Is dit een optreden in de rechtszaal of zit ik in het theater bij het eerste bedrijf?

In Den Haag worden internationale strafrechtszaken behandeld. Verdachten staan terecht voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Promovenda Sofia Stolk zit op de tribune en vraagt zich af: is dit recht of is het theater? Of misschien allebei?

Generaal Bosco Ntaganda staat nu terecht bij het Internationale Strafhof. Foto Reuters

Een druilerige ochtend in Den Haag. Ondanks waarschuwingen voor grote drukte heeft slechts een handjevol geïnteresseerden zich gemeld bij het Internationaal Strafhof, waar de zaak Ntaganda geopend wordt. Een eregalerij van togaportretten verfraait de sombere wachtkamer. Foto’s van lokale bevolkingen die van een afstand massaal de processen volgen, proberen de indruk te wekken dat het steriele en afstandelijke Hof wel degelijk voeten in de klei heeft. Mondjesmaat stroomt de publieke tribune vol met journalisten, diplomaten, onderzoekers en vooral veel enthousiaste stagiairs. In een tijd waarin de media overlopen van heftige beelden en acute problemen probeert het Strafhof via verschillende kanalen internationale aandacht te trekken voor de berechting van misdaden die twaalf jaar geleden in een uithoek van de Democratische Republiek Congo gepleegd zijn. De pijn zal voor velen nog vers zijn maar het recht werkt langzaam en rechtszaken zijn niet altijd even mediageniek.

Openingsspeechen voor de bühne

De openingsdag van een internationaal proces is vaak een van de best bezochte zittingen. De aanwezigheid van veel verslaggevers maakt het tot de ideale gelegenheid voor het Hof om een belangrijk publiek te bereiken: de wereldbevolking in wiens naam het zegt te opereren. De openingsspeeches tellen niet helemaal mee als volwaardige rechtshandelingen, niets wat tijdens deze zitting gezegd en getoond wordt gaat nu al de boeken in als officieel bewijs. De sprekers maken meestal goed gebruik van deze relatieve vrijheid. Niet alleen feiten en regels maar juist ook het grotere verhaal mag naar voren worden gebracht en dat gebeurt met een tikje meer pathos dan normaal. Ironisch genoeg zal daarom juist dit niet zo officiële verhaal waarschijnlijk het beste blijven hangen. Het moment suprême om een pakkende verhandeling te houden over de zaak, maar vooral ook over de legitimiteit van het Hof en over de waarde van de processen voor de mensheid.

Dat er vreselijke dingen zijn gebeurd in Ituri wordt niet betwist. De rol en status van het relatief jonge maar ambitieuze Internationaal Strafhof stuit echter steeds vaker op luide en hardnekkige kritiek. Het Hof zou niet productief, effectief en realistisch zijn. Wel is het selectief, waardoor het soms omschreven wordt als neokolonialistisch westers project dat zich alleen bezighoudt met het berechten van Afrikanen. Daartegenover klinken de al even luide en hardnekkige mantra’s van de voorstanders en van het Hof zelf: in naam van de wereldgemeenschap een einde maken aan straffeloosheid en een stem geven aan de slachtoffers. Naast een introductie van het feitencomplex is de opening van een proces ook een vorm van zelfpromotie door het opnieuw verkondigen van deze hoge idealen.

Schrijnend contrast

De openingszitting van vorige week is hier een goed voorbeeld van. Rebellenleider Bosco Ntaganda staat terecht voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in de provincie Ituri, volgens hoofdaanklager Fatou Bensouda een van de ‘bloodiest corners’ van de Democratische Republiek Congo. Ze begint haar betoog met het verhaal van een getuige die weet te ontkomen aan een aanval van Ntaganda’s rebellengroep. Als hij terugkeert in zijn dorp, wacht hem de aanblik van een bloedbad aangericht op het bananenveld achter hotel Paradiso. Na lang zoeken tussen de lichamen vindt hij zijn vrouw en kinderen. Tot in de vreselijkste details worden hun dodelijke verwondingen beschreven. Een schrijnend contrast met de droge opsomming van de aanklacht en de relevante artikelen van het statuut waar de ochtend mee begon.

De opening is een moment van opheldering, om mogelijke kritiek te ondervangen: geen etnische groep, maar een individu staat terecht, verklaart Bensouda. Verder waarschuwt ze dat de geruchten over het intimideren van getuigen zeer serieus genomen worden. De hoofdaanklager benadrukt dat de mensheid gerechtigheid eist. Gerechtigheid waar duizenden slachtoffers al zo lang op wachten. De tendens in het internationaal strafrecht om slachtoffers te portretteren als passieve figuren die wachten tot het Hof verlichting brengt, is een terugkerend punt van kritiek. Niet zelden ervaren slachtoffers teleurstelling nadat ze hun verhaal hebben gedaan en vervolgens niets terugzien in de vorm van individuele erkenning of compensatie. Via speciale vertegenwoordigers kunnen slachtoffers hun stem laten horen in de rechtszaal en hun belangen en ervaringen naar voren brengen. De grote waarde die het Hof hecht aan deze persoonlijke verklaringen voelt alleen wat ongemakkelijk aan wanneer de emotionele verhalen van chaos en pijn moeten worden vertaald naar juridische termen passend binnen de strakke categorieën van de wet. Ook op de openingsdag is de mismatch tussen de ongrijpbare ellende en de juridische mantel van kalmte en taalkundige precisie voelbaar. Daarbij komen de bezwaren van de verdediging over de verstoorde balans in de rechtszaal en hun beroep op een strikte juridisch behandeling; een rechtszaak gaat volgens Ntaganda’s advocaat om individuele aansprakelijkheid, niet om ‘therapy for victims’. Uiteindelijk zijn de slachtoffers, naar voren geschoven als de centrale drijfveer van de aanklager, toch vooral aanwezig als passief lijdend collectief en als foto’s in het trappenhuis.

Op 15 september zal de aanklager haar eerste getuige oproepen in de zaak Ntaganda. Het proces zal waarschijnlijk maanden gaan duren.

Na de dramatische opening van de hoofdaanklager volgt een uitgebreide beschrijving van twee centrale aanvallen, geïllustreerd met landkaarten, communicaties tussen bevelhebbers en videomateriaal. Foto’s van de lijken op het bananenveld en talloze opsommingen van gruwelijkheden worden het inmiddels zeer uitgedunde publiek niet bespaard. Even zou je vergeten dat de man over wie het uiteindelijk gaat ook in de zaal zit. Ogenschijnlijk onbewogen volgt hij het relaas. Af en toe wrijft hij over zijn kin. Bensouda gaapt een keer terwijl haar collega kalm de misdaden één voor één afgaat; manhunt, machetes, kindsoldaten. In deze rechtszaal liggen saaiheid en sensatie zo dicht bij elkaar dat internationale gerechtigheid vandaag vooral voelt als totale vervreemding.