De Lijstjeslawine: vijf hoogtepunten uit het oeuvre van Joost Zwagerman

Joost Zwagerman won in 2008 de Gouden Ganzenveer. Hij nam de prijs in ontvangst in het Concertgebouw in Amsterdam. Foto ANP / Olaf Kraak

In een wekelijkse webserie over boeken die met de actualiteit in verband gebracht kunnen worden, deze week vijf boeken uit het brede oeuvre van romancier, dichter en essayist Joost Zwagerman, die afgelopen dinsdag overleed.

Gimmick! (1989)

Schermafbeelding 2015-09-10 om 12.23.33Drie jaar nadat hij met de roman De houdgreep zijn debuut afleverde, kwam Zwagerman met deze zedenschets over de coke snuivende Amsterdamse kunstscene van de jaren ’80, waarin kunstenaars als Paul Blanca, Rob Scholte en Koos Dalstra onder een andere naam werden opgevoerd. Volgens een beschouwing in deze krant “waait de postmoderne tijdgeest van weleer je er in tegemoet”. Het betekende Zwagermans doorbraak naar een groot publiek, en de roman is ruim 25 jaar later aan de 24ste druk toe. In 2009 werd de twintigste verjaardag van de roman nog luister bijgezet in de Amsterdamse Paradiso.

Chaos en rumoer (1997)

Schermafbeelding 2015-09-10 om 12.24.14Waar Zwagermans romans Gimmick!, Vals licht (1991) en De buitenvrouw (1994) zich volgens deze krant nog lieten typeren als “één deel sociale kwestie, één deel liefde”, gooide de schrijver het in Chaos en rumoer over een andere boeg: hij voerde een schrijver op die kampte met een writer’s block. Deze Otto Vallei meldt zich bij zijn uitgevers om uit te leggen dat ze niets meer van hem te verwachten hebben en hij wordt medepresentator van het culturele radioprogramma ‘Chaos en Rumoer’. Maar daarmee is hij nog niet van de literatuur af, want een andere schrijver bombardeert Vallei tot personage in een nieuw boek. Zwagerman wèrd al jarenlang met het postmodernisme in verband gebracht, maar met Chaos en rumoer schreef hij volgens de dienstdoende recensent van deze krant in wezen zijn eerste postmoderne roman.

Roeshoofd hemelt (2005)

Schermafbeelding 2015-09-10 om 12.24.40Al in 1987 debuteerde Zwagerman in de vorm van de bundel Langs de doofpot met poëzie. Een hoogtepunt uit zijn dichterlijke oeuvre is zijn vierde bundel Roeshoofd hemelt. Ilja Leonard Pfeiffer tekende in NRC op dat het “objectief gezien, een van de belangwekkendste bundels van de afgelopen jaren” was, “al was het maar wegens de hoge inzet van de dichter”. In de bundel draait het om Roeshoofd, die leeft in een ultiem, postmodern consumptieparadijs dat zich erop laat voorstaan dat het alles wat bedacht kan worden te koop aanbiedt. Opgepakt voor winkeldiefstal wordt Roeshoofd overgebracht naar iets dat het midden houdt tussen een psychiatrisch ziekenhuis, een martelkamer en een ballenbad voor volwassenen. Aldaar leeft hij zijn al dan niet aangeschafte of gestolen depressies en bepaald gewelddadige fantasieën uit in kwatrijnen en sonnetten. Pfeiffer: “De hoofdpersoon is, zoals wij allen, de greep op de ware wereld volledig kwijt en de enige plek waar alles nog rijmt is in de waanzin van zijn gedachten.”

Americana 1 & 2 (2013)

Schermafbeelding 2015-09-10 om 12.25.05Naast romans, dichtbundels en vele columns voor verschillende media was Zwagerman ook een fanatiek essayist. Naar aanleiding van In het wild (1996) schreef H.J.A. Hofland dat Zwagerman “de meest complete schrijver van zijn generatie” was. Zwagermans decennialange fascinatie voor Amerika leidde tot vele essays. Ze werden in het jaar dat de schrijver vijftig werd samengebracht in het kloeke Americana 1 & 2, waarin in 1200 pagina’s over onder andere Edward Hopper, Madonna, Herman Melville en Philip Roth werd geschreven. Een gevarieerd gezelschap, maar dus wel de grote namen. Maar dit maakte volgens deze krant niet uit.

“Zwagerman pretendeert niet dat dit ‘all things American’ volledig is. Hij wil zíjn Amerika vatten. Voor dat Amerika heeft hij zo veel enthousiasme opgevat, voor dat Amerika weet hij je warm te maken. Zwagerman verklaart zich een ‘ongeneeslijk escapist’, hij wil in ‘het continuüm’ raken van de plaats, de tijd, de persoon en diens kunst en de romantiek laten bestaan.”

De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 verhalen en essays (2005-2008)

Schermafbeelding 2015-09-10 om 12.25.59Joost Zwagerman stelde zich vanaf 2005 steeds meer op als een pleitbezorger van de literatuur, in plaats van dat hij het zelf schreef. Als bloemlezer legde hij echter een vergelijkbare ijver aan de dag dan als schrijver. Hij presenteerde bloemlezingen van stukken uit het Amerikaanse literatuurtijdschrift Paris Review en uit het kritische oeuvre van Kees Fens, maar de meeste indruk maakte een trilogie waarin hij achtereenvolgens de korte verhalen (2005), de lange(re) verhalen (2006) en de essays (2008) bloemleesde die vanaf 1880 in Nederland en Vlaanderen waren verschenen. Over de eerste schreef deze krant:

“Een bundel waarover je al gauw in ‘Asterix-en-Cleopatra’-termen spreekt: acht centimeter dik, 1600 dichtbedrukte pagina’s, 125 jaar literatuurgeschiedenis, 195 schrijvers van wie er 109 nog leven, 40 Vlamingen en 39 vrouwen. Veertig verhalen dateren van vóór de Tweede Wereldoorlog. Acht schrijvers zijn met het maximum van drie verhalen vertegenwoordigd en 34 met twee.”

Over bloemlezing twee (1534 bladzijden dik) schreef deze krant:

“Meer dan voor het nog maar eens canoniseren van bekende meesterwerken, is zo’n bloemlezing zijn geld waard door de nieuwe dingen die je erin ontdekt.”

En over de essayverzameling:

“Natuurlijk, je zou eindeloos kunnen twisten over welke essays er óók in hadden moeten staan, of Vlaanderen er niet wat bekaaid van afkomt, welke hoogstwaarschijnlijk de tand des tijds niet zullen doorstaan, en of elke auteur wel met diens beste werk vertegenwoordigd is. Maar het feit is dat er vóór deze bloemlezing geen discussie wás over welke essays in de canon zouden moeten. Alleen dit simpele gegeven geeft het belang van dit mammoetwerk al aan.”

    • Sebastiaan Kort