Een judoka in de politiek

In een biografie van de VVD-politica wordt het NSB-verleden van haar ouders benadrukt. Het leidde tot commotie binnen de VVD, die zich van het boek distantieerde.

Haya van Someren op de mat, 26 februari 1961 Foto Nationaal Archief/Collectie Anefo/Jac.de Nijs

Nog maar weinigen zegt de naam Haya van Someren-Downer (1926-1980) iets. Ze was in haar eigen tijd één van de politieke hoofdrolspelers, maar lijkt 35 jaar na haar overlijden vergeten. Deze verbaasde constatering komt van historica Alies Pegtel in haar biografie van de VVD-politica.

Maar ís het eigenlijk wel zo vreemd dat een politicus als Van Someren – een ‘beroemdheid’, zoals Pegtel stelt – na al die jaren is vergeten? In de tussen links en rechts gepolariseerde jaren zestig en zeventig was ze zeer nadrukkelijk verbaal aanwezig, maar echt iets nagelaten heeft ze niet. Ze paste in haar tijd, maar toen die periode voorbij was, was het ook voorbij met Haya van Someren. En vervolgens rest de vergetelheid. Haar vroege overlijden op 54-jarige leeftijd aan kanker speelt hierbij zeker een rol. Tijd om iets na te laten heeft zij nauwelijks gehad.

Wie Haya van Someren zegt, zegt Hans Wiegel en Harm van Riel: de drie H’s. Zij vormden het VVD-driemanschap dat in de jaren zeventig ten tijde van het kabinet Den Uyl (de ‘fanatieke sekte’) fel van leer trok tegen alles wat links was. Het kabinet Den Uyl was hun wrijfpaal. Dankzij links konden zij zichzelf en de VVD profileren. Andersom gold hetzelfde voor links. De drie H’s waren in die kring synoniem voor het trio Halen, Hebben en Houden. Wiegel wil nog altijd graag vol overgave over die ‘geweldige tijd’ vertellen.

Van Someren, in de jaren vijftig begonnen als journaliste bij De Telegraaf, was er een meester in om zich af te zetten tegen de ‘rooien’, dan wel ‘het rode bedrog’. Op partijbijeenkomsten sprak ze over ‘de extreem linkse rimram’ waartegen de jeugd weerbaar moest worden gemaakt: ‘Dit land gaat naar de knoppen. Daar moeten we snel wat aan doen of we moeten zorgen dat onze kinderen uitstekend Engels leren spreken om op tijd weg te wezen.’ Kortom: ze was al snel het VVD-Kamerlid met de meeste voorkeurstemmen.

Doorbraak

De doorbraak van de VVD van een ietwat elitaire liberale partij naar een rechtse volkspartij wordt vaak toegeschreven aan Wiegel die in 1971 nog maar net dertig jaar oud, fractievoorzitter in de Tweede Kamer werd. Maar in feite was Van Someren hem voorgegaan nadat zij in 1959 als jongste vrouw op 32-jarige leeftijd in de Tweede Kamer werd gekozen.

Ze had een ragfijn gevoel voor het brengen van de boodschap. Het begrip one-liner bestond in die tijd nog niet, maar zij maakte er volop gebruik van. Zoals zij ook toen al wist dat het persoonlijke in de politiek van belang was. In ‘de bladen’ sprak ze openhartig over de combinatie van moederschap en werk. Ook het beeld vergat ze niet. Toen ‘Haya’ in 1965 met haar pas geboren baby het ziekenhuis verliet, verscheen de foto hiervan op de voorpagina van zowel het socialistische Vrije Volk als het Gereformeerd Gezinsblad. Dat zij judode was dankzij de foto’s eveneens algemeen bekend.

Maar één ding uit Van Somerens privéomgeving was tijdens haar leven niet bekend: het NSB-verleden van haar ouders. In een eerdere in 1994 door Jan van Zanen (de latere partijvoorzitter van de VVD) geschreven biografie wordt dit terloops genoemd. Maar in het boek van Pegtel vormen de NSB-sympathieën van Haya’s ouders de rode draad. Vandaar ook de commotie rond het boek. Vanwege de sterke nadruk op de NSB-geschiedenis van zijn grootouders heeft Van Somerens zoon Bart Jeroen zich gedistantieerd van de tekst. De VVD die de opdracht gaf voor het schrijven van het boek heeft vervolgens afgezien van een feestelijke presentatie door partijleider Rutte tijdens de viering van het veertigjarig jubileum van het naar Van Someren vernoemde opleidingsinstituut van de partij.

Biograaf Pegtel staat op het standpunt dat Van Someren niet goed beschreven kan worden zonder ruime aandacht voor het verleden van haar ouders. Zij woonde tot op haar 28ste bij hen thuis. Toen zij politiek actief werd, was haar ouders vanwege hun NSB-lidmaatschap in de oorlog het kiesrecht ontnomen. Later heeft zij volledig met hen gebroken. Het is dan ook volkomen begrijpelijk dat Pegtel uitvoerig bij dit ongetwijfeld voor Haya van Someren vormende verleden stilstaat.

Maar juist omdat Van Someren zelf zich er publiekelijk nooit over heeft uitgelaten, blijft het hachelijk om met deze wetenschap haar persoonlijke en politieke drijfveren volledig te willen duiden. En dat doet Pegtel. Aan het slot schrijft zij: ‘Haar oorlogservaringen waren voor haar juist een reden zich politiek te gaan manifesteren en het zwarte verleden om te buigen tot iets positiefs. Ze omarmde het liberalisme dat haar houvast gaf bij het vormgeven van een vrije democratische rechtsstaat waarin ieders mening telt.’

Veronderstellingen

Pegtel concludeert op basis van veronderstellingen. Dat levert zinnen op met woorden als ‘Het is denkbaar’, ‘zij belandde in de verhalen mogelijk aan de verkeerde kant van de streep’, het ‘zou kunnen verklaren’.

Van belang zou zijn als het verleden de ouders van Haya van Someren daadwerkelijk van invloed is geweest op het verloop van haar politieke carrière. Maar op dit punt komt de biograaf niet verder dan dat er ‘aanwijzingen zijn’ dat de VVD-top haar in 1963 geen staatssecretaris heeft willen maken uit angst om geassocieerd te worden met het NSB-verleden van haar familie. Die aanwijzingen hadden wel nader verklaard mogen worden.

Annelies Pegtel is terecht gefascineerd door de manier waarop ‘de oorlog’ na de oorlog zijn sporen in Nederland is blijven nalaten. Maar haar fascinatie is de biografie van Haya van Someren gaan overheersen. Juist omdat overtuigende bewijsvoering ontbreekt gaat het constant refereren aan de zwarte geschiedenis van haar ouders storen. Dat is jammer, want het goed geschreven boek geeft voor de rest een geweldig inzicht in de VVD van de jaren zestig en zeventig en het boeiende emancipatieproces dat zich in de politieke mannenwereld bij een zelfverzekerde vrouw voltrok. Haya van Somerens verhaal is daardoor een interessant verhaal geworden. Ook voor degenen die haar naam niets zegt.

    • Mark Kranenburg