Asielverzoeken afhandelen in de regio – dat is juridisch niet te doen

Experts betwijfelen of het haalbaar is asielverzoeken buiten de EU af te handelen.

Een migrant in een isolatiedeken op Lesbos, gisteren. Foto AP

Oppositiepartijen schieten gaten in het zwaarbevochten compromis van de coalitie om alle vluchtelingen voortaan dicht bij conflicthaarden op te vangen. Het kabinet ziet zelf ook dat dit „gevoelig en complex in de praktische uitvoering” is. En experts zijn sceptisch over de haalbaarheid.

Na moeizame onderhandelingen kwamen coalitiepartijen VVD en PvdA dinsdag tot een akkoord. Nederland stelt voor asielzoekers met een vaste verdeelsleutel over EU-lidstaten te spreiden – een PvdA-wens – maar stelt de voorwaarde dat vluchtelingen alleen welkom zijn in Europa als ze eerst dicht bij huis worden opgevangen en geregistreerd – op verzoek van de VVD. Voor Syriërs zou dat betekenen dat zij in Turkije, Jordanië of Libanon moeten blijven. Van daaruit kunnen ze in Europa worden uitgenodigd. Als ze op eigen houtje komen, worden ze teruggestuurd. Vandaag debatteert de Tweede Kamer over het plan.

Dit voorstel vraagt niet alleen overeenstemming tussen de 28 EU-lidstaten, waarvan de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie begin volgende week bijeenkomen, maar ook vooral bereidwilligheid van deze landen ‘in de regio’, die al het overgrote deel van de vluchtelingen huisvesten. Hoe realistisch is hun vrijwillige medewerking?

Onwaarschijnlijk, volgens hoogleraar migratierecht Hemme Battjes. „Als ik de premier van Turkije was, zou ik zeggen: we hebben al twee miljoen vluchtelingen, dus zoek het uit.”

‘Praktisch, juridisch onhaalbaar’

Ook juridisch is het plan onuitvoerbaar, zegt Battjes. Volgens Europees en internationaal recht kun je migranten niet terugsturen zonder asielprocedure. Dus een Syriër die hier op een bootje naartoe komt, mag niet zonder afgewogen oordeel en eventueel gang naar de rechter worden teruggestuurd naar een Turks kamp.

Bovendien mag Nederland asielzoekers alleen terugwijzen naar landen waar zij veilig zijn. Op dat laatste punt heeft Turkije een slechte reputatie, zegt Battjes. „Het Straatsburgse Hof concludeerde enkele jaren geleden dat Turkije Iraniërs had teruggestuurd, terwijl ze gevaar liepen.”

Volgens Battjes komt er elke vijf jaar wel iemand met plannen over opvang in de regio, maar is dat er om praktische en juridische redenen nooit van gekomen. Ook de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) wees het kabinet daar in 2010 op.

De regering vroeg om advies over wat external processing wordt genoemd: het uitbesteden van de asielopvang aan derde landen. Volgens de ACVZ „ontbreekt een wettelijke grondslag in het EU-recht”. Huidige regelgeving staat niet toe asielzoekers gedwongen terug te sturen naar derde landen. Bovendien is onduidelijk wie verantwoordelijk zou zijn voor de gang van zaken in de transitcentra elders: de EU, lidstaten of het derde land. De conclusies van vijf jaar geleden, zo laat het ACVZ weten, staan nog steeds. „Er is niets fundamenteels in de wetgeving veranderd.”

Ook optimisme over EU-macht

Adriaan Schout, de Europadeskundige van denktank Clingendael, is het deels eens met de kritiek. „Het is natuurlijk wishful thinking dat migranten niet meer zullen proberen naar Europa te komen. Ze denken dat hun leven hier beter zal zijn dan in regionale opvangcentra.” Maar hij denkt wél dat Europa iets voor elkaar kan krijgen. „Je ziet in de vluchtelingencrisis hetzelfde gebeuren als bij de eurocrisis. Het is een probleem dat zich al jaren voordoet, maar als het echt uit de hand loopt, komen de lidstaten samen tot een oplossing.”

Schout benadrukt dat ook Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie, gisteren nadrukkelijk inging op het versterken van de Europese buitengrenzen, terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en het nakomen van bestaande afspraken binnen de EU, zoals het registreren van vluchtelingen in het land waar zij binnenkomen. „In de combinatie van opvang én handhaving is grote overlap met de Nederlandse lijn”, zegt Schout. Het kabinetsplan zal niet onverkort door alle lidstaten worden onderschreven, maar het wordt wel serieus genomen.

De vraag blijft of het lukt om landen als Turkije te overtuigen meer te doen aan langdurige opvang en het voorkomen dat migranten doorreizen naar Europa. „Het realiteitsgehalte van sommige stoere politieke uitspraken is niet erg hoog”, zegt Schout. „Maar de EU heeft natuurlijk wel onderhandelingsmacht. Ze kan voorwaarden stellen aan hulp en aan handelsakkoorden. Met economische en politieke druk, en soms regelrecht moeten afkopen, kun je een eind komen. Maar het gaat ons hoe dan ook geld kosten.”