Hij maakt films die je bijblijven als diepe spierpijn

In boksfilm ‘Southpaw’ en bergfilm ‘Everest’ verlegt acteur Jake Gyllenhaal weer fysieke en emotionele grenzen. „Ik wil leren van mensen die echt langs de rand scheren.”

Hij was een gefrustreerde scherpschutter, een homoseksuele cowboy, een ondoorgrondelijke detective. Later verdween hij in de huid van een gluiperige tv-journalist, dit jaar is hij een gevallen bokser en een bevlogen bergbeklimmer.

De rollen van Jake Gyllenhaal (34) voeren hem vaak naar het randje van wat een acteur lichamelijk en mentaal kan verdragen. Waarom hij „die pijnlijke extremen” toch steeds weer opzoekt, peinst hij hardop tijdens een ontmoeting in een suite van The Four Seasons in Beverly Hills. Is het zijn eigen angst voor de dood? Voedt dat zijn respect voor mensen die de dood tarten? Wil hij zelf zo zijn, of in elk geval zo gezien worden? „Ik wil leren van mensen die echt langs de rand scheren. Ik vraag me voortdurend af wat hen drijft.”

Naast achterover gekamd haar heeft de acteur dezer dagen een zorgvuldig onderhouden hipsterbaardje om bedachtzaam in te krabben, en dat doet hij dan ook veelvuldig. Hij geldt als een van de interessantste acteurs van zijn lichting, steeds op zoek naar lastige, riskante rollen.

Deze maand duikt hij op in twee dramatische actiefilms. In Southpaw (vandaag in de bioscoop) speelt hij de bokser Billy Hope. ‘The great white Hope’ zoek verlossing middels een Rocky-achtige comeback nadat hij in een draaikolk van verdriet en vernedering is beland.

Het kon ook bijna niet foutgaan

Ook het personage Scott Fisher in het bergsportavontuur Everest (volgende week in de bioscoop) is een bevlogen, obsessieve sportman die zwelgt in obstakels die de meesten van ons liever uit de weg gaan.

De twee rollen eisten grote fysieke inspanningen van Gyllenhaal, en dat bevalt hem. Als bokser Hope onderging hij een gedaanteverwisseling. Onlangs nog graatmager te zien in Nightcrawler bulkte de tengere acteur uit tot een gladiator met een robuuste sixpack, door vijf maanden lang twee keer per dag te trainen. Daarnaast geeft zijn personage een intensiteit en diepgang die herinnert aan Robert De Niro in boksklassieker Raging Bull (1980).

Gyllenhaal zoekt gretig de randen: hij gaat voor complexe, vaak ronduit onsympathieke personages. Scripts moeten „grote verhalen vertellen”, vindt hij. Soms lukt dat geweldig: zie Brokeback Mountain. Soms iets minder: zie parkinson-romkom Love and Other Drugs. Maar waar Gyllenhaal opduikt, is het interessant.

Heeft hij soms iets te bewijzen? De roem kwam Jake Gyllenhaal gemakkelijker aanwaaien dan anderen. Los Angeles is zijn geboorteplaats: zijn moeder is scenarioschrijver, zijn vader regisseert, zijn zus is ook filmster, zijn peetmoeder heet Jamie Lee Curtis – de bekende actrice. Zijn ouders deden hun best hem niet al te zeer te verwennen: ze stonden erop dat hij vrijwilligerswerk deed bij de daklozenopvang en zomerbaantjes nam als strandwacht of ober.

De labiele tieners en gekwelde zielen

Toch: wie uit zo’n milieu komt, moet erg zijn best doen om het in Hollywood te verpesten. Maar connecties alleen zijn weer niet genoeg om uit te groeien tot een leading man van je generatie, wat des te opmerkelijker is omdat Gyllenhaal niet over gemakkelijk charisma of sexappeal beschikt. Paparazzi hebben hem pas in het vizier als hij een relatie heeft met actrice Reese Witherspoon of popdiva Taylor Swift; nu hij single samenleeft met zijn honden Atticus en Boo Radley laten ze hem met rust.

Gyllenhaal speelde in het begin labiele tieners, en daarna geobsedeerde, gekwelde of gevaarlijke personages. Wordt het te gemakkelijk, te vlak, dan verveelt hij zich zichtbaar. Zo flopte het peperdure Disneyspektakel Prince of Persia in 2010 mede omdat Gyllenhaal bijkans slaapwandelde – een jaar later was hij wel klaarwakker in de intelligente sf-actiefilm Source Code. Naar de top van Hollywoods A-lijst zal die houding hem niet brengen, maar met arthousethrillers als Enemy, Prisoners en het bij de Oscars ten onrechte genegeerde Nightcrawler doet de acteur iets wat vermoedelijk beter beklijft: zijn Gyllenhaal-subgenre opbouwen. Venijnige films die je bijblijven als diepe spierpijn: lekker en verontrustend tegelijk.

Gyllenhaal heeft een voorkeur voor scripts die op feiten zijn gebaseerd, zegt hij. Zoals Everest, over de dood van acht klimmers in 1996. „Ik speel iemand die zijn leven gaf voor die berg en voor die sport. Dat is een gigantische verantwoordelijkheid, vooral richting zijn nabestaanden. Ik heb zijn kinderen ontmoet, en dan besef je waarom we de film maken.”

Verdiepen in doodsangsten

Zelf is hij bang voor de dood, benadrukt hij. Misschien dat hij zich daarom verdiept in de mensen die hun doodsangsten terzijde schuiven, zoals Hope in de boksring, Fisher op de Mount Everest of politieagent Taylor in de pakkende thriller End of Watch. „Ik groeide op in kringen waar films werden gemaakt. Tja. Wat mij interesseert, zijn mensen die iets radicaal anders doen dan wij. Die extreem leven.”

Jake Gyllenhaal oogt zelfverzekerd, maar slaagt er aardig in bescheiden over te komen. Steeds schrijft hij zijn succes aan anderen toe. Waar hij die angstaanjagende tv-verslaggever in Nightcrawler vandaan haalde? Dat was te danken aan „dat fucking geweldige scenario”. En die intense, meeslepende bokser in Southpaw? „Door het totale vertrouwen van de meester” (regisseur Fuqua). Al voegt hij er wel aan toe dat hij „het ambacht” steeds beter beheerst.

Films maken is hard en zorgvuldig werk, aldus Gyllenhaal. Door zichzelf maanden af te beulen voor Southpaw wérd hij Billy Hope: de boksscènes deed hij zelf, zonder stuntman. Door gesprekken, onder meer met oud-bokser Sugar Ray Leonard, leerde hij hoe het voelt om op zo’n krukje op adem te komen in de laatste ronden van een slopende match, met het zweet, snot en bloed van jezelf en de tegenstander over je lijf gesmeerd. „Je hersenen zeggen dat je onmogelijk op kan staan. Je ziel zegt: opstaan. Dus je staat op. Dat is waarom de metafoor van het boksen mensen zo aanspreekt.”

Talent is mooi meegenomen, maar het draait om toewijding en een onwrikbaar arbeidsethos. „Voorbereiden, voorbereiden en voorbereiden.”

    • Diederik van Hoogstraten
    • André Waardenburg