Israël verbiedt activisme moslims op Tempelberg

Israël heeft gisteren twee moslimorganisaties verboden die joden op de Tempelberg luidruchtig lastigvallen.

Joodse demonstrant bij Al-Aqsa Abir Sultan, EPA

Met bussen worden ze aangevoerd vanuit Arabische plaatsen in Israël. Als ze eenmaal op de Tempelberg in Oost-Jeruzalem zijn gearriveerd, hebben de oudere Palestijnse mannen en vrouwen één doel: joden lastigvallen. Zeker de vrouwen laten zich verbaal gelden, door joodse bezoekers van de Tempelberg te achtervolgen en luidkeels Allahu akbar (‘God is groot’) te roepen.

Gisteren werden deze groepen, Morabiton voor de mannen en Morabitat voor de vrouwen, verboden door Israël. Volgens minister van Defensie Ya’alon zouden ze „spanningen en geweld” veroorzaken, „toeristen, gelovigen en bezoekers aan de Tempelberg in gevaar brengen” en „de Israëlische autoriteit op de Tempelberg ondermijnen”.

Op de Tempelberg staan twee belangrijke islamitische gebedshuizen: de Rotskoepel en de Al-Aqsa-moskee. Ook voor joden is het een heilige plek, omdat hier tot tweeduizend jaar geleden de Tweede Joodse Tempel stond. Israël veroverde Oost-Jeruzalem, inclusief de Tempelberg, in 1967 op Jordanië. Om religieuze spanningen te voorkomen, werd de autoriteit over de heilige plaats overgedragen aan een islamitische liefdadigheidsinstelling, de Waqf.

Er is een status quo ontstaan waarin moslims wel, en joden niet konden bidden op de Tempelberg. De joden bidden gewoonlijk bij de Klaagmuur, de westelijke muur van het plateau waarop de islamitische gebedshuizen rusten. Joodse opperrabbijnen verbieden het hun gelovigen zelfs om de Tempelberg te betreden, omdat ze per ongeluk op het Heilige der Heiligen zouden kunnen stappen.

Toch groeit er een beweging onder joden die vinden dat de Klaagmuur slechts een afgeleide is van de heiligste plek in het jodendom: de Tempelberg. Mondjesmaat worden zij toegelaten op de Tempelberg, maar ze mogen daar niet bidden. Tempelbergactivisten – van wie de meer extreme figuren de islamitische Rotskoepel willen afbreken ten faveure van een joodse tempel – klagen dat ze al worden verwijderd als ze hun lippen bewegen.

Provocatie

Voor de Palestijnse moslims geldt elke joodse aanwezigheid op de berg als een provocatie. Het door Israël bezette Oost-Jeruzalem zien zij als de toekomstige hoofdstad van een Palestijnse staat, en de Tempelberg als een van de weinige plaatsen waarover ze nog soevereiniteit genieten. Bijna een jaar geleden werd de Tempelbergactivist Yehuda Glick, een partijgenoot van minister Ya’alon, van dichtbij neergeschoten door een Palestijn. Hij overleefde de aanslag.

Met het verbieden van de groepen Morabiton en Morabitat, waarvan de leden betaald worden voor hun aanwezigheid op de Tempelberg, wordt ook financiële steun illegaal. Volgens Israël is een deel van het geld afkomstig uit de Golfstaten.

Tegenover persbureau AFP noemt hoofd Sheikh Azzam al-Khatib van de Waqf de beslissing van Israël „volledig onacceptabel”. De bezetting, zegt hij, heeft het recht niet om zich te bemoeien met de islamitische gebedshuizen. „Iedere moslim die in Al-Aqsa bidt, is een beschermer van de moskee.”