Vier keer theater over vluchtelingen

Vier theatermakers maken een stuk over vluchtelingen, terwijl de realiteit ze snel inhaalt. „Dit onderwerp gaat niet meer weg.”

Scène uit Dead End van Via Berlin/Orkater op Oerol, de blauwdruk voorComfort Zone, een voorstelling in theaters. Foto Ben van Duin

Het is een kleine trend en onder andere omstandigheden was het misschien niet opgevallen: dit seizoen gaan veel toneelstukken over vluchtelingen. „De tijd heeft ons een beetje ingehaald”, zegt Dagmar Slagmolen, die een stuk schreef over welgestelde vrouwen die een uitgeprocedeerde asielzoeker ontmoeten. Casper Vandeputte, regisseur van een voorstelling over het leven van illegalen in Europa: „De beelden die wij hebben gebruikt als inspiratie voor ons decor en onze kostuums, zie je nu terug in de media.”

Zijn voorstelling De gouden draak gaat in oktober in première „en dan is het onderwerp wellicht alweer van de voorpagina verdwenen.” Tegelijk: deze stukken worden juist nu uitgevoerd omdat de omgang met vluchtelingen en asielzoekers één van de belangrijkste thema’s van deze tijd is. Dagmar Slagmolen: „Je wist: dit onderwerp gaat niet meer weg, het wordt alleen maar groter.”

Dat zegt ook Daria Bukvic, regisseur van Nobody Home: „Het is toeval, maar ik ben wel blij met de periode waarin we de voorstelling gemaakt hebben – al klinkt blij nogal cru in dit verband. Juist nu we al die verhalen, debatten en maatregelen continu op het nieuws zien, kunnen wij een menselijke laag toevoegen.”

Waan van de dag

In Nobody Home gaat Bukvic met drie voormalige asielzoekers (één uit Iran, één uit Syrië, één uit Bosnië) op zoek naar de wortels van hun bestaan in Nederland. Hoe was het om overgeleverd te zijn aan de waan van de dag: de ene keer hoeven mensen je niet, de andere keer heten ze je welkom. Bukvic, zelf gevlucht uit Bosnië: „Onze voorstelling doet een beroep op empathie. En empathie zal alleen maar noodzakelijker worden. Wij hopen mensen aan te spreken die ergens wonen waar straks misschien een asielzoekerscentrum opent.”

Die waan van de dag merkte ook Jeroen de Man, regisseur van La Isla Bonita, dat gaat over bootvluchtelingen: „Wij hebben in april het nieuws dat achthonderd mensen waren verdronken na het omslaan van een schip intensief gevolgd. Dan zie je dat zulk nieuws langzaam wegzakt, van grote berichten op de voorpagina naar steeds kleinere stukjes achterin. Daar hebben we een scène over gemaakt. Een mensensmokkelaar zegt daarin: prima business dit, je kan het ongemerkt blijven doen, dat journaille gaat toch weer gauw op ander nieuws af.” Met de gigantische vluchtelingenstroom die we nu aanschouwen, en de berichtgeving daarover, lijkt dat tij (voorlopig) gekeerd. De Man: „In alle lagen van de samenleving zijn we er nu mee bezig.”

Regisseur Ola Mafaalani zette vorig week in een emotioneel statement bij de opening van het Theaterfestival honderd asielzoekers op toneel. Die actie kreeg ook veel kritiek. Want het vluchtelingenvraagstuk is ingewikkeld, merkte iedereen die er uitgebreider mee bezig ging. Casper Vandeputte: „Hoe meer je weet, hoe minder antwoorden je hebt.”

Zijn toneel biedt geen oplossingen. Dat zou niet kunnen, maar het is ook niet de bedoeling. Wat wil hij er wel mee bereiken? „Het gesprek beïnvloeden”, zegt Vandeputte. „De vraag die aan het einde van ons stuk blijft hangen is: hoe maak je de afstand kleiner, hoe kan je dichter bij deze mensen komen?” En Jeroen de Man: „Theater besteedt aandacht aan dilemma’s. Dus aan naïeve, goedbedoelde pogingen tot hulp, die gedoemd zijn te mislukken. En aan de motieven van mensensmokkelaars. Theater moet je met meer vragen naar huis sturen dan antwoorden.”

Bij Dagmar Slagmolen is dat gebrek aan een oplossing er ook letterlijk: de vrouwen in haar stuk komen er niet uit. „Ze voelen zich schuldig maar weten tegelijk niet wat ze moeten doen.” Voor haar is dat de essentie van het stuk, of eigenlijk van alle toneel: „De verbeeldingskracht als manier om je in te leven in de ander. Hoe moeilijk dat is zie je met dit onderwerp.”

Overweldigend veel reacties

Daria Bukvic en haar acteurs maakten de voorstelling in december. Ook toen was de respons groot, maar intussen zijn de reacties „overweldigend”, zegt ze. „Mensen zijn na het zien van de voorstelling pakketten gaan afleveren bij asielzoekerscentra.” In die zin is zij wél overtuigd van de maatschappelijke impact van kunst. „Elke week ontvang ik brieven en mails van mensen die iets willen doen.”

En in hun gewone leven? Willen zij ook in het echt gaan helpen? Casper Vandeputte en zijn vrouw hebben zich aangemeld op ikbeneengastgezin.nl. En ze geven geld. Dagmar Slagmolen heeft een familiefonds, dat wordt beheerd door haar moeder. „Zij werkt met illegalen. Van dat geld kan ze buskaartjes kopen. Of tandenborstels.” Jeroen de Man: „Ik worstel met de vraag: wat kan ik doen? Vijftig euro storten is het minste. En dan? Ik zit nu in een hotel in Brussel. Er staat een vluchtelingententenkamp midden in de stad. Ga ik dan straks de restjes van mijn hotelontbijt naar die vluchtelingen brengen? Theater is er om dit soort vragen te laten zien.”