Hij is God, wij zijn pianisten

Dit jaar draait het Gergiev Festival in Rotterdam om Rachmaninov. Drie meesterpianisten spelen zijn pianoconcerten. Wat maakt hem zo groot?

Illustratie Hisko Hulsing

In A History of Western Music van Donald Grout en Claude Palisca staat zijn naam niet eens genoemd. Rachmaninov? Waarom? Genoemd werden componisten die de muziek veranderden. Rachmaninov niet. Die schreef gewoon goede muziek, waar tot in de jaren negentig nog wel eens laatdunkend over werd gedaan. Zeker over de pianoconcerten, die als lege showstukken werden weggewimpeld. Maar weinig veranderlijker dan tijd en smaak. In Richard Taruskins baanbrekende Oxford History of Western Music wordt Rachmaninov omarmd als „de belangrijkste Russische componist van zijn generatie”. Wat is waar?

1 Showman? Of meestercomponist?

Sergej Babayan, solist in het

Vierde pianoconcert:

„Rachmaninov hoort thuis in het rijtje tussen Bach, Mozart, Beethoven, Schubert, Chopin en Brahms. Zonder Rachmaninov was ik nooit pianist geworden, en dat geldt voor veel pianisten, onder wie mijn twee belangrijkste leraren. Toen ik dertien was, ontwikkelende ik een obsessieve liefde voor het Tweede pianoconcert. Dat wilde ik ook spelen en dus studeerde ik uren achtereen. De warmte, menselijkheid en de helende kracht van Rachmaninovs muziek zijn nog steeds extreem belangrijk voor me – meer dan in woorden te vangen is. Rachmaninovs muziek heeft soms echt bijzondere krachten. Met zijn Tweede pianoconcert baande hij zich een weg omhoog uit een depressie, en op luisteraars heeft zijn muziek diezelfde uitwerking.”

Dmitri Masleev, solist in het Tweede pianoconcert: „Showman? Nee! Een genie. Als componist én als uitvoerende.”

Alexander Gavrylyuk, solist in het Derde pianoconcert: „Dat Rachmaninov niet vernieuwend zou zijn, is onzin. Hij heeft de horizon van wat er met een piano mogelijk was enorm verbreed. Zijn klankwereld is extreem kleurrijk en weelderig, met eindeloze expressiemogelijkheden. En ondanks dat raffinement ook weer heel direct, intiem en persoonlijk. Je voelt meteen dat het allemaal uit zijn hart komt, zowel de onvoorwaardelijke universele liefde die je erin hoort als het diepste lijden. Maar meestal wint de glorie van de liefde!”

2 Rus of kosmopoliet?

Babayan: „Rus. Waar dat in zit? Nostalgie en een soort in- troverte diepgang. En luister maar eens goed naar zijn melodieën: die hebben allemaal een connectie met het Russisch-orthodoxe kerkgezang. Zonder Rusland zou Rachmaninov geen Rachmaninov zijn, en Russen beseffen dat. Maar een echt genie ontstijgt nationaliteit.”

Gavrylyuk: „Rachmaninov is voor de Russen wat Chopin is voor de Polen, Beethoven voor de Duitsers en Ravel voor de Fransen. Het pianistisch ‘zingen’ dat Rachmaninov nastreefde, is ook zeer Russisch – al is het ook een antwoord op de Italiaanse opera. De melodieën lopen niet ‘af’, maar vloeien voortdurend uit en in elkaar voort. Maar in essentie, in de uitwerking, denk ik dat zijn muziek universeel is. Dat is nou juist de magie.”

Masleev: „Het Russische zit hem in de harmonische combinaties en het gebruik van bekende volksmelodieën, die tot een eindeloos web zijn verknoopt. De Russische ziel is daar onlosmakelijk mee verbonden.”

3 In het Gergiev Festival zijn alle pianisten ook Russisch. Toeval?

Babayan: „Russische pianisten zijn genetisch verbonden met het hart van de Russische cultuur, maar een van de allergrootste Rachmaninov-pianisten is de Amerikaan Van Cliburn. En Martha Argerich vind ik ook geweldig om haar hoorbaar diepe band met de muziek. Andere specialisten zijn voor mij Horowitz, Pletnev, Trifonov en Volodos. Velen kunnen goed Rachmaninov spelen, maar het niveau van voornoemden is haast niemand gegeven.”

Gavrylyuk: „Opgroeien, opgeleid zijn in de Russische taal, poëzie en beeldende kunst maakt natuurlijk wel een enorm verschil. Rachmaninov werd zelf immers ook geïnspireerd door andere Russische componisten, schilders, de kerkmuziek, de klokken, de volksmuziek.”

4 Vingerbrekend moeilijk? Of echte pianisten-pianistiek?

Dmitri Masleev: „Dat laatste, zonder meer. Ondanks alle technische uitdagingen zorgt Rachmaninov ervoor dat alle noten ontzettend lekker in de vingers liggen.”

Gavrylyuk: „Beide. Je moet vingers van staal, een hart van brandend lava en de kalme geest van een boeddhistische monnik hebben.”

Babayan: „Zijn muziek is zeker extreem pianistisch, in de zin van: heel veel nootjes. Maar dat geeft niet. Elke noot is onderdeel van de harmonie – die typisch rachmaninoviaanse, dichte, prachtig polyfone harmonie – en daardoor kom je alle technische uitdagingen op een natuurlijke manier te boven. Sommige pianisten hebben er moeite mee Rachmaninov in te studeren, ikzelf voel me er altijd gezegend onder. Je wordt meegesleept en al doende blijf je in topconditie – wat wil een pianist meer?”

5 Grootste meesterwerk?

Babayan: „Dan toch de Ves- pers. Dáár ligt de spirituele es- sentie van alles waar Rachmaninovs muziek over gaat.

Gravryuk. „Ja, de Vespers. En de Tweede symfonie en de Rapsodie op een thema van Paganini. Maar het Derde pianoconcert dat ik op het festival speel, is natuurlijk ook prachtig; dat brengt je naar de diepten van de hel en dan weer terug naar de wolken des hemels.”

Masleev: „De romances.”

6 Rachmaninov was zelf ook pianist. Hoe beïnvloedt dat de uitvoeringspraktijk van zijn muziek?

Babayan: „Veel pianisten hebben bijna het bijltje erbij neergegooid toen ze Rachmaninov hoorden spelen. Hij is God. Wij zijn pianisten.”

Gavrylyuk: „Zijn opnamen zijn een nuttige leidraad. Je leert zijn visie kennen, de hartslag van zijn muziek. Hij was ook een van de beste pianisten aller tijden. Maar er is altijd ruimte voor eigen interpretatie. Als je maar speelt vanuit het streven trouw te zijn aan Rachmaninovs ideeën.”

Masleev: „Het is onmogelijk niet diep onder de indruk te zijn van die opnamen, maar er zijn zoveel meer interpretaties mogelijk. En de diversiteit daarvan bewijst ook juist weer Rachmaninovs veelzijdigheid.”

    • Mischa Spel