Zwanenzang van Smithson is nu een ruïne

Eind jaren zestig begonnen kunstenaars in Amerika immense beelden te maken in de woestijn. Voor het boek ‘Expeditie land art’, dat vandaag verschijnt, ging Sandra Smallenburg op zoek naar wat er van die landschapskunst is overgebleven.

Robert Smithson, Spiral Jetty, 1970 Foto Sandra Smallenburg

Je zou verwachten dat Amarillo een bedevaartsoord voor kunsttoeristen zou zijn. Want hier, vliegend over het stuk land waar hij zijn kunstwerk Amarillo Ramp had bedacht, verongelukte Robert Smithson op 20 juli 1973, op 35-jarige leeftijd. Amarillo Ramp is een van de drie landschapswerken die Smithson heeft nagelaten en dus van groot kunsthistorisch belang. Maar hier, diep verstopt in de Texaanse woestijn, komt er haast niemand naar kijken.

Amarillo Ramp ligt op het privéterrein van Stanley Marsh, een Texaanse oliebaron, bankier en tv-magnaat die zijn thuishaven Amarillo van meerdere kunstwerken heeft voorzien, waaronder ook de wereldberoemde Cadillac Ranch (1974) van het kunstenaarscollectief Art Farm. Die tien met hun neus ingegraven en bontgekleurde Cadillacs, pal langs de oude Route 66, trekken dagelijks hordes toeristen en hebben zelfs een eigen souvenirshop. Maar als ik daar de weg vraag naar Amarillo Ramp, word ik glazig aangekeken.

Smithson had in de zomer van 1973 gastcolleges gegeven in Albuquerque en daar kunstenaar Tony Shafrazi ontmoet. Hij was het die Stanley Marsh en Robert Smithson aan elkaar voorstelde. De kunstmecenas en de kunstenaar konden het goed met elkaar vinden. Net als Smithson had Marsh weinig op met museale kunst. Dus toen Smithson hem voorstelde een landschapswerk te maken op zijn ranch stemde hij direct in. Marsh huurde een vliegtuig en vloog Smithson op 11 en 12 juli 1973 over de kale heuvels, totdat de kunstenaar een kunstmatig aangelegd meertje zag, Tecovas Lake – de ideale locatie voor het fort-achtige bouwwerk dat hij voor ogen had.

Marsh betaalde Smithson 3.000 dollar voor het kunstwerk en stelde de kunstenaar en diens echtgenote Nancy Holt een huis ter beschikking om in te werken. Tony Shafrazi herinnert zich dat Smithson Marsh overhaalde om het vliegtuig nog een keer te huren, zodat hij nog wat foto’s kon maken van de locatie van Amarillo Ramp. De contouren van het kunstwerk en de hoogte van de wal had Smithson al met stokken uitgezet.

„Die eerste vlucht ben ik nog mee gegaan”, vertelde Shafrazi later in een interview. „Maar het vliegtuig was eigenlijk niet geschikt voor luchtfotografie. De ramen zaten boven de vleugels en het toestel was te snel. Het was echt een vreselijk gevoel. Maar Bob zat maar te lachen en te giechelen. Smithson hield wel van de ervaring dat je maag zich omdraait.” Toen een tweede vlucht werd gepland voor de volgende ochtend, liet Shafrazi verstek gaan.

Ook Nancy Holt, die Smithson meestal wel vergezelde bij zijn vluchten, was er niet bij. Omdat Stanley Marsh interesse had getoond in een werk van haar, was ze die dag naar Amarillo gereden om wat betonpijpen te kopen. Daarmee wilde ze een maquette gaan maken. Later zou uit dat idee haar bekendste werk voortkomen: Sun Tunnels. „Ik ging dus de stad in en niet mee in het vliegtuig. Zo simpel is het. Het komt erop neer dat mijn werk mijn leven heeft gered.”

Of de piloot een stuurfout maakte, of dat er een technisch probleem was, is nooit duidelijk geworden. Maar het vliegtuig stortte neer tegen de heuvel naast de in aanbouw zijnde Amarillo Ramp. De kunstwereld was in shock.

