Juristen: rechter mag kabinet niets dwingen over CO2-uitstoot

De rechter had het kabinet nooit mogen verplichten meer te doen om de CO2-uitstoot te verminderen. Dat hebben twee juristen tijdens een hoorzitting over de zaak gezegd. Het is niet aan de rechter om het kabinet te dwingen tot nieuwe wetgeving; daarom is het een juiste beslissing van de Staat om in beroep te gaan tegen de rechterlijke uitspraak in de Urgenda-zaak.

Logo van Stichting Urgenda. Foto ANP/Jeroen Jumelet

De rechter had het kabinet nooit mogen verplichten meer te doen om de CO2-uitstoot te verminderen. Het is niet aan de rechter om het kabinet te dwingen tot nieuwe wetgeving; daarom is het een juiste beslissing van de Staat om in beroep te gaan tegen de rechterlijke uitspraak in de Urgenda-zaak.

Dat is de inbreng van drie juristen, Lucas Bergkamp, Jaap Hanekamp en Geerten Boogaard, vanmiddag tijdens een hoorzitting over deze zaak. Ze verwachten dat de uitspraak in beroep niet zal standhouden.

Voormalig Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad Toon Huydecoper weerspreekt die visie. In een schriftelijke bijdrage laat hij weten dat de rechter zich wel degelijk mag uitspreken over politiek of beleid.

“De rechter werd gevraagd te oordelen of de Staat ten aanzien van ‘klimaat’ al dan niet rechtmatig te werk gaat. Het oordeel daarover is inderdaad (mede) aan de rechter, en dat moet ook vooral zo blijven.”

Gevolgen van de Urgenda-uitspraak

De juristen zijn samen met vijf anderen, onder wie de advocaat van Urgenda, uitgenodigd voor een hoorzitting in de Tweede Kamer over de juridische en staatsrechtelijke gevolgen van de uitspraak in de zogeheten Urgenda-zaak. Die zaak was aangespannen door milieuorganisatie Urgenda, die vond dat de Staat zijn burgers onvoldoende beschermt tegen klimaatverandering. Urgenda eiste dat de overheid in 2020 het aandeel CO2 heeft verminderd met minstens 25 procent. Tot verbazing van veel betrokkenen gaf de rechter Urgenda in juni gelijk. Vorige week kondigde staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA) aan dat het kabinet in beroep gaat tegen de uitspraak.

Terecht, zegt advocaat en hoogleraar internationaal milieuaansprakelijkheidsrecht Lucas Bergkamp voorafgaand aan de hoorzitting. Zo’n uitspraak als die in de Urgenda-zaak kan volgens hem leiden tot een totalitaire maatschappij.

“Als je dit ziet als een serieuze uitspraak van een Nederlandse rechter die een algemene juridische theorie ontwikkelt, dan kun je ervan uitgaan dat je meer van dit soort uitspraken krijgt. Dan staat de rechtspraak op zijn kop, want dan bepaalt de rechter het beleid en niet de politiek.”

‘Uitspraak ging te ver’

Dat kan leiden tot situaties waarin iedereen die gevaren ziet, de Staat kan aanklagen, zegt Bergkamp. Die heeft immers zorgplicht, wat inhoudt dat hij zijn burgers moet beschermen tegen gevaar.

“Je zou op basis daarvan kunnen betogen dat de Staat iets moet doen aan het niveau van immigratie of het type immigranten, bijvoorbeeld. Of aan andere zaken die wij tot nu toe als behorend tot het politieke domein hebben beschouwd, zoals chemische stoffen die in het milieu terechtkomen.”

Ook universitair docent staats- en bestuursrecht Geerten Boogaard, die promoveerde op de constitutionele rol van de rechter, vindt dat de uitspraak te ver ging.

“De rechter zit in dit soort zaken te ver af van zijn oorspronkelijke functie. Het is niet de bedoeling dat de rechter de Staat dwingt tot het maken van nieuwe wetgeving.”

Wat mag dan wel?

Wat mag de rechter dan wel doen? Boogaard:

“Hij moet zich beperken tot concretere vorderingen. Een voorbeeld: onlangs werden er te veel otters platgereden, waarop de rechter zegt: graaf maar eens wat tunneltjes bij. In zijn soort is deze uitspraak gelijk aan die in de Urgenda-zaak, maar hij past beter bij de rol van de rechter. Maar als de rechter had gezegd: er moet een wet komen voor de bescherming van ottertjes, dan was hij weer te ver gegaan.”

Hun verwachting dat de uitspraak in beroep niet zal standhouden, baseren Bergkamp en Boogaard op jurisprudentie: in vergelijkbare gevallen gingen rechters nooit zo ver als die in de Urgenda-uitspraak. Beide juristen noemen als voorbeeld de zaak die de natuurorganisatie Waterpakt aanspande tegen de staat wegens schending van de Europese nitraatrichtlijn. De Hoge Raad stelde Waterpakt in 2003 in het ongelijk. De rechter is niet bevoegd bevel te geven aan de wetgever, oordeelde de Raad.

    • Jos Verlaan
    • Floor Rusman