Dolkomisch showstuk bij de Muziekweek

„De crisis is lariekoek”, verkondigde componist Louis Andriessen in de korte speech gisteravond aan het begin van de Gaudeamus Muziekweek. „Het is nog nooit zo goed gegaan met Nederland.” De crisis is een stok om mee te slaan, was de strekking van Andriessens betoog, en de politiek slaat nu eenmaal graag de kunsten. Daarom wordt de muzieksector uitgekleed, worden instituten, archieven en ensembles afgeschaft – om de grijpstuiver die daarmee bezuinigd wordt kan het werkelijk niet gaan. Waarom boekt men anders 25 miljard over naar die klierende banken?

De Gaudeamus Muziekweek is een begrip voor de liefhebbers van nieuwe klanken: tijdens het festival hoor je de muziek van vandaag én morgen. Tijdens het mooie openingsconcert door Asko|Schönberg klonk onder meer Medea van Calliope Tsoupaki, dit jaar jurylid van de Gaudeamus Award (die al in 1959 aan Andriessen werd toegekend). Tsoupaki liet zich voor haar ‘melodrama voor acht instrumenten’ inspireren door Pasolini’s gelijknamige film met Maria Callas, waarin ze geen noot zingt. Tsoupaki’s eveneens stemloze, abstracte versie van de gruwelijke Medea-mythe was een schitterend canvas van zuchtende glissandi en verbeten trillers, doorsneden met krassende treursolo’s van violist Jan Erik van Regteren Altena die klonken alsof iemand zich de haren uit het hoofd rukte van verdriet.

Sinds vorig jaar is het aantal genomineerden voor de Gaudeamus Award beperkt tot vijf. Bovendien werken deze componisten voorafgaand aan het festival intensief samen met musici in de nieuwe (publiek toegankelijke) Gaudeamus Academy. Ensemble-in-residence Slagwerk Den Haag repeteerde een werk van de genomineerde Mátyás Wettl voor zestien lichtschakelaars en lampen. Dit virtuoze showstuk, dat zondagmiddag wordt uitgevoerd in het concert Out of the Percussion Box, was theatraal, dolkomisch én muzikaal geslaagd. In het openingsconcert werd Wettls sluwe My former band gespeeld: een heerlijk zwalkend, ontroerend vals dweilorkestje.

    • Joep Stapel