Wie wil vechten in Turkije, gaat nu los

Het leger achtervolgt Koerdische strijders tot in Irak en in het westen van het land vinden anti-PKK-protesten plaats. Turkije staat onder hoogspanning.

Gisteren verwoestten Turkse nationalisten het hoofdkwartier van de Koerdische partij HDP in Ankara. Adem Altan, AFP

De opgelaaide strijd tussen de Koerdische terreurorganisatie PKK en het Turkse leger zet Turkije onder hoogspanning. Bij een reeks aanslagen in de afgelopen dagen door de PKK zijn ten minste 31 militairen en politiemensen gedood. Kantoren van de pro-Koerdische HDP-partij zijn aangevallen door ultranationalisten. Bussen richting de Koerdische gebieden zijn bekogeld en er is geprobeerd brand te stichten in Koerdische winkels.

Ook de kritische krant Hürriyet is een doelwit. Mannen met knuppels bestormden dinsdagavond voor de tweede keer het gebouw, omdat Hürriyet een uitspraak van president Erdogan – waarin hij een verband legde tussen de verkiezingsuitslag en de instabiliteit – uit zijn context zou hebben gehaald. Zondagavond voerde een parlementariër van zijn partij de woedende meute aan. Gisteravond laat maande premier Ahmet Davutoglu via Twitter iedereen om politieke partijen en media met rust te laten.

Militair worden alle registers opengetrokken. Nadat de PKK zondag zestien militairen doodde, beloofde Erdogan zondagavond live op tv ‘vastberaden’ door te gaan de PKK aan te pakken en daarbij ‘nieuwe strategieën’ aan te wenden. Na een nieuwe aanslag door de PKK op dinsdag zijn Turkse commando’s het noorden van buurland Irak ingetrokken tijdens een achtervolging van PKK-strijders. Volgens Turkse media zetten de commando’s hun communicatieapparatuur uit om niet teruggeroepen te kunnen worden. Met straaljagers zijn dinsdag PKK-stellingen in zowel Irak als Turkije gebombardeerd. De PKK-leiding opereert vanuit het Kandilgebergte in Irak en heeft daar ook trainingskampen.

Bondgenoot tegen IS, maar verboden

De operatie op Iraaks grondgebied maakt eens te meer duidelijk hoe complex de situatie in de regio is geworden. In Irak en Syrië draagt de PKK bij aan de strijd tegen Islamitische Staat en is daardoor in de praktijk een bondgenoot van de coalitie tegen IS. Tegelijk staat de verboden organisatie in Europa en de VS op de terreurlijst en pleegt aanslagen in Turkije.

Na een wapenstilstand van twee jaar laaide het geweld eind juli op. Op 20 juli kwamen 31 Koerdische activisten om bij een aanslag in de Turkse plaats Suruç. Die aanslag was vermoedelijk het werk van IS, maar de PKK geeft de Turkse regering de schuld en zegt dat die met IS samenspant. De Turkse regering, onderdeel van de coalitie tegen IS, ontkent dit in alle toonaarden en zegt dat het alle terroristen even hard aanpakt. Na Suruç pleegde de PKK aanslagen om wraak te nemen op de Turkse autoriteiten. Die aanslagen waren aanleiding voor een grootschalig, nieuw offensief tegen de PKK.

„Het was een domme fout van de PKK dat ze eind juli aanslagen gingen plegen”, zegt Gareth Jenkins, een Britse analist in Istanbul die de PKK al jaren bestudeert. „Daarmee gaf de PKK Erdogan het excuus dat hij nodig had om de organisatie aan te pakken, en dat heeft hij gegrepen. De PKK kan door de betrokkenheid bij de oorlog in Syrië op dit moment eigenlijk helemaal geen tweede front aan.”

„Het geweld is nu beduidend erger dan de laatste golf van geweld, na de verkiezingen in 2011”, zegt Nigar Göksel, analist van de International Crisis Group in Turkije. Tot nu toe zijn ruim honderd politiemensen en militairen en ongeveer vijftig burgers omgekomen. Het is onduidelijk hoeveel mensen zijn gesneuveld aan de kant van de PKK. Volgens president Erdogan zo’n tweeduizend, maar dat is niet te verifiëren en lijkt een overschatting.

Vaker geweld in de stad

Een van de oorzaken voor het hoge aantal slachtoffers is dat de strijd zich vooral in stedelijk gebied afspeelt, vermoedt Göksel. Jonge Koerdische militanten hebben delen van steden in het oosten tot ‘bevrijde zones’ verklaard en verdedigen ze met geweld. Traditioneel is de PKK sterk in ruraal gebied en in de bergen.

Waar de strijd het hevigst is, roept het leger speciale zones uit en gelden gebiedsverboden of een avondklok. Burgers blijven zoveel mogelijk binnen of trekken weg. Ze zitten letterlijk tussen twee vuren. De meesten willen niets van geweld weten. Noch van dat van de PKK, noch van dat van het leger.

Als er gevochten wordt, gaan mensen ook de straat op om kleur te bekennen. Terwijl in de steden in het westen van het land anti-PKK-leuzen worden gescandeerd en het leger wordt aangemoedigd, slaan inwoners in het oosten als het duister valt op potten en pannen: burgers die niet meevechten zitten voor hun huizen te trommelen. Ze willen bekenden bij de PKK laten weten dat ze aan hen denken.