Lessen leren van Amerika

Golfer Joost Luiten had een moeilijke tijd in de VS. Vanaf vandaag probeert hij het tij te keren.

Joost Luiten in augustus tijdens de World Golf Championships in Ohio, Verenigde Staten. Foto Richard Heathcote/AFP

Alles is weer even vertrouwd in het leven van Joost Luiten: de duinen, de zeewind, de zilte Zand-

voortse lucht, de groene greens van ‘de Kennemer’, waaraan hij zulke mooie herinneringen bewaart. Hier hoopt Nederlands beste golfer zijn vorm te hervinden, vanochtend sloeg hij af bij de KLM Open, het toernooi dat hij twee jaar geleden won. Want, erkent hij aan de vooravond van zijn ‘vijfde major’ ruiterlijk: „Het is nog niet mijn jaar geweest.”

Wie de beste golfer van de wereld wil worden, moet presteren op de Amerikaanse banen, waar de beste spelers zich wekelijks met elkaar meten. In het kielzog van Europese voorbeelden als Rory McIlroy en Martin Kaymer speelde ook Luiten dit jaar enkele maanden in de Verenigde Staten, maar een groot succes was dat niet. Na een aantal matige – soms slechte – optredens is hij inmiddels afgezakt naar de 66ste plaats op de wereldranglijst; een klein jaar geleden won hij de Wales Open en was hij 28ste van de wereld, zijn hoogste positie tot nu toe. „Maar ik wil volgend jaar toch terug naar Amerika”, klinkt het resoluut. „Daar spelen de toppers, daar moet je zijn. Zo simpel is het.”

Luiten (29) is niet de man om bij de pakken neer te zitten. Nooit geweest. Op zijn Amerikaanse avontuur reageert hij zoals hij deed met eerdere tegenslagen in zijn carrière. „Ik heb heel veel ervaring opgedaan, één van de belangrijkste dingen in golf. Adam Scott won zijn eerste major toen hij 32 was. Dat betekent dat hij er dertien jaar over heeft gedaan om al die ervaringen op te sparen voordat hij het over de streep kon trekken. In 2013 kon ik de KLM Open winnen omdat ik in de jaren daarvoor de ervaring had opgedaan. Daardoor kon ik het afmaken toen ik in die positie kwam.”

Wat hij maar wil zeggen: alle kennis die hij dit jaar opdeed, kan hij volgend jaar in zijn voordeel gebruiken. „Dat is goud waard.”

Hemelse banen

Want makkelijk was het allerminst. Voor het oog zijn het hemelse banen, Augusta in Georgia of Whistling Straits in Wisconsin, maar spelen op Amerikaanse bodem vergt bijzondere vaardigheden. Razendsnelle greens, hoogteverschillen, ander gras en het belangrijkste verschil met Europa: de kwaliteit van het veld. Eén mindere dag op de greens – en tachtig of negentig tegenstanders walsen eroverheen.

Luiten mocht dit jaar weer alle vier de majors spelen, maar bij drie van de vier toernooien miste hij de cut. Alleen bij de US Open haalde hij het weekeinde, maar niet de voorpagina’s: hij werd gedeeld 39ste.

Wat hij vooral miste was het contact met Phil Allen, de coach die hem al dertien jaar bijstaat. „Als ik in Europa een minder toernooi heb gespeeld, zeg ik zondagavond tegen hem: ik zie je morgen op de driving range. Dan kun je een hele dag werken. In Amerika is dat een ander verhaal met zes uur tijdsverschil en een dag reistijd. Ik zal er in de toekomst voor zorgen dat mijn team erbij is, zodat ik niet geïsoleerd zit.”

Want dat overkwam hem in Amerika. „Als je heel goed speelt is dat niet zo’n probleem, maar als je effe een wat mindere periode hebt, begin je te zoeken. Dan merk je dat dat in Europa veel makkelijker gaat. Je bent overal binnen twee uur.”

Dat gold ook voor het contact met zijn vriendin, die in Nederland een baan heeft. „Dat is ook wel eens lastig. We zijn geen robots die dat zomaar kunnen uitschakelen.”

Bovendien valt het leven van een professioneel golfer op de PGA Tour niet mee, weet Luiten. „De golftoernooien in Amerika zijn fantastisch, maar het leven daarnaast is saai. Allemaal hetzelfde: elke week dezelfde hotels, hetzelfde eten, dezelfde taal. In Europa is het veel gevarieerder. Je merkt ook dat de Europese golfers elkaar opzoeken in Amerika. De Amerikanen zijn wat meer met hun familie, daar krijg je weinig direct contact mee. Daar ga je ’s avonds niet mee eten.”

Luiten leerde dus volop, maar de gevolgen van zijn verblijf in Amerika werkten lang door, mede omdat hij geen coach had om op terug te vallen. Vooral zijn lange slagen waren niet op niveau. „Dan kom je in de problemen op de banen waarop de majors worden gespeeld. Als je vanaf de tee de fairway al niet weet te raken, loop je van het ene probleem in het andere.”

Luiten werkte de afgelopen weken, waarin hij bewust geen toernooien speelde, urenlang aan de verbetering van zijn grip. Hij was zijn linkerhand te veel gaan gebruiken. „Met als resultaat dat je veel ballen naar links slaat. Het gaat om een verplaatsing van je linkerhand met een paar millimeter naar links, maar voor een golfer voelt dat alsof het tien meter is. Een kwestie van duizenden ballen slaan met de juiste grip, zodat het weer natuurlijk gaat aanvoelen.”

Die broodnodige uren heeft de Rotterdammer inmiddels gemaakt. De KLM Open, voor eigen publiek, lijkt het ideale toernooi waarop hij zijn zelfvertrouwen kan terugvinden. Een goede klassering kan hem snel terugbrengen aan de goede kant van de „magische grens van de topvijftig”. Als hij die positie aan het eind van het jaar heeft veilig gesteld, heeft Luiten in 2016 automatisch weer toegang tot de vier majors. „Als ik daar in sta ga ik zeker weer een aantal toernooien in Amerika spelen.”

    • Rob Schoof