Dubbelrol van kunstdirecteur met subsidies voor mode-ontwerpers

Guus Beumer, directeur van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam, heeft als voorzitter van een stichting die jonge modeontwerpers ondersteunde, zaken gedaan met zijn eigen bedrijf.

Dat blijkt uit onderzoek van deze krant. Van de Mondriaan Stichting en het Fonds Beeldende kunsten, Vormgeving en Bouwkunst kreeg Beumers stichting Co-Lab tussen 2006 en 2009 bijna een half miljoen euro. Daarvan vloeide 60.000 euro als huur naar zijn eigen bedrijf, Trots BV. Beumer zegt desgevraagd „geen zakelijk voordeel” te hebben gehad.

Guus Beumer (60) leidt sinds 2013 Het Nieuwe Instituut, een fusie van instellingen voor architectuur, mode en e-cultuur. Vorige maand beschuldigde de Wassenaarse architect Kees van der Hoeven hem van nepotisme. Beumer bleek het bedrijf van zijn levenspartner Herman Verkerk een opdracht te hebben gegeven voor de tentoonstelling Het Tijdelijk Modemuseum die dit weekeinde opent in het instituut.

Ook twee voormalig zakenpartners kregen opdrachten voor de tentoonstelling, net als José Teunissen. Zij is lid van de raad van toezicht van Het Nieuwe Instituut. Teunissen zou tijdens de tentoonstelling tijdelijk haar toezichtsrol neerleggen.

De raad van toezicht van het instituut verdedigde de opdrachten. De raad laat nu extern onderzoek doen.

Onderzoek van deze krant wijst ook uit dat het bij Het Nieuwe Instituut niet is gebleven bij vier opdrachten. Meer relaties van Beumer kregen afgelopen twee jaar banen en opdrachten. In die periode ontsloeg Het Nieuwe Instituut zestien vaste medewerkers. Volgens Beumer hing de reorganisatie samen met de fusie van de drie instellingen en staat die los van „de inzet van het artistieke netwerk” van de directeur.

Het gaat onder meer om Taco de Neef, als freelancer door Beumer binnengehaald. Hij zit nu op de stoel van de vertrokken manager marketing en communicatie. Wendel ten Arve werd hoofd presentaties en programma. Johannes Schwartz werd ‘huisfotograaf’. En Maureen Mooren mocht de nieuwe huisstijl van het instituut ontwerpen en wordt betrokken bij projecten. Ze hadden allen een zakelijke relatie met Beumer toen hij artistieke functies vervulde in Maastricht, Venetië en/of Utrecht. Het grafisch bedrijf Experimental Jetset werkt inmiddels ook voor het instituut. Het kreeg opdrachten van Beumer toen hij nog actief was bij organisaties in Maastricht.

Het Nieuwe Instituut zegt dat gehandeld is „conform het staande personeelsbeleid”. Gewezen wordt op Beumers artistieke vrijheid: voor opdrachten „van artistiek inhoudelijke aard die niet door meer mensen kunnen worden uitgevoerd is geen aanbestedingstraject van toepassing.”