Drijvend stadspark voor schoner water

Drijvende tuinen in de Nieuwe Maas en stadshavens betekenen twee vliegen in één klap. De kwaliteit van het water verbetert én de stad vergroent.

Een prototype van de drijvende parken komt in het Buizengat, tussen Oostzeedijk en Maasboulevard.

Eind september ligt het eerste drijvende park van Europa, zo’n driehonderd vierkante meter groot, in het Buizengat, een in 1699 gegraven binnenhaven die door een niet-beweegbare voetgangersbrug voor schepen groter dan een roeiboot onbereikbaar is.

Vanaf het balkon van zijn appartement op de zesde verdieping heeft Tieme Haddeman (33) mooi zicht op het Buizengat. Een leeg waterbekken, de basaltblokken van de oevers overwoekerd door groen, een overtollige haven die net zo goed gedempt kan worden. Maar de gemeente wil de havenstructuur in de stad handhaven, niet alleen om eer te doen aan de geschiedenis, maar ook vanwege de boezemfunctie van de stadshavens. Zo kwam Haddeman, ontwerper van stedelijk groen, op het idee van drijvende tuinen. Zijn bedrijf Urban Green kreeg laatst de aanmoedigingsprijs van waterschappen.

Drijvende plantenbakken

Het drijvende park is het eerste zichtbare resultaat van de samenwerking tussen Rijkswaterstaat, gemeente Rotterdam en Urban Green onder de noemer Drijvend Groen. Het wordt opgebouwd uit drijvende plantenbakken van drie bij drie meter omgeven door drijvende oevers. Elke module heeft een drijvend vermogen van 7.200 kilo, genoeg om het gewicht van wilgenbomen te dragen. De vegetatie in de kunststof bakken groeit op bioschuim en komt niet in contact met het rivierwater. De lisdodden, kattenstaarten en andere planten, zo’n vijftien soorten in totaal, op de oevers wel. Dit zijn eigenlijk kokosmatten op kunststof roosters. Hun wortels bieden vissen prettige plekken om te paaien.

Voor de omwonenden wordt dit eerste drijvende eiland niet meer dan een prettig plaatje: er komen geen wandelpaden.De vegetatie op het eiland sluit aan op die op de wal, dus geen palmbomen of tulpenvelden: „Het moet een natuurlijke uitstraling hebben”, zegt Haddeman.

Wel is het de bedoeling dat op toekomstige drijvende parken passanten kunnen recreëren, zodat niet alleen de vissen er iets aan hebben. Behalve aan recreatiemogelijkheden denkt Haddeman ook aan drijvende landbouw. Uiteraard wordt ook gedacht aan horeca. Haddeman: „Ik heb er bewust voor gekozen om dit eerste park midden in het water te laten drijven zodat de ecologische ontwikkeling niet verstoord kan worden door recreanten.”

Het Buizengatpark is een proef die moet aantonen dat de waterkwaliteit zodanig verbetert dat het water in het bekken van de Nieuwe Maas vóór 2027 voldoet aan de kaderrichtlijn water. Naar die normen biedt het waterlichaam (de rivier en alle daarmee in verbinding staande havens) door de versteende oevers onvoldoende beschutting voor vissen en groeien er te weinig planten .

Na een nulmeting een paar weken geleden wordt de kwaliteit van het water in het Buizengat in de komende twee jaar om de vier maanden getest. Daar komen onderwatercamera’s en duikers aan te pas om te kijken of het aantal vissen toeneemt. „Dit eerste drijvende eiland moet een magneet worden voor alle beesten en beestjes die in het water leven,” zegt Haddeman.

Rijkswaterstaat, dat verantwoordelijk is voor de waterkwaliteit in deze haven, heeft voor de pilot twee ton uitgetrokken. Als in 2017 de kwaliteit merkbaar verbeterd is, wordt een begin gemaakt met de aanleg van nog meer drijvende parken.

Vergroende oevers

„Rijkswaterstaat heeft berekend dat er van de Van Brienenoordbrug tot Hoek van Holland vijf strekkende kilometer oever moet worden vergroend om de door de EU vastgestelde norm in 2027 te halen”, zegt Tieme Haddeman. „Daarvan heeft Rijkswaterstaat zelf zeggenschap over tweeënhalve kilometer, vandaar de samenwerking met de gemeente die beschikt over plekken als Maashaven, Persoonshaven, St. Jobshaven, Spoorhaven en Schiehaven, ideale locaties voor drijvend groen. De gemeente faciliteert en krijgt er iets moois voor terug.” Leegstaande havengebieden worden betrokken bij de stad. De totale kosten zouden neerkomen op vijf miljoen euro.

„Het voordeel van deze uit modules opgebouwde drijvende parken is dat ze verplaatsbaar zijn”, zegt Haddeman, die eerder twee prototypes bouwde. „Doordat de modules niet breder zijn dan drie meter, kunnen we ze overal krijgen waar we ze willen hebben. Ze zijn makkelijk achter een boot te hangen en kunnen ook over de weg worden getransporteerd.”

    • Frank van Dijl