Én-én

De geest van Eberhard van der Laan zweeft boven het Krugerplein. Dat staat vast, er is namelijk niets te beleven. Meeuwen strijken neer op de vlakte in Amsterdam-Oost, een zwerver inspecteert de prullenbak en twee Marokkaanse jongens in de snackbar wijzen het verkeerde balkon aan als ze willen zeggen waar vorig jaar een molotovcocktail werd gegooid. Dat krijg je in de Jaren van Eberhard: conflicten worden vergeten. Ze verdwijnen vanzelf onder het stof van saaiheid en welvaart.

De burgemeester zit in Tel Aviv — of misschien wel in Ramallah, want hoe doe je dat als lenige jurist, als handige prater van 60 jaar? Je countert de hoogoplopende ruzies in je stad door zowel Israël als Palestina aan te doen. Iedereen blij. Oorspronkelijk zou Amsterdam een stedenband aangaan met het betrekkelijk liberale en ondernemende, dus (vinden ze in Amsterdam) nogal Amsterdamachtige Tel Aviv. En toen dat tot protesten aanleiding gaf, en de temperatuur in Amsterdam vorige zomer steeg vanwege het geweld in Gaza, nou, toen besloot Van der Laan om gewoon én-én te doen.

Tijdens het inferno op de Gazastrook hingen sommige bewoners aan het Krugerplein de Palestijnse vlag aan hun balkon. Dat liet een Joodse vrouw niet op zich zitten. Prompt knoopte zij het blauwwit van Israël aan de spijlen. Het vlaggenvertoon leidde tot scheldpartijen, tot een bommetje en dreigbrieven van het type ‘Hitler komen terug. Joden moet dood’, waaruit onder meer kon worden opgemaakt dat de taalvaardigheid van sommige Medelanders nog verbetering behoeft. De lokale omroep AT5 rukte uit. Voor de zoveelste keer stond de Transvaalbuurt in Oost er slecht op.

Een jaar later zijn de balkons aan het Krugerplein blanco. Sinds de hete zomer van 2014 is dat al zo. Op de hoek zitten drie zaken, gerund door een Egyptische snackbarhouder, een Hollandse eigenaar van een koffietent en een Surinaamse groentenverkoper. Alle drie vinden ze Van der Laan top. „Hij is hier in mijn winkel geweest”, zegt de Surinamer op een toon alsof Mahatma Gandhi hier hoogstpersoonlijk met zijn wandelstok de vrede is komen stichten. De enige van de drie uitbaters die met zijn naam in de krant wil, is Chiel Griffioen van Clubkoffie. Hij kan zich geen recente narigheid op het plein herinneren en dat is ook niet zo gek: in een stad waar de ene volksbuurt na de andere wordt gekenmerkt door schone gevels en gerenoveerde huizen, waar steeds vaker hippe jonge (meestal blanke) bewoners intrekken, kan ook de vanouds rumoerige Transvaalbuurt niet achterblijven.

Zie de zaak van Chiel Griffioen. Een koffiezaaktent voor twintigers, dat schept verwachtingen van oplichtende appeltjes aan de achterkant van laptops als signalen van de nieuwe tijd. Vanonder zijn honkbalpetje zegt Griffioen het zelf ook: „Dit is het nieuwe Krugerplein.”

Het zou mooi zijn. En in de Jaren van Eberhard (sinds 2010) niet verwonderlijk. Van der Laan is de ultieme burgemeester in vredestijd: enerzijds-anderzijds, sociaal-democraat maar ook liberaal, aanpakken maar ook rustig blijven. Op de Dam tijdens het ‘Je suis Charlie’-kabaal eerder sussend dan opruiend. Een anti-populist. Én-én. Het werkt — in ieder geval zolang er geen oorlog uitbreekt.