Een roze lijn neon door het universum

De stem van Mackenzie Scott, beter bekend als Torres, doet een beetje aan PJ Harvey denken. De zangeres uit Nashville klinkt afwisselend ruig en statig. 

De 24-jarige Mackenzie Scott, zangeres en gitariste van Torres.Foto: Shawn Brackbill

Grote heldere ogen, wijd open mond. Geboren in Nashville, opgegroeid in een religieus gezin. Leren zingen in de kerk en bij schoolmusicals. Vrijmoedige performer, vierentwintig, zangeres/gitariste. Torres verovert haar publiek met een theatrale stijl waarbij geen stemuitdrukking onbenut blijft. Tijdens een lange instrumentale uitbarsting buigt ze zich deze avond diep voorover en drukt haar neus tegen de lens van een camera. Mackenzie Scott, alias Torres, zoekt de confrontatie.

Een uur voor het optreden zit Scott/Torres, voorvrouw van het kwartet, in de catacombe van Paradiso in Amsterdam. Ze is relaxt, zegt ze. „Touren hier is heerlijk. In Amerika moet je tien uur rijden voordat je bij je volgende optreden bent. Hier is alles dichtbij. En ik word goed verzorgd.” Ze biedt me een tros druiven aan.

Onlangs verscheen Torres’ tweede, vitaal klinkende album, Sprinter, het resultaat van een trans-atlantische samenwerking die resulteerde in een genuanceerd soort rockliedjes, met verwijzingen naar de stijl van PJ Harvey, en met de ambitie om ongewone geluiden toegankelijk te maken. De associatie met PJ Harvey ontstaat door Scotts stem, die is op dezelfde manier afwisselend ruig en statig. De associatie met de Britse Harvey ligt bovendien voor de hand doordat ze voor Sprinter samenwerkte met Harveys producer Rob Ellis en haar bassist Ian Oliver. Om met Ellis te kunnen samenwerken, kwam Scott naar zijn studio in Engeland. Ellis haalde zijn vrienden erbij, vertelt ze, onder wie Adrian Utley, van Portishead, die een collectie gierende Moog-klanken toevoegde.

Het opnemen van Sprinter, volgde op uitgebreide gesprekken met Ellis, over het soort geluid dat ze voor haar nieuwe muziek wilde ontwerpen. Op de vraag hoe ze die klank zou omschrijven, zegt Scott: „Het moest klinken als een roze lijn neon in het universum.” Ze legt het uit: „Die roze lijn is mijn stem, die moest zacht zijn maar ook strak. Het universum”, ze pauzeert even, „is mijn grootste angst. Ik ben bang voor grote ruimten en leegtes. Ik ben bang voor de zee, en voor het heelal. Muziek maken is een manier om me met die angsten bezig te houden. En de klank van het universum is voor mij een soort diep gerommel, met rare schuurgeluiden. Denk ik.” Hoofd scheef, grote ogen. „Maar eigenlijk weet ik niet hoe het heelal klinkt, natuurlijk. Daar gaat het juist om, om onbekende klanken. Dat was waar we tijdens het maken van Sprinter naar streefden, naar het ontdekken van onbekende geluiden.”

Torres’ zang geeft uitdrukking aan uiteenlopende gevoelens: breekbaar in ‘The Exchange’ (over haar jeugd als geadopteerde dochter), woest in ‘The Harshest Light’ (over prostituees in Amsterdam), gedragen in ‘Son You Are No Island’ (over verraad). In dat laatste nummer zingt ze, naar eigen zeggen, met ‘de stem van God’. Ze koos daarvoor een androgyne klank, streng en bestraffend jegens degene die haar heeft verlaten. Live, in Paradiso, snijdt de ‘stem van God’ door gruizige, gloeiende gitaarakkoorden en synthesizererupties van haar drie muzikanten. Angstaanjagend maar aantrekkelijk. Als een roze lijn neon in het universum.

Torres staat op vrijdag 18 september op Incubate, in de Muzentuin om 22:00 uur.

    • Hester Carvalho