Zwagermans passie voor de verlossende kracht van kunst

Beeldende kunst was Joost Zwagermans grootste passie. Hij schreef en praatte er op televisie steeds meer over.

Uit het archief van Joost Zwagerman. Van boven naar beneden: Zwagerman met Ronald Giphart; conducteurspet, Boekenweek 2010; manuscript van de romanGimmick!; typemachine en een schetsboek Foto’s Letterkundig Museum

Natuurlijk, Joost Zwagerman was schrijver. Maar het leek wel of beeldende kunst zijn grootste passie was, zeker de laatste jaren. Nederland kende niemand die zo enthousiasmerend over kunst kon spreken en schrijven als Zwagerman. Onvermoeibaar, aanstekelijk en vol passie legde hij uit wat hem in een schilderij boeide of mee sleurde.

Hij was bijna een zendeling, zo graag als hij het geloof in beeldende kunst deelde – predikte zou je soms haast zeggen, als je hem aan het werk zag in De Wereld Draait Door. In een interview in deze krant noemde hij de beeldende kunst zijn grote liefde en fascinatie: „Toen ik jong was, had ik een hoog ideaalbeeld van de kunstenaar, die stond voor mij bovenop de Parnassus. Pas daarna kwamen de schrijvers en de muzikanten. Op de middelbare school droomde ik ervan naar de Rietveld Academie te gaan, maar ik zag al snel in dat daar niet mijn talent lag. Dan kun je twee dingen doen: in een hoekje van je hersenpan gaan zitten mokken, of denken: dit kan ik dus niet en vervolgens toch proberen zo dicht mogelijk bij die kunstenaars te komen”.

Zijn schrijverscarrière begon Zwagerman dan ook in de jaren tachtig in een vriendenkring van jonge krakers en beeldend kunstenaars in Amsterdam, zoals Rob Scholte, Sandra Derks, Peer Veneman en Harald Vlugt. Ook een van zijn eerste bekende romans, Gimmick! gaat over het hippe kunstenaarswereldje uit die tijd. Zijn laatste fictiewerk, het Boekenweekgeschenk Duel uit 2010 gaat eveneens over beeldende kunst: over een moderne kunstenaar die een doek van abstract expressionist Rothko kopieert.

Zwagerman staat internationaal in een lange traditie van op kunstgebied autodidactische schrijvers die kunst toegankelijk maken voor een breed publiek: zo werd Da Vinci’s Mona Lisa pas in bredere kringen populair door 19de-eeuwse schrijvers, zoals Theophile Gautier. Kunsthistorici zijn vaak zo ingevoerd in de materie, dat ze hun enthousiasme voor kunst niet makkelijk over kunnen dragen op leken.

In Nederland zijn oud-Rijksmuseumdirecteur Henk van Os en diens voorganger als tv-kunstkenner Pierre Janssen uitzonderingen die op televisie wel een breed publiek aanspreken; en Zwagerman past in dat rijtje.

In tranen bij Rothko

Zwagerman schreef regelmatig over beeldende kunst, vooral in de Volkskrant. In het volgende citaat beschrijft hij dat proces de hand van een passage waarin eerst Henk van Os toegeeft dat hij tranen in de ogen kreeg voor een doek van Rothko. Hij citeerde Van Os in een artikel in de Volkskrant: ‘Je verloor jezelf in een bedding van licht en kleur. Nog nooit had ik mij zo sterk gerealiseerd wat ik (...) in kunst zocht. Nu wist ik het: opgaan in een verheven stilte. Ontkomen aan jezelf in sublieme rust.’ Zwagerman vervolgde: „Rothko’s sferisch opgloeiend universum van frêle, bijna bovenzinnelijke kleurbanen als voertuig naar Selbstverneinung – hier bezigt ook de nuchtere Henk van Os de grootst denkbare woorden, om een sensatie te verwoorden die veel ingrijpender en substantiëler is dan het plengen van een traantje. Toen ik het las, beving mij een zekere troost. Ik was niet langer alleen. Henk van Os had een soortgelijke sensatie ondergaan. Van Os’ woorden indachtig is het toch echt een feit dat de confrontatie met een meesterwerk van Rothko ons kan meevoeren naar verten van – nee, niet van zelfvertedering of zelf-felicitatie, maar van zelfvergetelheid en zelfverlossing.”

Kunst kan tot mystieke verstilling en verlossing leiden. Een haast religieuze ervaring. Niet voor niets waardeerde de katholiek opgevoede Zwagerman ook het katholieke-religieuze aspect in Andy Warhols schilderijen. Verstilling en verlossing in kunst, dat zocht Zwagerman en dat wilde hij graag delen. Dat bleek ook in zijn prachtige expositie in het eerste Pop-Up Museum van De Wereld Draait Door dit voorjaar, waarvoor hij onbekende werken uit het depot van het Haags Gemeentemuseum koos. Zoals Twee dode roeken en een Napje met eieren, van Floris Verster. Het was de verstilling die hem daarin trof. Dat sloot aan, zei hij in deze krant, bij het thema van zijn nieuwe boek De Stilte van het Licht, over de zoektocht van de moderne mens naar verstilling in de kunst. Het verschijnt vandaag.

    • Paul Steenhuis