Een maand later keerde Shafrazi samen met Nancy Holt en Richard Serra – de kunstenaar die Smithson ook had geholpen bij de aanleg van Spiral Jetty – terug naar Texas om Amarillo Ramp af te maken. In 45 dagen tijd lieten ze het meer leeglopen door een van de dijken door te breken. Met graafmachines bouwden ze een wal van rode aarde. Er werden foto’s gemaakt van het kunstwerk terwijl het nog op het droge lag, als een reptiel die in zijn eigen staart bijt. Daarna lieten ze het meer weer vollopen, zodat Amarillo Ramp een pier werd.

Ingegraven Volkswagen

De enige manier waarop je de Amarillo Ramp nu kunt bezoeken, is door contact op te nemen met Brad Holland, voorman van de Coyote Bluff Cattle Company, die het land beheert waarop het vee van Stanley Marsh graast. Brad brengt je in zijn terreinwagen in een half uur naar Smithsons kunstwerk, over uitgesleten zandpaden die bij regen in onneembare riviertjes veranderen, maar die nu kurkdroog en stoffig zijn. Ik zie ratelslangen voor onze wielen wegschieten, we rijden langs ja-knikkers en olieraffinaderijen waar hoge vlammen uit de pijpen slaan. En als we vlak voor een veerooster op een kudde geparkeerde koeien stuiten, springt Brad de auto uit om de groep uiteen te jagen. Al snel wordt de oorzaak van de impasse duidelijk: twee kalveren zijn door het rooster gezakt en kunnen geen kant meer op. Brad pakt alvast zijn geweer voor het geval er poten gebroken zijn. Maar gelukkig rennen de jonge dieren ongedeerd naar hun moeders zodra ze uit hun benarde positie bevrijd zijn.

Het voelt alsof ik ontvoerd word. Brad slaat zo vaak zijwegen in dat ik de weg nooit meer zelf zou hebben teruggevonden. Uiteindelijk stoppen we bovenop een heuvel. Beneden, op de bodem van wat vroeger Tecovas Lake was, ligt Amarillo Ramp er als een ruïne bij. De rode aarde is deels overwoekerd door cactussen en struiken. De vormen zijn zachter en de contouren lang zo scherp niet meer als op de foto’s uit 1973, maar de opwaartse lijn van de cirkel is nog wel te zien. Het rood van het 120 meter lange kunstwerk is iets donkerder dan het rood van de omgeving. Pollen met gele bloemetjes in de middencirkel zorgen voor felle kleuraccenten.

Op deze mooie voorjaarsdag is het nauwelijks voor te stellen dat er in dit gebied ook regelmatig tornado’s voorbijrazen. Amarillo staat in de top-3 van de meest winderige steden in Amerika, zo had Brad me in de auto al verteld. Misschien was het die wind wel die Smithson fataal is geworden. Wellicht vloog de piloot te laag of te dicht langs de canyonwand en verloor hij draagkracht door het plots wegvallen van de wind. Misschien had hij last van rukwinden of luchtstromingen. „Een cowboy heeft het ongeluk zien gebeuren”, vertelt Brad. „Hij zag hoe het toestel stallde en loodrecht naar beneden viel. Toen hij ernaartoe reed, waren alle drie de inzittenden al overleden.” Naast Smithson kwamen ook de 26-jarige vlieginstructeur Gale Ray Rogers en de 23-jarige amateurfotograaf Richard E. Curtin om het leven.

Brad wijst de plek aan waar het vliegtuig gevonden is, op enkele meters van de ‘staart’ van Amarillo Ramp. Niets herinnert nog aan de fatale crash. Er liggen geen bloemen, er staat geen gedenkteken.

Prairie

Jon Revett, een kunstenaar en docent aan West Texas A&M University die met ons mee is gereisd naar Smithsons kunstwerk, vertelt dat hij, opgroeiend in Amarillo, gefascineerd raakte door Smithson. „Terwijl de meeste inwoners van Amarillo in de ban waren van God, raakte ik in de ban van kunst. Dankzij Stanley Marsh en dankzij Amarillo Ramp kwam ik in aanraking met hedendaagse kunst. Daardoor wist ik dat er een bestaan was voor gekken zoals ik. Dankzij Smithson ben ik kunstenaar geworden.”

