Opinie

    • Bob Hoogenboom

De Politiecolumn: Te veel bazen praten en handelen met de handrem erop

Wie binnen de politie kritische vragen stelt verstoort er de orde en loopt het risico op stevige correcties. Nijenrode-hoogleraar Bob Hoogenboom schrijft in de Politiecolumn over de allergie voor (zelf)kritiek binnen de politie.

‘Heb je al reacties gehad?’, vraagt een politieman na een nieuwe politiecolumn. ‘Ja, er wordt wat ge-retweet of mensen laten een ‘interessant’ achter. Dat is niet wat wordt gevraagd. Politiemensen - de vraag wordt vaker gesteld - zijn nieuwsgierig of ik tegengas van binnenuit heb gehad. Zij vragen dit omdat zij schaaf- en brandwonden hebben opgelopen door zich uit te spreken over de interne gang van zaken. Zij zijn een paar keer op hun bek gegaan omdat ze twijfel uitten. Vragen stelden. De interne orde verstoorden. Het klinkt te gek voor woorden anno 2015. Politiemensen die op straat stoere vertegenwoordigers van het gezag zijn. Die hun mannetje/vrouwtje staan in een kroeggevecht of een ME-optreden die eenmaal terug in de bureaus worden ‘verkleuterd’. Volwassen, verantwoordelijke, politiemannen en -vrouwen die van tijd tot tijd binnen kind van de rekening zijn. Oplopen tegen machismo, harde corrigerende humor en in- en uitsluitingsmechanismen. En, als ze dit zelf niet hebben ondergaan dan zien zij het om zich heen. Het klinkt te gek voor woorden anno 2015. Maar de mechanismen zijn en worden geboekstaafd in de proefschriften van Sinan Çankaya en Esther Neven.

De commissie Posthumus - naar aanleiding van de Schiedammer parkmoord - agendeerde het gebrek aan tegenspraak in recherche-onderzoeken waardoor een tunnelvisie ontstaat. Een allergie bestaat voor (zelf)kritiek. Zij-instromers (vrouwen, allochtonen en hoger opgeleiden) moeten eerst ‘een paar uniformbroeken’ verslijten voordat ze serieus worden genomen. Een aantal hangt gedesillusioneerd de koppel aan de wilgen.

De korpsleiding schrijft in de cultuurparagrafen van de plannen voor de nationale politie in 2012 dat ‘we van wantrouwen naar georganiseerd vertrouwen’ dienen te gaan. De bonden spreken over ‘een angstcultuur’. Volgens Nicolien Kop, lector aan de Politieacademie, ‘verlamt een angstcultuur de recherche’. (Hier het NRC-artikel) Haar manuscript Recherchetoestanden dateert uit 2012. Maar is door het toenmalige College van Bestuur van de Politieacademie onder in een la gelegd.

Waarom toch die vrees? Ook de vele respondenten - de gehele recherchewereld - legde de kritische analyse ter zijde en ging over tot de orde van de dag. Waarom is het zo moeilijk professionele kritiek zowel binnenskamers als door de  samenleving ter harte te nemen? En, ervan te leren? Vrijmoedig spreken en vrijmoedig luisteren is niet sterk ontwikkeld. Daarom vragen politiemensen of ik reacties heb gehad. Het is wat ze gewend zijn. Omdat een soort doffe gedempte vrees bestaat voor die massa ongezegde dingen, alles wat wanordelijk is of als ruzie-achtig, de ordeverstorende wordt gevoeld. Het inhoudelijke wordt al snel persoonlijk. Zelfs in de maffia -althans in de Godfather variant daarvan - zegt men steevast ‘it’s stricly business, nothing personal’. Binnen de politie geldt deze onderwereld wet lang niet altijd. De ondernemingsraad wil medezeggenschap verder ontwikkelen. De bonden maakten zich sterk om inspraak te krijgen van uitvoerders om bazen te benoemen. Het moest voor de poorten van de hel worden bevochten. De ondernemingsraad bepleitte regelvrije teams waar uitvoerders de inhoud van het werk zelf bepalen. Er wordt nu mee geëxperimenteerd. Maar het gaat allemaal niet altijd van harte.

Er is niet een natuurlijke grondhouding van loslaten en de deur open zetten voor het andere. Sociale innovatie vindt plaats, maar nog te veel bazen praten en handelen met de handrem erop. Het allesdoordringende magische woord van consultants en wetenschappers hier is ‘cultuur’. Een cultuuromslag wordt bepleit. Ook minister Van der Steur neemt het ‘C’- woord in de mond.

Dat is mooi. Maar we moeten bedenken dat dit soort veranderingen tijd nodig heeft. En ook dat verandering geen doel op zich moet zijn. Cultuur is ook functioneel voor het politiewerk. Maar het zou al een ‘grote’ stap zijn als vrijmoedig spreken wat meer ruimte krijgt. Ik vroeg een paar jaar geleden aan politieman Roy Segers die aan het sleuren en het trekken was om teams verder te ontwikkelen: - ‘wat ben je eigenlijk aan het doen?’

- ‘Ik ben de organisatorische stilte aan het doorbreken’. Krachtiger kan het culturele onvermogen om met elkaar te praten over wat goed en fout gaat niet worden verwoord.

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode en bijzonder hoogleraar Politiestudies en Veiligheidsvraagstukken aan de VU. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld.

 

Blogger

Bob Hoogenboom

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode waar hij 'fraude en witwassen' in de accountantsopleiding en 'governance/corporate governance & pps' in het modulair MBA-programma doceert. Samen met Marc Schuilenburg geeft hij het mastervak 'Politie en Veiligheid' aan de VU. Bob schrijft blogs op maatschappijenveiligheid.nl en accountant.nl over actuele fraude- en politievraagstukken en twittert als @abhoogenboom. Sinds 1988 is hij als part time docent verbonden aan de Politieacademie. Voor zijn proefschrift Het Politiecomplex (1994) ontving hij de Publicatieprijs van de Stichting Maatschappij en Veiligheid.

    • Bob Hoogenboom