Aansporen om mee te vechten in Syrië? Dat is opruiing

Terreur van IS goedpraten, is dat een mening uiten of opruiing? Hoogleraar Peters doceert in de rechtszaal.

Een college islam, met rechters en officieren van justitie als kritische studenten. Daar lijkt de ondervraging van Ruud Peters, bijzonder hoogleraar recht en islam, nog het meeste op. Peters trad gisteren op als getuige-deskundige in het grote jihadproces dat deze week is begonnen in Amsterdam, tegen tien verdachten van islamitische terreur.

Wat Peters zoal wordt gevraagd op deze derde procesdag: in hoeverre waren berichten en artikelen die de verdachten postten op sociale media en hun preken op YouTube opruiend van aard? In hoeverre riepen die op tot de gewelddadige jihad?

Meteen wordt duidelijk hoe lastig het is de grens te trekken tussen enerzijds vrijheid van meningsuiting en discussie en anderzijds opruiing. Oussama C. (19) en de prediker Azzedine C. (32) plaatsten berichten over de gewapende strijd in Syrië op hun Facebookpagina’s. Verdachten beheerden sites als De Ware Religie en Shaam al Ghareeba. Daarop verschenen teksten waarin de jihad een plicht voor moslims wordt genoemd en terroristische acties van IS werden goedgepraat.

Volgens Peters is een bericht of artikel pas opruiend als dat twee elementen heeft. Iets kwalijks, bijvoorbeeld strijden in Syrië, moet worden voorgesteld als iets moois. En daarnaast moet er een aansporing zijn om dat ook echt te gaan doen. In het geval van de verdachten moeten ze daadwerkelijk hebben opgeroepen tot deelname aan de strijd. „Anders is het hooguit legitimerend te noemen.” Met dat oog heeft Peters tal van zulke berichten in het dossier bekeken.

Hoe duidt Peters dan, vraagt de rechter, Azzedine C. die op Facebook zegt: „Ik ben heel erg blij dat dagelijks mensen zich aansluiten bij IS.” Peters: „Het verheerlijkt de strijd en geeft legitimering.”

En de foto van dode strijders op de Facebookpagina van Oussama C.? Peters: „Als je schrijft over hoe mooi het martelaarschap is en dat je regelrecht naar het paradijs gaat en je zet daar nare foto’s bij, dan is dat niet voor iedereen een aansporing.”

De Ware Religie bevatte vaker theologische verhandelingen en discussies dan oproepen tot deelname aan de jihad. Peters zag slechts één tekst met jihad als onderwerp. En, wil de rechter weten, de berichten op de Facebookpagina van Oussama die regelrecht aansporen om mee te vechten? „Dan gaat het over opruiing”, zegt Peters.

Als de verdachten vragen mogen stellen aan Peters, onderwerpen met name Rudolph H. en Azzedine C. hem aan een kruisverhoor over de islam. Hun inzet: aantonen dat ze salafisten noch jihadisten zijn, maar vrome moslims met voorliefde voor zwaar-theologische verhandelingen en discussies.