Bachkoor eist recht om te zingen in kerk

„Zou u uw geld niet liever aan hoogwaardige culturele projecten besteden dan aan deze rechtszaak?” Die vraag stelde de rechter in Den Haag gisteren aan de bestuurders van het Bachkoor Holland en de Pieterskerk in Leiden. Het koor had een kort geding aangespannen tegen de kerk, omdat het de Matthäus Passion en het Weihnachts Oratorium niet meer mag opvoeren in de kerk. Daarmee zou een einde komen aan een traditie van dertig jaar.

De twee partijen maakten in oktober 2014 wel mondelinge afspraken over voortzetting van de samenwerking in 2015-2017. Maar toen de Pieterskerk de afspraken op schrift stelde, stuurde het Bachkoor het contract niet ondertekend terug. Het koor wilde opnieuw praten over onder meer de huurprijzen. Omdat de Matthäus naderde, werd voor 2015 een eenmalig contract opgesteld.

Voor de Pieterskerk was op 28 mei dit jaar de maat vol. De kerk kondigde aan voortaan zelf een Matthäus-week te organiseren. Het Bachkoor stuurde nog dezelfde dag het oude contract terug, ondertekend en wel. Het vindt dat het op basis van de oude afspraken recht heeft om in 2016 en 2017 in de kerk op te treden. Maar de kerk heeft inmiddels afspraken gemaakt met het Residentie Orkest en het Nederlands Kamerkoor.

De rechter vindt het „een moeilijke zaak” en wilde liever bemiddelen dan uitspraak doen. De partijen zelf wilden liever een vonnis. Dat komt op 21 september.

    • Claudia Kammer