Een echte bankier gaat accountants van KMPG leiden

Topman KPMG

Een bankier wordt de baas van de in opspraak geraakte accountantsfirma. Röell is een telg uit een adellijke geslacht en zet zich in voor integriteit en duurzaamheid.

Jonkheer Antoine Albert Röell, prijkte jarenlang op zijn visitekaartje. De nieuwe baas van KPMG is een telg van een van de oudste en grootste adellijke families van Nederland, de familie Röell.

Werd hij ernaar gevraagd, dan antwoordde hij vaak dat die afkomst een „non-issue” was. Zijn familie was als „het zand aan de zee”, omdat er zo veel van was. Bovendien was er „de nette tak, die wat dichter bij het koninklijk huis staat”. En „de lange, waar ik zelf bij hoor zoals je ziet”, aldus Röell in een interview in 2011 met Forum, het weekblad van werkgeversorganisatie VNO-NCW.

Tegelijkertijd hecht hij genoeg aan traditie om zijn titel op zijn visitekaartje te zetten – nog vóór de mr-titel van zijn rechtenstudie. „Als je dan toch met titels begint, hoort de familie er wel bij”, zei hij destijds. Mensen die Röell kennen, zeggen dat dit hem typeert. Zelfspot, daar houdt hij wel van. Maar hij maskeert daarmee ook weleens dingen waar hij in gelooft en die hij daadwerkelijk meent.

KPMG noet weer ‘norm’ worden

Gisteren maakte het in opspraak geraakte accountantskantoor KPMG bekend dat Röell het nieuwe gezicht van de firma wordt. Hij moet KPMG, dat vorig jaar te maken had met het ene na het andere schandaal, er weer bovenop helpen. De reputatie van het bedrijf ligt door de affaires, waaronder het verhullen van omkoping door bouwbedrijf Ballast Nedam, aan diggelen. Aan Röell om het vertrouwen te herstellen.

Een van zijn officiële taken is zelfs dat KPMG straks weer als „norm” in de sector moeten worden gezien, zoals het persbericht van het accountantskantoor meldt.

Röell volgt Jan Hommen op, de oud-topman van ING die vorig jaar als crisismanager vorig jaar werd aangesteld. Hommens werk zit er nu volgens KPMG op. Het bedrijf is dankzij zijn ingrijpen in „rustiger vaarwater” beland. Meerdere hoge functionarissen hebben het veld moet ruimen in het kader van de hervormingen. Nu is het tijd voor een opvolger, die de volgende stap moet zetten.

Röell is nu nog bestuursvoorzitter van Kas Bank, een relatief onbekende financiële instelling die niettemin al meer dan 200 jaar bestaat en een vitale rol in de financiële sector vervult. Kas Bank (circa 1.000 werknemers, 24 miljoen euro winst vorig jaar) verleent effectendiensten voor grote zakelijke klanten, zoals pensioenfondsen en verzekeraars. Voor die klanten houdt het onder andere in de gaten hoeveel hun beleggingen precies waard zijn en hoeveel risico ze daarop lopen.

Voorvechter integriteit

Röell is een echte bankier. Voor hij in 2005 bij Kas Bank aantrad als topman, werkte hij bij CenE Bankiers in Utrecht, en daarvoor vervulde hij verschillende managementfuncties bij ING. Hij begon zijn carrière ooit als secretaris van de directie van een verzekeringsmaatschappij, een functie die hij naar eigen zeggen te danken had aan zijn moeder die weer een oom had die werkte bij de verzekeraar. Daarna werkte hij twee jaar bij consultancy McKinsey. Maar hij vond zichzelf uiteindelijk niet het meest geschikt voor het werk als adviseur.

Kritisch rapport

Röell ontbeert de reputatie van de stereotype bankier van ‘graaier die er vooral voor zichzelf zit’. Bij Kas Bank heeft hij zich vaak opgeworpen als voorvechter opgeworpen voor zaken als integriteit, transparantie en duurzaamheid.

In 2013 stelde hij met andere financiële topmannen en een enkele topvrouw in opdracht van anticorruptiewaakhond Transparancy International een kritisch rapport op dat „bestuurders van pensioenfondsen moest uitdagen om te reflecteren” op hun handelen. Want nog maar weinig mensen hadden vertrouwen in pensioenfondsen en hun bestuurders. Of dat genoeg is om KPMG er weer bovenop te brengen, zal moeten blijken.