‘Liebe’: prachtig weergave van Zola’s wereld

Vanaf de hoogte van een schuin oplopende speelvloer vallen de personages in Liebe telkens omlaag. Dit is het dragende beeld van de indrukwekkende toneelbewerking door de Vlaamse regisseur Luk Perceval van een romanreeks van de Franse schrijver Émile Zola (1840-1902). Aan touwen klauteren ze weer omhoog, en opnieuw glijden, rollen, tuimelen ze over de houten planken omlaag.

De vallende en weer opklimmende mens: dat is een waarin de mens een willoze prooi is van dierlijke driften. In Percevals bewerking herkennen we scènes uit romans als De buik van Parijs over de vroegere Hallen, La Bête Humaine en het destijds scandaleuze Nana. We zien weerloze wezens in de greep van onontkoombaar lot.

Perceval noemt het eerste deel van zijn toneelbewerking Liebe met als ondertitel Trilogie meiner Familie 1. Hij kiest dokter Pascal tot hoofdpersoon, een arts die in de ban is van een medicijn dat alle ziekten kan genezen en zelfs de jeugd teruggeven. Het plankier staat opgesteld in de oude Giesshalle, de imposante ijzergieterij in het Duitse Ruhrgebied, opnieuw een locatie tijdens de Ruhrtriennale waar zware industrie en belangwekkende kunsten elkaar ontmoeten.

Een keur aan personages voert Perceval op, gekleed in het grauw van de Industriële Revolutie waarin Zola’s romans zich afspelen. De jonge Nana droomt van een veilig en vooral welgesteld huwelijksleven, maar ondertussen vergooit ze zich aan mannen in danszalen en vaudevilletheaters. Een belangrijke rol is weggelegd voor een wasvrouw die zich slechts met moeite een bestaan kan verwerven, en zwicht voor de drank. Haar monologen die ze, met bevende handen weggeborgen in haar schort, voordraagt behoren tot het hoogtepunt van de voorstelling. Met een stem vervuld van pijn staat ze op de rand van de bühne, terwijl het lijkt alsof de gieterij haar als een monster lijkt op te slokken. Gitarist Lothar Müller begeleidt de voorstelling met bezwerende klanken. Perceval is groots in zijn engagement met zijn personages: hij geeft ze roerende scènes van tederheid in een meedogenloze wereld.

    • Kester Freriks