Gelukzoekers help je niet met knuffels

Vraag je niet af wat je voor asielzoekers kunt doen, maar wat ze voor ons land kunnen betekenen. Ook de ‘gelukzoeker’ is gebaat bij een economischer benadering, meent Ian Buruma.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Zwaaiend met spandoeken verwelkomden Duitse voetbalfans de vluchtelingen uit de heksenketels van het Midden-Oosten. Zelfs de Duitse boulevardpers roept op tot hulp. En ‘Mama Merkel’ belooft dat Duitsland geen enkele waarachtige vluchteling zal weigeren. Duitsland is nu het beloofde land voor overlevenden van burgeroorlog en terreur.

Het land verwacht dit jaar ongeveer 800.000 asielzoekers. Premier Cameron wilde aanvankelijk vrijwel niemand tot het Verenigd Koninkrijk toelaten, en praat nu, eigenlijk noodgedwongen, over ettelijke duizenden. De Fransen zijn niet veel toeschietelijker. Ook Nederlandse politici – niet alleen Wilders – toonden zich weinig bereid. Ze praten liever over ‘gelukzoekers’. Geen wonder dat Merkel de opvang over heel Europa wil spreiden. Het is tenslotte niet alleen een Duits probleem.

Retoriek en werkelijkheid lopen weleens uit elkaar. Wat Cameron ook zegt, het VK heeft allang een gemengdere bevolking dan Duitsland. Londen is kosmopolitischer dan Berlijn, of Frankfurt. Voor de meeste Britten is het leven erdoor verbeterd. De gezondheidszorg vreest immigratiebeperkende maatregelen. Migranten zijn nodig om ziekenhuizen draaiende te houden.

Burgers lopen zelden warm voor de opvang van vluchtelingen. Toen Duitse en Oostenrijkse Joden in de late jaren dertig in levensgevaar verkeerden, waren maar weinig landen bereid meer dan een handjevol vluchtelingen toe te laten. Een aantal Joodse kinderen mocht in 1939, op het laatste nippertje, naar Engeland, maar alleen als zij hun ouders achter lieten en de Britse staat geen cent zouden kosten.

Dat de genereuze houding van de Duitsers iets te maken heeft met hun geschiedenis, maakt het niet minder prijzenswaardig. Japan heeft ook een belast verleden, maar is een stuk minder toeschietelijk. Weinig Duitsers hebben nog persoonlijke herinneringen aan de oorlog. Maar juist jongere Duitsers willen graag laten zien dat zij hun les hebben geleerd.

Toch verdoezelt deze aandacht voor de vluchtelingencrisis een breder immigratieprobleem. Beelden van dobberende bootjes en een verdronken peuter, wekken mededogen. En niet alleen in Duitsland. Het was de peuterfoto die Cameron, ‘als vader’, zou hebben bewogen zijn beleid iets te verzachten. Maar verreweg de meeste mensen die over de grenzen komen in de hoop op een beter leven zijn geen vluchtelingen.

De Britse regering gaf ondanks blijk van ‘diepe teleurstelling’ over het feit dat er in 2014 300.000 meer immigranten waren dan emigranten. Het ging nauwelijks om asielzoekers, veelal mensen die uit andere EU-landen kwamen, zoals Polen, Roemenië, en Bulgarije. Sommigen willen in Engeland studeren, anderen gewoon werken. Zij komen niet om de dood te ontvluchten, maar om hun levens te beteren. Door het immigratiedebat op asielzoekers toe te spitsen, zoals nu gebeurt, wordt de indruk gewekt dat mensen die om economische redenen verhuizen niet helemaal bonafide zijn, dat zij komen onder valse voorwendsels, dat ‘gelukszoekers’ per definitie boeven zijn. Maar wat is er zo verkeerd aan gelukszoekers?

De aanname is dat economische migranten teren op onze belastingcenten en voorzieningen. Maar de meesten willen liever werk dan een uitkering. Dat rijke landen hier ook van profiteren is duidelijk. Immigranten werken vaak harder voor minder geld. Niet voor iedereen voordelig: lonen voor de lager betaalde banen staan onder druk. Dat maakt het lastig mensen te overtuigen van het belang van economische immigratie. Veel makkelijk om deernis op te wekken voor zielige vluchtelingen. Ook in Duitsland.

In 2000 wilde bondskanselier Schröder 20.000 mensen naar Duitsland halen voor banen in de high tech, vooral uit India. Duitsland had hen hard nodig. Schröder stuitte meteen op oppositie onder de leuze ‘Kinder statt Inder’ – ‘liever kinderen dan Indiërs’. Zoals in veel andere rijke landen, worden er in Duitsland te weinig kinderen geboren. Om arbeidsplaatsen te vervullen zijn er immigranten nodig.

Tot dusver heeft de EU geen coherent immigratiebeleid. Het vluchtelingenbeleid hapert aan alle kanten, maar het is tenminste een plan. Hoe zit het met ‘gelukzoekers’? Burgers van de EU mogen zich vrij over de grenzen bewegen. Zelfs dat wil Cameron stoppen, maar de kans daarop is klein. Ook economische immigratie van buiten de EU zou legitiem moeten zijn, onder duidelijke voorwaarden. Niet uit medelijden, maar omdat er werkkrachten nodig zijn.

Eenvoudig zal dit niet gaan. Onder bevolking regeert de emotie. Het is daarom lastig een beroep te doen op hun verlichte eigenbelang.