De kattenopera komt in opstand

In zijn epos over een klein familiedrama, tegen de achtergrond van een opstand tegen de Chinese keizer, verhaalt de Nobelprijswinnaar (2012) opnieuw over de botsing tussen het oude en nieuwe China.

Qui Jie: Portret van Mao (2007). Mao betekent kat Foto Qiu Jie, Saatchi Gallery, Londen

Misschien voelde de schrijver de bui al hangen. ‘Het is erg onwaarschijnlijk dat deze roman van mij zal worden geapprecieerd door liefhebbers van westerse literatuur, en dan vooral van de meer elitaire vormen daarvan,’ tekent Mo Yan aan in het nawoord van zijn zojuist vertaalde roman De sandelhoutstraf uit 2001. ‘Zoals de kattenopera op een plein voor de werkende massa wordt opgevoerd, zo kan mijn boek alleen worden gelezen door lezers die enige affiniteit hebben met populaire cultuur. Misschien zou deze roman het best op een plein kunnen worden voorgedragen door iemand met een hese stem, met het publiek om zich heen.’

Wellicht – ik weet het niet. Het zou in ieder geval een lange zit worden, want in De sandelhoutstraf laat Mo Yan zich opnieuw van zijn breedvoerige kant zien. En tegelijk ook van zijn theatrale. Niet alleen omdat de ‘kattenopera’ – een muzikaal schouwspel uit zijn geboortestreek Gaomi – er een grote rol in speelt, maar ook omdat veel van de episoden uitgesproken theatraal zijn opgebouwd. Soms spelen ze zich zelfs letterlijk op een toneel af – al is dat een paar keer het schavot waarop iemand langzaam ter dood wordt gebracht.

Wrede executies

De sandelhoutstraf speelt zich af rond 1900, wanneer de wrede executiemethoden van het Chinese keizerrijk hun laatste dagen beleven. Het land staat op de drempel van de modernisering, gesymboliseerd door een spoorlijn die Duitse ingenieurs in de streek aanleggen. Dat is niet naar de zin van de bevolking, die – geïnspireerd door de nationalistische Boksersopstand – in verzet komt onder leiding van de voorman van het kattenoperagezelschap. Meedogenloos wordt de opstand onderdrukt door de Duitse soldaten die de veiligheid van het project bewaken.

Rond die opstand – de botsing tussen het oude en het nieuwe China – heeft Mo Yan een klein familiedrama opgebouwd, dat in zijn even basale als compacte rolverdeling soms aan de commedia dell’arte doet denken. De dochter van de rebelse operazanger is de minnares van de plaatselijke autoriteit onder wiens gezag haar vader wordt geëxecuteerd. De beul is haar eigen schoonvader, bijgestaan door zijn zoon (haar man), die als varkens- en hondenslager van wanten weet. Geen van allen brengt het er uiteindelijk goed van af.

Mo Yan geeft de hoofdrolspelers van het verhaal afwisselend het woord en daar maken zij breedsprakig gebruik van. Maar ook al beklagen zij hun lot, echte personen worden zij er niet door. Ook hun bespiegelingen lezen als een toneeltekst, die meer om de buiten- dan om de binnenkant gaat.

Goedheiligman

Dat wordt er niet beter op doordat zij soms uitvoerig citeren uit de gezangen van de historische ‘kattenopera’ die Mo Yan uit zijn geheugen zegt te hebben opgediept en aangepast. ‘Om een vlot, gemakkelijk te begrijpen, karikaturaal en prachtig verhaal te krijgen, heb ik opzettelijk ... veel rijm gebruikt,’ schrijft hij. Misschien pakt dat in het Chinees goed uit, maar in het Nederlands klinkt het al snel als poëzie van de Goedheiligman.

In andere episoden laat Mo Yan zich kennen als een knap verteller, zeker waar hij de belegering van het opstandelingenkamp door de Duitse soldaten beschrijft. Hypermodern wapentuig staat er tegenover een geïmproviseerde bewapening van rieken, stokken en een enkel zwaard. Op zo’n moment evenaart Mo Yan de beste scènes uit De oorlog van het einde van de wereld van Mario Vargas Llosa, die een volksrebellie in Brazilië beschrijft, een paar jaar voor de Boksersopstand.

De sandelhoutstraf behoort tot het soort dikke romans dat een flink leestempo vergt. Wie het houdt bij een paar bladzijden vóór het slapengaan, loopt vast. Daar doen de heftige emoties waarop zijn protagonisten de lezer trakteren niets aan af. Vaart is nodig om het boek in beweging te houden, en dan weet de vertelling de lezer gaandeweg wel op sleeptouw te nemen.

De manier waarop Mo Yan, die meestal het 20ste-eeuwse China tot onderwerp neemt, de al even moeizame en gewelddadige aanvang daarvan beschrijft, brengt de geschiedenis op originele manier tot leven. Ook in zijn stijl laat hij oud en nieuw, traditioneel en modern, op elkaar botsen. Dat is misschien een gemengde zegen voor ‘liefhebbers van westerse literatuur, en dan vooral van de meer elitaire vormen daarvan’ – maar ze kunnen het in ieder geval proberen.

    • Ger Groot