Rauwe werkelijkheid versus jonge onschuld: dat was het idee

Ik had fotografen onder mijn beste vrienden, dus je zou me een gewaarschuwd mens kunnen noemen. Ik had de gekste dingen gezien. Ik had gezien hoe ze Pim Fortuyn, die had gezegd dat hij op een door hem georganiseerde ‘dag voor de internationale pers’ beslist niet met het in het pand aanwezige ‘achterlijke servies’ gefotografeerd wilde worden, toch richting metershoog porselein wisten te dirigeren. De psychologie erachter intrigeerde me. Hoe gebeurde dat?

Wat dacht Vitesse-keeper Piet Velthuizen toen hij na een interview het verzoek kreeg om een zwembroek aan te trekken en in de karpervijver in zijn tuin te gaan staan? Hoe kon het dat een fotograaf er bij Johan Derksen in geslaagd was om een lekke voetbal op het hoofd te leggen?

Dat ging mij dus allemaal nooit overkomen.

Ik wilde alleen normaal en snel, en liever ook niet te veel belichting.

Vorige week meldde zich een fotograaf van Nieuwe Revue aan mijn keukentafel die, hij zei het maar eerlijk, een eigen verhaal wilde creëren. Het verhaal van de kersverse vader, een soort combinatie van de rauwe werkelijkheid versus de jonge onschuld.

„Het kind mag niet op de foto”, zei ik beslist.

Maakte niets uit.

Hij had een auto met een achterbak vol attributen: een fles whisky, een ouderwetse kinderwagen, zwarte kleren, waaronder een lange leren jas, een pluchen wit konijn met bloederige ogen.

„Die kleren trek ik niet aan”, hoorde ik mezelf zeggen, waarna er begripvol werd geknikt.

„We verzinnen wel wat.”

Even later zat ik naast hem in de auto op zoek naar ‘een donkere steeg’, waar ik toen we die eenmaal gevonden hadden, zoveel dingen weigerde dat ik uit compassie andere dingen toch maar wel deed.

De fotograaf schroefde een wiel van de kinderwagen en drukte het in mijn armen.

„Verplaats je in de situatie…”

Daarna: „Er is een wiel van je kinderwagen gevallen, je bent radeloos… Wat denk je nu?”

Ik dacht aan van alles. Aan de publiciteitsmedewerkster van de uitgeverij die me haar mediaplan uit de doeken had gedaan. Ze ging er een bord spaghetti inflikkeren en daarna zouden we wel zien wat of er bleef kleven. In het geval van een bundel mocht je sowieso blij zijn als er wat bleef kleven.

Dit is dus wat blijft kleven, dacht ik, terwijl ik op verzoek op één been stond waardoor mijn gezicht zou ontspannen.

„Oké, kijk dan maar zoals je wilt kijken.”

Ik mocht, als ik dat wilde, ook wel roken.

Rokend achter een kinderwagen, precies wat ik vooraf niet had gewild.

Het uiteindelijke resultaat viel erg mee.

    • Marcel van Roosmalen