in het jaar 802701, over 800.000 jaar dus. Door Wittenberg is dat universum, met de kennis van nu, geëxtrapoleerd tot een wereld waarin de mensheid tot twee soorten is geëvolueerd: ‘slaafs zwoegende scharminkels’ die het eten oogsten voor ‘vieze, vegeterende vetklompen’, ‘mammoetfoetussen’ , binnen een systeem dat door robots in stand wordt gehouden. Zo’n toekomstvisioen heeft het boek niet nodig, het beschreven verleden en heden bevat al genoeg gruwelijks.

    • Jan Donkers