‘Superhenge’ is wel vijf keer zo groot als Stonehenge

Niet ver van de beroemde stenen cirkel in Zuid-Engeland is een monument ontdekt dat nog veel groter is. Het maakte deel uit van een ritueel landschap.

Woodhenge bij Amesbury foto YouTube

‘Superhenge’. Zo heeft de pers de spectaculaire vondst gedoopt van een monument dat nóg groter was dan Stonehenge in het zuiden van het Verenigd Koninkrijk. Een internationaal team van onderzoekers ontdekte deze zomer dat de beroemde stenen cirkel niet het enige monument in de omgeving is geweest. Zo’n drie kilometer ten noorden van Stonehenge was er ook een cirkel rechtopstaande grote stenen. De schaal wordt „uitzonderlijk” genoemd: zeker negentig monolieten, sommige wel van vierenhalve meter groot, vormen samen een cirkelvormige rij van ongeveer driehonderd meter.

Opvallend is dat de stenen later in de prehistorie omver zijn geworpen. Boven op het monument is een henge aangelegd, een aarden wal met een greppel, die al in de negentiende eeuw is ontdekt en nu de naam Durrington Walls draagt. Onder deze ‘superhenge’, met een doorsnede van 500 meter, hebben de onderzoekers dus het nieuwe monument gevonden. Er zijn nog geen plannen om het op te graven.

Afgelopen juli reed archeoloog en bio-ingenieur Philippe De Smedt van de Universiteit Gent op een quad over Durrington Walls, met daarachter een elektromagnetische sensor. Negen uur per dag, twee weken lang. Kort ervoor hadden collega’s van het Ludwig Boltzmann Institut für Archaeologische Prospektion und Virtuelle Archäologie in Wenen met magnetometers en grondradar ontdekt dat onder de aarden wal van Durrington Walls nog zeker dertig grote stenen verborgen lagen. Aan De Smedt de taak om bijkomende informatie te verzamelen en te kijken of hij met zijn techniek de resultaten van de Oostenrijkers kon bevestigen.

„We gebruiken met opzet verschillende moderne bodemsensoren”, vertelt De Smedt. „Net als in een ziekenhuis, waar medici ook verschillende methoden gebruiken, zoals röntgenfoto’s en MRI-scans. Door verschillende resultaten naast elkaar te leggen ontstaat een beter beeld. Dat geldt ook bij ons onderzoek.”

De Smedts onderzoek bevestigde het vermoeden: onder Durrington Walls, dat rond 2.500 voor Christus wordt gedateerd, lagen stenen, en dus waarschijnlijk van een nóg ouder monument. „Opgraven moet echt zekerheid brengen”, zegt De Smedt. Voorlopig is er geen reden om aan te nemen dat de resultaten niet kloppen. Dat betekent dat het monument stamt uit de periode van wat de derde, de stenen fase van Stonehenge wordt genoemd.

Het was al duidelijk dat Stonehenge niet helemaal op zichzelf stond, maar deel uitmaakte van een ritueel landschap. Maar hoe dat er precies uitzag, was niet bekend. Intussen is de techniek zo ver gevorderd dat met geofysisch onderzoek snel de bodem van grote terreinen onderzocht kan worden. In 2010 begon archeoloog Vincent Gaffney van Bradford University het Stonehenge Hidden Landscape Project. Dit moest nieuwe inzichten geven in hoe de mensen in de prehistorie het landschap rond Stonehenge hadden gebruikt.

Vijf jaar later is een terrein van ongeveer dertien vierkante kilometer rond Stonehenge minutieus in kaart gebracht. „We hebben zeker dertien nieuwe monumenten ontdekt”, vertelt Paul Garwood van Birmingham University, die als prehistoricus bij het project is betrokken. „Maar we hebben ook zeker duizend nieuwe bijzondere verschijnselen in het landschap ontdekt. Het ziet er bijvoorbeeld naar uit dat bomen in rijen werden geplant. Het landschap was vol menselijke ingrepen.”

Ritueel landschap

De vraag is hoe uniek Stonehenge en omgeving in dat opzicht waren. „Nu is geen enkel historisch landschap bekend dat zo intensief ritueel is gebruikt, als het gebied rond Stonehenge. Uniek”, stelt Garwood.

„Maar ook in het Neolithicum en de Bronstijd hebben mensen het landschap her en der naar hun hand gezet en ingericht”, zegt Garwood. „Dat geldt bijvoorbeeld voor Avebury met zijn steencirkel en Seahenge (een cirkel van 55 kleine houten palen bij de kust van Norfolk), maar ook voor de grafheuvels uit de Bronstijd in Nederland. Waarom wilden mensen een landschap zo controleren?”

Een andere Britse archeoloog, Mike Parker Pearson, ontdekte een paar jaar geleden dat in Durrington Walls huizen hebben gestaan. Volgens hem zouden hier de makers van Stonehenge hebben gewoond. Het hout stond dan voor het leven, terwijl het steen van Stonehenge, waar skeletten zijn gevonden, voor de dood stond.

Garwood onthoudt zich na de vondst van de stenen rij onder Durrington Walls van commentaar. Hij weet ook nog niet of het nieuwe monument en Stonehenge iets met elkaar te maken hadden. „Op het eerste gezicht heeft het nieuwe monument niets met zonnewendes te maken.” Ook voor Stonehenge is dat niet zeker, toch trekt dat iedere zomer duizenden bezoekers om de zonnewende te vieren.

Het enige dat hij kan zeggen is dat beide een ceremoniële functie hadden. „Maar of de bouwers van beide monumenten hetzelfde religieuze systeem hadden of niet, moeten we nog onderzoeken.”

Over twee, drie jaar moet het project zijn afgerond met de publicatie van een mooi dik wetenschappelijk boek. Pas dan mogen Garwood en zijn collega’s van Historic Eng-land, de beheerder van het gebied, gaan denken aan opgraving.