De rotspinguïn is onwijs goed in latrelaties

Negen maanden per jaar zwerven ze alleen rond, en dan vinden ze elkaar weer. Hoe doen rotspinguïns dat?

Beeld Flickr

De rotspinguïn heeft de latrelatie geperfectioneerd. Rotspinguïns vormen monogame koppels, maar zijn elk jaar maar drie maanden bij elkaar, in de zomer. In die tijd broeden ze een ei uit en brengen ze het pinguïnkuiken groot. De rest van het jaar zwerven het mannetje en vrouwtje over zee, honderden kilometers uit elkaar. Na de winterscheiding vindt het liefdeskoppel elkaar aan het begin van de zomer weer terug in de broedkolonie. Waarschijnlijk herkennen ze elkaar aan hun roep.

Dat concludeert een team van poolbiologen dat rotspinguïns volgde met gps-zenders. Gisteren beschreven de biologen hun resultaten in Biology Letters.

De zuidelijke rotspinguïn (Eudyptes chrysocome) is een kleine pinguïn met een wilde, gele kuif. De soort komt voor op de Falklandeilanden en de eilanden voor de kust van Chili en Zuid-Amerika. In de winter jagen rotspinguïns op open zee op visjes en schaaldieren, in de lente komen ze aan land om te broeden.

Van de twintig pinguïns die de biologen zenderden, vonden ze er het volgende jaar zestien terug: zeven mannetjes en negen vrouwtjes. De zeven overgebleven koppels bleven in het broedseizoen bij elkaar. De vrijgezelle pinguïnvrouwtjes zochten in de kolonie een nieuwe partner.

Vrouwtjes waren gemiddeld twaalf dagen langer op zee dan de mannetjes. De gemiddelde afstand tussen partners bedroeg ’s winters 600 kilometer. In het meest extreme geval waren mannetje en vrouwtje zelfs 2.500 kilometer uit elkaar: het vrouwtje was de Atlantische Oceaan opgezwommen.

    • Lucas Brouwers