Column

Van elkaar leren in Glanerbrug en Laos

Banana Pancakes and the Children of Sticky Rice. foto 2DOC/ BOS

Mondialisering werkt in verschillende richtingen. Aan het slot van de documentaire Banana Pancakes and the Children of Sticky Rice (2DOC/BOS), genomineerd voor een Gouden Kalf, stapt een van de hoofdpersonen, bewoner van een dorpje in Noord-Laos dat een hippieparadijs is geworden, zelf in een boot met een rugzak om. Ook hij wil wel eens meer zien van de wijde wereld, waar al die witte toeristen („het lijken wel konijnen”) vandaan komen.

Op zich zijn wij meer welkom in Muang Ngoi dan Syrische asielzoekers in Glanerbrug. In een reportage van Filemon Wesselink voor de thema-uitzending De Grens Bereikt (NOS/NTR), zagen we de bekende boze hoofden van maatschappelijk teleurgestelden, die zeker wisten dat meisjes en vrouwen niet meer veilig over straat konden gaan, met al die getraumatiseerde vluchtelingen als buren. Het contrast met de aan tafel zittende elegante, bescheiden en zorgvuldig Nederlands sprekende voormalige asielzoekers uit Eritrea, Bosnië en Syrië kon niet groter zijn. Die willen niets liever zijn dan model-Nederlanders.

Ook tot het communistische Laos is de mantra doorgedrongen dat een ieder verantwoordelijk is voor zijn eigen succes of falen. De concurrentie in het binnenhengelen van de dollars van de rugzaktoeristen is moordend.

De truc van de documentairemaker Daan Veldhuizen, die eerder een film maakte over een toeristenstrand in Sierra Leone, is om het standpunt van de dorpelingen te kiezen. Volgens de regels der kunst toont hij eerst hoe de dorpsraad toestemming geeft voor de film en de bevolking oproept mee te werken, want dat zou volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken het toerisme kunnen bevorderen.

Des te merkwaardiger dat in de verkorte tv-versie (van 93 naar 57 minuten) vooral scènes met de Laotianen zijn gesneuveld. Wel zien we veel bespiegelingen van toeristen over het zogeheten ‘backpackers dilemma’: je wilt zo veel mogelijk ongerepte authenticiteit, maar ook warme douches en internet. Het zijn vooral de dorpelingen die deze tekenen van vooruitgang omarmen: elektriciteit betekent computers en meer toegang tot popmuziek. Een stick met liedjes is in de ruilhandel wel twee lekkere eekhoorns waard.

Bij de grote volksverhuizing van de 21ste eeuw komen we steeds meer te weten over de bewoners van de rest van de planeet. Hun wensen zijn niet zo heel anders dan die van ons: veiligheid, minimale welvaart, rechtsbescherming. De nieuwkomers willen niet zozeer naar de EU vanwege de sociale voorzieningen, maar omdat ze bij ons mogen zeggen wat ze willen. Dat vertellen ze keer op keer voor elke microfoon en je ziet aan hun gezicht dat ze het menen. Misschien worden de door ons versmade Europese waarden en wetten zo toch nog eens een bron van trots en iets om te verdedigen. En zo leren we van elkaar, in Muang Ngoi en in Glanerbrug.