Opinie

    • Maarten Schinkel

Hoge banklonen gaan ten koste van de rest

Hij had er spijt van, zei ABN Amro-topman Gerrit Zalm in mei van dit jaar, nadat er een politieke rel uitbrak over de loonsverhoging van 100.000 euro voor de top van de bank over 2014. Maar hoe gaat het eigenlijk met al die lagere medewerkers in de bancaire sector? Prima. Meer dan prima, zelfs.

Om ABN Amro als leidraad te nemen: in de cao die geldt van 2014 tot 2016 is de nullijn ingevoerd. Daar maakt de bank expliciet melding van in haar jaarverslag. Maar de loonkosten zijn in wezen fors gestegen. Er zijn honderden miljoenen bijgestort bij de bankpensioenen om een overgang naar een nieuw stelsel goed te maken. Het kan zijn dat deze kosten in 2014 zijn genomen, om over 2015, als ze wegvallen, een forse stijging van de winst te kunnen rapporteren. Da’s goed voor de beursgang. Maar hoeveel blijft er nog heel van de matiging van de banksalarissen die in het openbaar wordt betracht?

De kritiek op die salarissen kwam van de (schaarse) lezers van de zogenoemde ‘arbeidsrekeningen’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat jaarlijks berekent hoe de lonen en totale beloningen in elke sector van de economie zich ontwikkelen.

Een blik op die arbeidsrekeningen bevestigt dat er van de matiging niet zo heel veel terecht komt. In de hele economie gingen de lonen en totale beloningen per uur van werknemers er in de zes jaar sinds het rampjaar 2008 met 10,2 procent (lonen) en 12 procent (totale beloning) op vooruit. Bij banken was dat 10,9 procent en 14,2 procent. En dat terwijl de lonen bij banken al 72 procent hoger liggen dan bij de rest van de werknemers in Nederland.

Maar misschien verdienen bankmedewerkers meer omdat zij hoger opgeleid zijn en iets kunnen wat anderen niet voor elkaar krijgen? Het lijkt er niet op. In een onderzoek uit 2005 vergeleek het CBS de opleidingsgraad per bedrijfstak met de gemiddelde beloning. Hoogopgeleiden verdienden in 2002 bij banken 20 procent meer dan elders, middelbaar opgeleiden 12 procent meer en laagopgeleiden 25 procent meer. Gezien de salarisontwikkeling sindsdien (9 procent méér dan de rest van Nederland) zal daar niet veel aan veranderd zijn.

Bankmedewerkers hebben het dus, zonder actuele reden, nog steeds erg goed en krijgen het nog steeds beter. Er was een tijd dat het geld naar binnen gutste, en dat is gestold in cao’s die zich laten lezen als een arbeidsvoorwaardelijke versie van de Efteling. Lees ABN Amro’s ‘sobere’ cao voor 2014 er maar eens op na. Grote kans, trouwens dat bij de onderhandelingen over een nieuwe cao, die nu lopen, de eis klinkt er weer eens op vooruit te gaan, na alle opofferingen van de afgelopen twee jaar.

Werken op zondag? Dubbel salaris. Overwerken op zondag? Driedubbel salaris. De cao is een document dat maar beter niet kan worden bijgevoegd in het prospectus van de beursgang van ABN Amro. Want stel dat het salarisniveau, gecorrigeerd voor opleiding, op het gemiddelde peil van Nederland zou worden gebracht? Dat scheelt aan lonen en sociale lasten al snel een nettowinst van 200 miljoen euro per jaar. Maal een koers-winstverhouding van 10 is dat een extra beurswaarde van 2 miljard euro, die in mindering kan worden gebracht op de staatsschuld. Zou aardig zijn voor de jonge generaties, niet? Let op die nieuwe cao.

    • Maarten Schinkel