Bij Gergiev fonkelen ideeën

De twintigste editie van het Gergiev Festival staat geheel in het teken van Rachmaninov. Al zijn symfonieën worden uitgevoerd en zaterdag klinken alle vier zijn pianoconcerten op één dag – een unicum. Zelfs voor Gergiev, de maestro die sneller dirigeert dan God kan luisteren. Traditiegetrouw kwam de gewezen Rotterdamse chef Gergiev met zijn huidige orkest naar de Doelen. Het Orkest van het Mariinsky Theater uit Sint-Petersburg opende het driedaagse festival met Rachmaninovs alfa en omega: de Eerste symfonie (1895) en de Symfonische dansen (1940), zijn laatste voltooide werk. Zo kreeg het publiek de contouren te zien van het componistenportret dat de komende dagen zal ontstaan.

De ontvangst van zijn Eerste symfonie stortte Rachmaninov in een depressie. Het werk werd afgebrand, en ook na aftrek van de ongunstige omstandigheden (onvoorbereid orkest, bezopen dirigent) blijft een kern van de toenmalige kritiek overeind. Onder Gergiev fonkelde de veelheid aan ideeën, maar een vanzelfsprekende eenheid vormde het werk niet. De bloksgewijze voortgang klonk opvallend modern.

Het contrast met de Symfonische dansen was gigantisch. De slimmigheden van een halve eeuw eerder stonden nu in dienst van een gerijpt muzikaal genie. Soms was het overdreven luid, maar daar stonden goede balans en exacte ritmiek tegenover, in uitstekende vertolkingen. In het late concert bracht het Russische Sirin Ensemble nog kerk- en volksmuziek, een geliefde inspiratiebron van Rachmaninov. Met plaatklokken en een ongewone vocale stilering werd een sprookjesachtige sfeer gecreëerd.

    • Joep Stapel