Nu toch de pen die Jobs niet wilde

Met een nieuwe iPhone-serie en een grotere iPad breidt Apple zijn iOS-imperium uit. Vriend en vijand worden tot samenwerking gedwongen.

Marketingbaas Phil Schiller presenteerde gisteren de Apple Pencil. Foto AP Foto Eric Risberg / AP

Meestal hebben ze bij Apple weinig positiefs te melden over softwaremakers als Microsoft en Adobe. Adobe bouwt Flash, de software die bruut verbannen werd door Apple-oprichter Steve Jobs. Met Microsoft vecht Apple al sinds de jaren tachtig een vete uit. Die strijdbijl is officieel begraven maar elke Apple-medewerker herinnert zich nog de vernederende MacWorld-show in 1997: de toenmalige Microsoft-topman Bill Gates keek mee over de schouders van Jobs, die Apple met steun van Microsoft van een faillissement redde.

Maar gisteren, bijna twintig jaar later, gaven de oude ‘vijanden’ een uitgebreide presentatie op het introductiefeestje van Apples nieuwe iPhone 6S, in San Francisco. Adobe en Microsoft pasten hun belangrijkste producten, Photoshop en Office, aan voor Apples mobiele besturingssysteem iOS.

De machtsverhoudingen in de softwarewereld zijn ingrijpend veranderd sinds de komst van de iPhone. Apple zuigt bijna alle winst op van de smartphonemarkt en domineert het luxe segment. Weliswaar telt iOS minder gebruikers dan Android maar het heeft een succesvoller en lucratiever distributiesysteem voor software in de App Store. iPhones en iPads drongen door tot de zakelijke markt en daarom kunnen Adobe en Microsoft niet achterblijven: ze moeten hun diensten via iOS zien te slijten.

iPad Pro

Naast een nieuwe iPhone 6S en 6S Plus (die toestellen zijn iets sneller en herkennen nu ook hoe hard je op het scherm drukt) introduceerde Apple de iPad Pro. Deze tablet met het formaat scherm van een laptop (12,9 inch) toont aan dat Apple de grens tussen mobiel werken en traditionele laptops en desktops wil doorbreken. Er zit zelfs een stylus bij, een pennetje om het aanraakscherm niet alleen met je vingers te hoeven bedienen. Omdat Steve Jobs zich in het verleden laatdunkend uitliet over de stylus („we zijn geboren met tien aanwijsapparaten”) heeft Apple het ding maar Pencil gedoopt. 99 dollar, dat wel.

De formule van de iPad Pro lijkt sprekend op die van Microsofts eigen Surface Pro, een tablet-pc die op Windows draait. Forse tablets hebben één nadeel: hun forse prijs. Apple hoopt met de iPad Pro (vanaf 799 dollar, zonder toetsenbord) de dalende omzet uit iPads weer op te krikken. De hausse in de tabletverkoop is achter de rug; het is een vervangingsmarkt geworden waarin de goedkopere Android-tablets marktaandeel winnen.

De provider aan de kant

Nog een manier waarop Apple zijn almacht demonstreerde: bij de aankondiging van de iPhone 6S werd bekendgemaakt dat het toestel ook met een jaarlijks abonnement te koop zal zijn via de Apple Store. Voor 32 dollar krijg je elk jaar een nieuwe iPhone - welk mobiel netwerk je erbij gebruikt, is bijzaak.

Zo probeert Apple zijn greep op de telecommarkt te vergroten. Consumenten sluiten geen telefoonabonnement meer af maar een iPhone-abonnement. De provider wordt naar de achtergrond gedrongen, zeker als Apple erin slaagt het simkaartje te vervangen door een elektronische sim. Dan wordt het nog makkelijker om van netwerk te wisselen.

Apple haalt tweederde van zijn jaaromzet (182 miljard dollar in 2014) uit iPhones. Het is de vraag hoe lang dit sprookje voorduurt, omdat een groot deel van de groeispurt afhangt van één land: China. De economische situatie in dat land is niet meer zo rooskleurig.

Apple waagt zich aan nieuwe productcategorieën. Afgelopen voorjaar zag de Apple Watch het daglicht, Apples variant op het slimme horloge. Topman Tim Cook verzuimde gisteren om verkoopcijfers bekend te maken – terwijl Apple daar op presentaties graag mee strooit. Vanaf volgende week is de nieuwe versie van het Watch OS beschikbaar.

Er is één branche waarin Apple er maar niet in slaagt de macht te veroveren: de tv-wereld. Liefst zou Apple live televisiekanalen aanbieden via zijn mediaspeler Apple TV, maar de onderhandelingen met de tv-netwerken verlopen stroef.

Het aanbod op de nieuwe versie van de Apple TV is nog beperkt tot games en de gebruikelijke videodiensten als Netflix, HBO en YouTube. De Apple TV (vanaf 149 dollar) heeft een afstandsbediening die lijkt op de Nintendo Wii (om te gamen) en leunt sterk op spraakbediening. Dat is de toekomst van de tv, zei Tim Cook.

Maar dat dachten Microsoft, Google en Samsung ook toen zij hun gadgets met soortgelijke functies introduceerden.

    • Marc Hijink