Nu heeft Jon de taak op zich genomen om Amarillo Ramp te restaureren en het werk, samen met zijn studenten, te onderhouden. Hij zocht contact met Richard Serra en sprak met Smithsons weduwe, vlak voor ze in 2014 overleed.

Over de rug van het kunstwerk lopen we omhoog. Gaandeweg krijgen we steeds meer uitzicht op de omliggende prairie. Als we op de uiterste punt staan, ruim drie meter boven het maaiveld, zien we een coyote voorbij draven, azend op een pasgeboren kalfje. „Zowel Nancy Holt als Richard Serra noemde Amarillo Ramp een honderd procent echte Smithson”, vertelt Jon. Hij wijst op de steile helling voor ons. „Ze hebben de schetsen van Smithson nauwlettend gevolgd. De enige artistieke beslissing die Serra maakte, was om het eind van de pier af te vlakken in plaats van hem in een rechte hoek te laten eindigen.”

Om de vorm van het kunstwerk goed te kunnen reconstrueren, heeft Jon een paal geslagen in het midden van de 45 meter grote cirkel. Met een touw als passer tekende hij het laagste deel van de Ramp opnieuw in het zand. Een rij stenen geeft nu de omtrek aan. Bij het graven is Jon enkele van de stokken tegengekomen die Smithson veertig jaar eerder had geplaatst, de dag dat hij neerstortte. Toen wist hij dat hij goed zat. Maar zolang de koeien steeds weer de contouren vertrappen en paadjes uitslijten in het rode zand en zolang het onkruid blijft groeien, hebben Jon en zijn studenten hun handen vol aan het onderhoud.

Zwanenzang

Jon is niet de enige kunstenaar die door deze plek is gefascineerd. In de afgelopen jaren brachten diverse artiesten een hommage aan Smithsons zwanenzang. Lee Ranaldo van de Amerikaanse band Sonic Youth bracht in 2000 een elpee uit die hij Amarillo Ramp (for Robert Smithson) noemde. De plaat bestaat voor een groot deel uit een half uur durend instrumentaal nummer dat langzaam vanuit de stilte opbouwt naar grommende gitaarsolo’s – precies zoals Smithsons Amarillo Ramp je ook langzaam omhoog stuwt in het landschap.

Op sommige plekken op Amarillo Ramp kleuren de rode rotsen fluorescerend groen – een overblijfsel van de ode die de plaatselijke kunstenaar LBK aan Smithson achterliet. Jon noemt het graffiti en is al maanden bezig de groene verf van de stenen te schrapen. „Want dit had Smithson niet gewild”, zegt hij. Hij baseert zich daarbij op de schetsen en notities die Smithson achterliet, waarin geen sprake is van een andere kleur dan het aarderood van de rotsen. „Alles wat Smithson schreef, is nu een soort bijbel geworden”, zegt Jon. „En dat terwijl hij helemaal geen academicus was, zoals de meeste andere kunstenaars met wie hij optrok. Smithson was grotendeels autodidact. Maar doordat hij de juiste mensen kende, heeft hij het ver geschopt.”

Brad vertelt dat de Mexicaanse kunstenaar Mario Garcia Torres onlangs nog met een helikopter over Amarillo Ramp gevlogen is om beelden te schieten voor zijn film The Schlieren Plot. Die half uur durende film, een ‘lyrisch essay’ aldus Garcia Torres, vertelt over de geologie van Texas en over locaties waar Robert Smithson kunstwerken voor zich had gezien. Zoals het vliegveld van Dallas, waarvoor hij schetsen had gemaakt, en zoals de rode aarde rondom Amarillo, waarin hij gestorven is.

Ook Smithsons weduwe Nancy Holt maakte een film over Amarillo Ramp, en hoe deze tot stand kwam. The Making of Amarillo Ramp is haar laatste kunstwerk. De montage van de oude 16mm-beelden deed ze deels vanuit het ziekenhuis in New Mexico waar ze in oktober 2013 was opgenomen. Ze rondde de film af vlak voordat ze zelf op 8 februari 2014 op 75-jarige leeftijd overleed aan leukemie, zichzelf andermaal in dienst stellend van de geliefde van wie ze al veertig jaar door de dood gescheiden was.