Hoe realistisch is wat het kabinet wil?

Experts betwijfelen of de kabinetsplannen om vluchtelingen ver weg op te vangen haalbaar zijn. „Als premier van Turkije zou ik zeggen: ik heb er al twee miljoen.”

Tentenkamp voor vluchtelingen op een voormalig kazerneterrein in Berlijn-Spandau. Foto RALF HIRSCHBERGER/AFP

Een politiek lastig debat over een schijnbaar onoplosbare kwestie. Daar zijn de coalitiepartijen van doordrongen. Niet alleen denken VVD en PvdA in de basis verschillend over de vluchtelingenproblematiek en probeert de oppositie vandaag in het Kamerdebat gaten te schieten in hun fel bevochten compromis. Ook internationaal is de coalitiewens om opvang voortaan in de omgeving van conflicthaarden te organiseren „gevoelig en complex in de praktische uitvoering”, zo schrijft het kabinet in het eigen plan. Want er is dan wel een politiek akkoord, over de haalbaarheid heerst scepsis.

Het kabinet schreef dinsdag dat Nederland bereid is om asielzoekers met een vaste verdeelsleutel over EU-lidstaten te spreiden – een PvdA-wens – maar stelde de voorwaarde dat vluchtelingen alleen welkom zijn in Europa als ze eerst dicht bij huis worden opgevangen en geregistreerd – op verzoek van de VVD. Voor Syriërs zou dat betekenen dat zij in Turkije, Jordanië of Libanon moeten blijven. Van daaruit kunnen ze in Europa worden uitgenodigd. Als ze op eigen houtje komen, worden ze teruggestuurd.

Dit plan vraagt niet alleen overeenstemming tussen de 28 EU-lidstaten, waarvan de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie begin volgende week bijeenkomen. Het vergt vooral ook bereidwilligheid van deze landen ‘in de regio’, die al het overgrote deel van de vluchtelingen huisvesten. Hoe realistisch is hun vrijwillige medewerking?

Onwaarschijnlijk, zegt hoogleraar migratierecht Hemme Battjes. „Als ik de premier van Turkije was, zou ik zeggen: we hebben al twee miljoen vluchtelingen, dus zoek het uit.”

‘Praktisch, juridisch onhaalbaar’

Ook juridisch is het plan onuitvoerbaar, zegt Battjes. Volgens Europees en internationaal recht kun je migranten niet terugsturen zonder asielprocedure. Dus een Syriër die hier op een bootje naartoe komt, mag niet zonder afgewogen oordeel en – eventueel – gang naar de rechter worden teruggestuurd naar een Turks kamp.

Bovendien mag Nederland asielzoekers alleen terugwijzen naar landen waar zij veilig zijn, en waarvan duidelijk is dat ze de vluchteling niet op hun beurt uitzetten naar een onveilig land. Op dat laatste punt heeft Turkije een slechte reputatie, zegt Battjes. „Het Straatsburgse Hof concludeerde enkele jaren geleden dat Turkije Iraniërs had teruggestuurd, terwijl ze gevaar liepen.”

Ook optimisme over EU-macht

Adriaan Schout, de Europadeskundige van denktank Clingendael, deelt een deel van de kritiek. „Het is natuurlijk wishful thinking dat migranten niet meer zullen proberen om naar Europa te komen. Ze denken dat hun leven hier beter zal zijn dan in regionale opvangcentra.” Maar hij zegt: „Je ziet in de vluchtelingencrisis hetzelfde gebeuren als bij de eurocrisis. Het is een probleem dat zich al jaren voordoet, maar als het echt uit de hand loopt, komen de lidstaten samen tot een oplossing.”

Schout benadrukt dat ook Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie, gisteren inging op het versterken van de Europese buitengrenzen, terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en het nakomen van bestaande afspraken binnen de EU, zoals het registeren van vluchtelingen in het land waar zij binnenkomen. „In de combinatie van opvang én handhaving is grote overlap met de Nederlandse lijn”, zegt Schout. Het kabinetsplan zal niet onverkort door alle lidstaten worden onderschreven, maar het wordt wel serieus genomen.

De vraag blijft of het lukt om landen als Turkije te overtuigen meer te doen aan langdurige opvang en het voorkomen dat migranten doorreizen naar Europa. „Het realiteitsgehalte van sommige stoere politieke uitspraken is niet erg hoog”, zegt Schout. „Maar de EU heeft natuurlijk wel een sterke onderhandelingsmacht. Ze kan voorwaarden stellen aan hulp en aan handelsakkoorden. Met economische en politieke druk, en soms regelrecht moeten afkopen, kun je een eind komen. Maar het gaat ons hoe dan ook geld kosten.”