Carrière maken in de Papaverhof

Het thema van de Open Monumentendag is dit jaar ‘Kunst en ambacht’. In de Haagse wijk Papaverhof, ontworpen door De Stijl-architect Jan Wils, komen die thema’s mooi samen.

De door Jan Wils ontworpen woningen aan de Papaverhof in Den Haag zijn sinds 1986 een rijksmonument foto Luuk Kramer

Sommige rijksmonumenten zijn niet te herkennen aan hun kerktoren of poortgebouw, maar liggen verscholen in de stad. De tuinstadwijk Papaverhof in Den Haag is er sinds 1986 één van. Of het nou Open Monumentendag is of niet, deze idyllische wijk kun je altijd binnenlopen. Het complex behoort inmiddels tot de 100 belangrijkste monumenten van Nederland.

Achter de bogen van de Klimopstraat, naast het Goudenregenplein, komt het thema van deze monumentendag, kunst en ambacht, je in de kleuren van De Stijl tegemoet. Strakke lijnen van lichtgrijs beton omlijnen smalle schakelwoningen, die met zwart-witte tuinhekjes en blauw-gele kozijnen net lijken op een schilderij van Mondriaan.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren middenklassewoningen in Den Haag schaars. Daarom werd in 1917 de Coöperatieve Woningbouwvereniging Tuinstadwijk Daal en Berg opgericht om er meer te bouwen. Het oorspronkelijke ontwerp van architecten M.J. Grandpré Molière en P. Verhagen vond het stadsbestuur te compact en traditioneel. Architect H.P. Berlage, die in de raad van commissarissen van de vereniging zat, droeg vervolgens de jonge, veelbelovende architect Jan Wils voor.

Als lid van de kunststroming De Stijl bracht Wils de uitgangspunten van de groep bij elkaar in het ontwerp.

Jos Praat, sinds 2009 voorzitter van de woningbouwvereniging: „De oprichter van De Stijl, Theo van Doesburg, verzamelde kunstenaars om zich heen die nieuwe ideeën bedachten voor na de oorlog, zoals het Rietveld-Schröderhuis en café De Unie in Rotterdam. Ook Daal en Berg is voortgekomen uit die vernieuwende architectuur en is het enige woningcomplex dat gebouwd is volgens de uitgangspunten van De Stijl.”

Praat noemt Wils’ ontwerp „revolutionair en nog altijd geniaal”. „Wils heeft op een klein stukje grond een maximaal bouwvolume weten te creëren door tegenover één woonblok precies hetzelfde blok, maar dan 180 graden gedraaid, neer te zetten.” Voor het model keek Wils naar Britse arbeiderswoningen. Hij nam hun kernwaarden van licht, lucht en ruimte over in zijn ontwerp. Vandaar ook het plantsoen in het midden, voor het uitzicht op zogeheten ‘zichtgroen’. De Stijl-kunstenaar Vilmos Huszár verzorgde het glas-in-loodwerk, dat nog altijd in de huizen zit.

Berlages invloeden komen terug in het tuinpad naar de voordeur. Dat lijkt op de lange corridor van Berlages Gemeentemuseum. „Het was belangrijk dat je je hoofd even kon leegmaken als je thuiskwam, om je open te stellen voor het schone van je woning”, aldus Praat.

Het complex bestaat uit 128 laag- en hoogbouwwoningen, die niet zomaar te huur of te koop zijn. „Je moet sowieso lid zijn van de vereniging om een woning te kunnen huren”, legt Praat uit. De hoogbouw wordt verhuurd, de laagbouw is voor verenigingsleden deels te koop en te huur. Praat woont al zeventien jaar in de Papaverhof. „Via vrienden hoorden we erover. We schreven ons in en na drie jaar kregen we een etagewoning. Daarna verhuisden we naar de Irisstraat, en nu wonen we in een koopwoning in de Papaverhof. Wij hebben de wooncarrière doorgemaakt. Zo doet iedereen dat bij ons.”

Dat De Stijl nog steeds populair is, blijkt uit de rondleidingen waar Praat mee gestart is tijdens zijn voorzitterschap. In november moet een volgende stap voor bezoekers klaar zijn: een 3D-rondleiding waarin je, net als in het Anne Frankhuis, een standaard Papaverhofwoning door kunt wandelen zoals die er in 1922 uitzag.

    • Judith Laanen