De aarde is niet goed genoeg

In zijn nieuwe roman heeft Rushdie de rancuneuze versie van zichzelf laten varen en stelt hij zich op als een ware Sheherazade, vechtend tegen het kwaad. Soms wat simpel, maar vaak ook geestig.

Illustratie met Djinns uit een 17de- of 18de-eeuwse handgeschreven kopie van hetBoek der Wonderen Collectie Special Collections of the University of St Andrews

Wanneer de filosoof Ibn Rushd de jonge wees Dunia over de vloer krijgt met de smeekbede of ze bij hem mag blijven omdat ze anders als hoer door het leven zal moeten, laat de oude man haar binnen. Ze wordt zijn huishoudster en minnares. In twee jaar, acht maanden en achtentwintig nachten krijgen ze minstens 25 kinderen. Niet dat de filosoof overpotent is, maar de seksverslaafde djinn (een mythisch wezen) baart per bevalling minstens zeven kinderen. Het opvallende aan de kinderen is dat ze geen van allen oorlellen hebben. De vele nakomelingen die zich over de hele wereld gaan verspreiden missen de lellen eveneens waardoor ze voor altijd herkenbaar zijn als half mens-half djinn.

Dit is het uitgangspunt van Twee jaar acht maanden en achtentwintig nachten, het warrige, geestige, soms knappe, maar ook open deuren intrappende nieuwe boek van Salman Rushdie. Als een Sheherazade van deze tijd – sinds 1989 overleeft de schrijver de fatwa door verhalen te vertellen en de titel komt overeen met het aantal dagen van 1001 nacht – vertelt hij hoe de djinn-wereld zich met die van de mensen bemoeit om chaos en ellende te veroorzaken, uit verveling en om geloofsvetes aan te zetten.

Centraal staat de vete tussen Ibn Rushd (de islamitische arts, jurist en filosoof Averroes uit de 12de eeuw) en Ghazali (ook een filosoof uit de 12de eeuw). De eerste wil God koppelen aan de rede om zo een geloof te creëren waarin extremisme onmogelijk is. Zijn tegenstander Ghazali plaatst God juist boven alles. Hij heeft de kwade geest in de fles tot zijn beschikking, bij wie hij drie wensen mag doen. Ghazali sterft voordat hij ze heeft gedaan, maar wordt eeuwen later (nu dus) wakker en doet alsnog zijn wensen. Ghazali wil IS en de economische crisis. Moeder Dunia (wat ‘wereld’ betekent) waarschuwt haar vele nakomelingen. Dat klinkt zwart-wit en saai – wat Rushdie niet helemaal weet te omzeilen.

Zwaartekracht

Laten we met het goede nieuws beginnen. In Twee jaar… is Rushdie geestiger dan we van hem gewend zijn, en ook zijn magisch realistische trucjes hebben hier het effect van computerspelletjes of strips, wat het verhaal vaart geeft zonder dat al dat magisch-realisme vrijblijvend wordt. De rancuneuze man die naar voren kwam in zijn memoir Joseph Anton heeft zijn kwaadheid over alles laten varen en een roman geschreven waarin ontelbaar veel personages voorkomen, die samen enorm veel verhalen vertellen (niet 1001, maar wel veel). En die hebben iets cartoonesk: een verwende vrouw verleidt een hovenier om daarna verveeld in slaap te vallen.

De hovenier, die zichzelf als Candide ziet en van wie de vrouw door een blikseminslag is gedood, heeft ondertussen last van zwaartekracht. Hij loopt zo’n negen centimeter boven de grond en verliest het contact met de aarde. Dat is treurig wanneer je tuinman bent, maar ook grappig. Wanneer deze hovenier met zijn vrachtwagen op een rode Ferrari botst, waar een man uitstapt die op elke vrouw verliefd wordt, terwijl elke vrouw juist van hem walgt, levert dat een mooie scène op. De ‘walgelijke’ man was weliswaar degene die door rood reed en het ongeluk veroorzaakte, maar weet zich retorisch toch te redden: ‘Wat doe je daarboven? Denk je dat je beter bent dan wij allemaal? Is dat waarom je afstand houdt? De aarde is niet goed genoeg voor je, je moet hoger zijn dan de anderen? Wat ben je, een of andere fucking radicaal? Moet je zien wat je stomme truck met mijn prachtige auto heeft gedaan. Ik haat jouw soort. Elitaire klootzak.’

De hovenier is een van de liefdevolste personages die Rushdie neerzet. Een soort Chance uit Kosinski’s Being There, wijs tegen wil en dank in een wereld die op de beste momenten wel iets wegheeft van het absurdistische De God Denkbaar van W.F. Hermans. Bij Hermans hebben de personages ook veel weg van stripfiguren op zoek naar geloof, en breekt ook een wraakzuchtige God de aarde open om alle wetten te tarten. Maar waar Hermans’ wereld ontspoort in ellende en de komst van een Afschuwelijke Baby, wordt de strijd bij Rushdie er een tussen goed en kwaad, waarbij de laatste maar net verliest.

De zondige mens

Op het gebied van de moraal gaat het bij Rushdie vaak mis. Wanneer Ghazili om chaos vraagt bij zijn kwade geest, staat er: ‘Alleen vrees zal de zondige mens naar God voeren. Vrees maakt deel uit van God, in die zin dat het de gepaste reactie is van dat zwakke schepsel Mens op de oneindige macht en bestraffende aard van de Almachtige.’ Wat Ghazali wil afstraffen is het denken van Ibn Rushd, die ‘ervan overtuigd is dat in de loop der tijd de mensen van geloof op rede zullen overgaan.’

Alsof het allemaal niet duidelijk genoeg is, wordt de goede wereld ertegenover geplaatst in de vorm van een Obama (die ook niet weet wat hij moet, dat dan weer wel), een ‘ongebruikelijk intelligente man, welbespraakt, wijs, subtiel, gematigd in woord en daad, een goede danser, niet snel kwaad te krijgen, een religieuze man die zichzelf ook als een rationeel handelende man zag, knap (wel een beetje flaporen), op zijn gemak in zijn lichaam als een herboren Sinatra’. Oké, Rushdie is fan van Obama, maar subtiliteit doet geen enkele roman kwaad.

Helemaal simplistisch wordt het wanneer Rushdie verklaart waarom zwakke djinns worden aangetrokken tot het terrorisme. ‘Wanneer eenzame, wanhopige jongemannen voorzien zouden worden van liefhebbende, of op zijn minst gretige, of op zijn allerminst bereidwillige seksuele partners, zouden ze hun belangstelling voor zelfmoordgordels, bommen en de maagden in de hemel verliezen, en liever blijven leven. De dood, die alom verkrijgbaar was, werd vaak een alternatief voor niet-beschikbare seks.’

Wanneer dan de strijd tussen de kwade djinn en de goede Dunia plaatsvindt, betreur je het dat Rushdie niet genoeg heeft durven geloven in de kracht van zijn verhalen. Want het overtuigendst is hij wanneer de hovenier op een ochtend wakker wordt en ontdekt dat hij weer een beetje hoger boven de grond is gaan zweven. Dan toont Rushdie de Sheherazade in zichzelf.